was successfully added to your cart.
blog

Vanzelf opvoeden, voorbij straffen en belonen

By november 21, 2017 13 Comments
Want create site? Find Free WordPress Themes and plugins.

Ben jij gezegend met een heel intelligent kind? Met een temperamentvol kind? Een heel gevoelig kind? Dan heb je vast en zeker al gemerkt dat dreigen met straf of straffen niet zo fantastisch goed werkt. Wil je dat het toch werkt, dan ga je uit verbinding moeten gaan, en telkens opnieuw een zwaardere straf bedenken.

Ik herinner me een moeder die in conflict was met haar kind over schermtijd. Ze vond dat haar kind teveel computerspelletjes speelde. Het kind nam de computer stiekem, en moeder strafte door de computer te verbieden gedurende een bepaalde tijd. Wat dan leidde tot meer stiekem gedoe en een grotere straf. Geen van beide gaf op, en op een gegeven moment escaleerde het conflict. De moeder, boos, gefrustreerd, machteloos, gilde “als het zo zit, dan gooi ik de computer door het raam!”. Waarop het kind (eveneens boos, gefrustreerd) het raam opendeed en teruggilde “doe maar!”.

(en daar stond ze dan)

Hoe ver je ook gaat, of niet gaat, dit soort conflicten (tegen mekaar omhoog noem ik ze), zorgt ervoor dat ouder en kind nog verder uit elkaar groeien. Het schept een sfeer van angst en wantrouwen. Waardoor het volgende conflict al op de loer ligt, en je in een straatje zonder einde sukkelt. Maar ik vertel je misschien niets nieuws. Misschien neem je jezelf al vaak genoeg voor om het niet te laten escaleren, maar lukt dat niet altijd. Eigenlijk is dat logisch. We reageren namelijk op elkaar. Boos kind? Grote kans op boze ouder. Boze ouder? Grote kans op boos kind. Daar zit een gedragsmodel achter (ik bespaar je de details, maar het is wel een belangrijk gegeven om mee rekening te houden). Het is dus niet zo simpel om gewoon tegen jezelf te zeggen “ach, relax”, en het conflict niet te laten escaleren.

Beloningssystemen lijken een handig positief alternatief, maar ze hebben altijd een beperkte levensduur, en vragen continue opvolging (en consequent zijn). Ze werken niet of minder goed bij temperamentvolle kinderen. Ze werken anders bij heel gevoelige kinderen, soms veel beter maar vaak slechter, omwille van de spanningen die errond hangen (ik ben flink, ik ben flink, ik ben fliiiiiink!).

Ik herinner me het verhaal van een moeder die voor het eerst aan zindelijkheidstraining begon met haar oudste kind. Ze had er een boek over gelezen, en daar stond een beloningssysteem in uitgelegd, want “je moet ze toch motiveren om op het potje te gaan”. Er stond niets over intrinsieke motivatie, en de moeder kende daar ook niets van, dus ze legde “het systeem” uit aan haar kind. Dit is een potje. Pipi gaat op het potje. En dan mag je een sticker plakken. Waw, kijk eens, mooie stickers hé!!! Het kindje keek naar haar, naar het potje, naar het blad, naar de stickers, en zei “ik wil 2 stickers”. Ze waren nog geen dag verder, of het kind wilde voor niet minder dan 3 stickers op het potje, en nog een dag verder wilde het kindje voor geen 100 stickers op het potje! Ook hier geldt: hoe ver ga je?

Beloningssystemen geven een motivatie van buitenaf. Extrinsieke motivatie heet dat. Als de motivatie weg is, is de kans groot dat het gedrag niet meer herhaald wordt. Bovendien leert je kind ook niet hoe het zichzelf kan motiveren. Hoe motiveer jij jezelf, als volwassene, als je een vervelend klusje te doen hebt? Hmmm…

Wanneer gaat opvoeden vanzelf, en heb je geen straffen en geen beloningssystemen meer nodig? Opvoeden gaat vanzelf als er in huis een sfeer van veiligheid hangt en vertrouwen. Als je tegen je kind kan zeggen (eenmaal een bepaalde leeftijd): doe maar, want ik vertrouw je. Als je je kind kan laten leren van fouten, zonder je daar slecht bij te voelen. Als je kan zeggen “oei, dat ging niet zoals je verwacht had… hoe ga je dit nu oplossen?”. En ook “heb je hulp nodig daarbij?”. Daar zit zoveel waardevols achter dat je kind later, als volwassene, heel goed kan gebruiken. Leren vertrouwen. Fouten durven maken (en voelen dat dat oké is!). Oplossingen bedenken. Weten wanneer je het best zelf nog een keertje probeert (volhouden), maar ook loslaten en om hulp vragen. Zonder schuldgevoelens. Kan jij dit al?

Probeer eens een meer onvoorwaardelijke aanpak. Zonder voorwaarden dus. Wakker de intrinsieke motivatie van je kind aan. Dat is de motivatie die vanbinnen komt. Laat je kind zelf boterhammen smeren, enkel en alleen maar omdat het kan, zodat je kind zich daar groot over kan voelen, en een gevoel kan krijgen van “hey, ik kan ook al best wat voor mezelf zorgen”. Zeg dingen als “wow, wat knap van je”, en “dat is de hoogste toren die je ooit gebouwd hebt”. Zo leg je nadruk op het kind, en niet op de prestatie.

Laat je kind zelf eens de gevolgen dragen van iets. Als je met iets gooit, is het kapot. Oei, nu is het kapot. Dat is jammer, maar dat gebeurt er wel als je met dingen gooit. Je zegt dit met mededogen en begrip (dus niet “zie je wel, ik had het toch gezegd!”, zonder mee in de emotie van je kind te springen (“oh neeee je lievelingsauto!”. Dat is vaak het lastigste. Je hoeft je kind niet te beschermen voor alle negatieve gevolgen van zijn of haar gedrag. Daar leren ze van, en intrinsieke motivatie heeft ook daar veel mee te maken. Kijk wel natuurlijk welke gevolgen je je kind veilig kan laten dragen. Want ook dat is eigen aan groeiende hersenen: gevolgen niet zo goed kunnen inschatten. Weten dat een stuk speelgoed stuk kan gaan als je ermee gooit, is één ding. Weten dat je er nadien ook niet meer mee gaat kunnen spelen (nooit meer), is iets heel anders.

Weet je… als je kind later groot is, dan staat er ook niemand naast om te straffen of te belonen. Onze maatschappij begint het ook te begrijpen, dat je niet in iedere straat een politieagent kan zetten die nakijkt of iedereen zijn gordel wel aan heeft. Zal jouw kind later een gordel aandoen omdat het veiliger is, omdat je kind zichzelf graag ziet? Of omdat het bang is om betrapt te worden? Jij draagt hieraan bij, in de opvoeding vandaag. Sommige mensen dragen effectief alleen maar een autogordel (snel omdoen!) als ze zien dat er controle is, zodat ze geen bekeuring (=straf) krijgen. Veel mensen kunnen alleen maar gelukkig zijn als ze een schouderklopje krijgen van de baas (externe goedkeuring is een beloning waar je kind zelf geen vat op heeft).

Wat wil jij graag voor je kind? Wil je graag dat je kind gelukkig is, los van wat anderen denken of zeggen? Wil je hier explosief in groeien in 2018? Dit hele onvoorwaardelijke opvoeden helemaal onder de knie krijgen, ook voor jouw kinderen (met hun eigen temperament en gevoeligheden)? Begin vandaag, met een concrete situatie hieronder te beschrijven. Ik help je op weg!

Did you find apk for android? You can find new Free Android Games and apps.

Join the discussion 13 Comments

  • Sarah Jutten schreef:

    Ook tips voor zeer jonge en verstandige kinderen? (+/- 4jaar)

    • Helga Peeters schreef:

      Dag Sarah,

      Absoluut. Wat je al las in dit artikel is min of meer rechtstreeks toepasbaar vanaf babyleeftijd, mits je het natuurlijk concreter maakt, afhankelijk van de specifieke situatie en specifieke leeftijd van je kind. Dingen als lichaamshouding en stemgeluid bijvoorbeeld spelen al een rol in de communicatie met je kind vanaf de geboorte. En als je kind heel gevoelig is en / of heel intelligent, pikken ze nog meer je stemmingen en gedachten op. Want die laat je doorschemeren in je lichaamstaal. Kleuters gaan daar dan ook nog eens erg bij nadenken soms, en kinderlogica is niet hetzelfde als grote-mensen-logica…

      Ik werk dagelijks met ouders van heel jonge kinderen en zelfs babies (lekker slapen zonder laten huilen bijvoorbeeld). Een heel deel van hen zijn hooggevoelig, hoogbegaafd (over vermoeden van) en / of heel temperamentvol. Het is net dan dat je vaker gaat ervaren dat opvoeden lastig is, of dat je als ouder zelf niet lekker in je vel zit, omdat je zelf ook hooggevoelig, hoogbegaafd of erg temperamentvol bent, en je daardoor je weg moeilijker vind in de huidige samenleving.

      Het is ook in deze leeftijdscategorie dat je als ouder enorm veel zelf kan doen. Eenmaal de kinderen acht zijn of ouder, worden ze vaker op assertiviteits- en vanalles – anders – kamp gestuurd. En ze leren daar uiteraard. Maar bij jongere kinderen is dat niet evident, en die leemte vul ik op. Ik toon je hoe jij als ouder zelf thuis aan de slag kan om allerlei situaties heel concreet én liefdevol aan te pakken. Ook voor kleuters, ook voor peuters, zelfs voor babies. Elke leeftijdsgroep heeft zo zijn uitdagingen. Bij babies kijken we eerder naar slapen, eten, rusten, … zonder “laten huilen”. Overprikkeling vermijden. Bij peuters natuurlijk het ontdekken van het eigen ikje en alles wat daarbij komt kijken. Bij kleuters is dat heel vaak werken rond emoties, en ook al gedrag, want de twee zijn heel vaak gelinkt. Dan gaat het vaak over slaan, bijten, stampen, krabben, … en andere uitingen van fysieke of verbale agressie. Bij heel intelligente kinderen komt daar dan ook nog eens de frustraties van alledag bij, die maken dat het moeilijker is… Te weinig uitdaging op school, geen aansluiting bij leeftijdsgenootjes, … zijn allemaal dingen die kunnen maken dat je het als ouder moeilijker hebt. Ik geef daar handvaten voor waar je zelf thuis mee aan de slag kan.

      Als je begeleiding overweegt, stuur me dan gerust een e-mail voor een gratis kennismaking (helga@opvoedenopmaat.be).

  • An Crepel schreef:

    Hoi Helga, dit zoek ik dus he-le-maal 🙂 En ik kan veel situaties verzinnen. Eentje om op te warmen: onze kindjes op tijd in gang steken om te douchen en op te ruimen voor slaaptijd. Ik kondig op het einde van de maaltijd aan wat ik verwacht. Opruimen en douchen. Momenteel lukt mij dit vaak alleen maar door hen te motiveren met: ‘als je nu meteen de auto’s in de doos doet / onder de douche gaat’ hebben we straks nog tijd voor een filmpje . Jij kiest. Doe je dat nu niet en blijf je nog wat verderspelen, dan is er geen tijd meer over voor een film. De tijd tikt nu eenmaal voorbij…’ Maar dan voelt het wel alsof ik ze omkoop met de beloning van een film. Werkt soms, maar mijn boodschap werkt ook niet even goed bij al onze kindjes. De oudste heeft meer plichtsbesef dan de tweede bijvoorbeeld, die toch nog gaat treuzelen of zijn broer het grootste deel laat doen. En geregeld staking, en ze proberen steeds nog ‘een keer extra te racen, of nog 1 boekje, of te protesteren dat ze niet vuil zijn,…’ Uitleggen waarom ik opruimen belangrijk vind helpt maar matig 😉

    • Helga Peeters schreef:

      Hoi An!

      Jij kent mijn community al ;-), dus zeker daar in de online cursussen het handvat “het venster” bekijken. Ik denk dat je veel gaat kunnen bereiken door deze eens te bekijken, heel specifiek voor al je kinderen apart. Doel is je communicatie aanpassen. Hoe jonger ze zijn, hoe belangrijker je lichaamshouding en stemgeluid is. En dat heeft niets te maken met “streng zijn”. Misschien heb je zelf al gemerkt dat ze beter “luisteren” als jij goed in je vel zit, niet moe bent, vol energie en enthousiasme eraan begint. Als dat zo is dan is “het venster” helemaal je ding. Kzou ook samen opruimen, dat werkt sowieso het beste. Als je kindjes jong zijn, begin je met “jij de auto’s en ik de blokken”. Later, als ze groter zijn, kan dat evolueren naar “jij de auto’s, en ik de afwas”. Dan leren ze dat dat ook opruimen is, en dat ieder zijn of haar taak heeft binnen het gezin. Veel ouders die natuurlijk willen opvoeden trappen in de valkuil van het uitleggen. Het is natuurlijk prima dat je dat uitlegt, en zeker blijven doen, maar het effect is inderdaad vaak minimaal, omdat ze wel zoiets hebben van “tis mijn speelgoed, en ik vind het niet belangrijk”. Kzou mijn uitleg dan ook niet beperken tot dat, want het is niet alleen maar dat. Het gaat ook over respect hebben voor elkaar, jij wil een opgeruimd huis, zij misschien niet, maar toch verwacht je dat ze meehelpen. En dat is oké. Dus kijk misschien eens naar hoe je de boodschap best overbrengt naar dit bepaalde kind. Hoe moet je lichaamshouding zijn? Welk soort stem heb je nodig? Sommige kinderen hebben een gebaar extra nodig, of bijvoorbeeld een tikje op de schouder eer je hun aandacht krijgt.

      Succes!

      • An schreef:

        tnx Helga! ik probeer nog wat meer te werken aan de juiste houding-stemgeluid en de ‘respect-boodschap’ ipv dat ik het leuk vind als ik niet meer struikel over auto’s 😉

  • Tine Nagels schreef:

    Fijne post! Ik was net vandaag aan’t denken dat ik al heel lang niet meer met ‘het thema opvoeden’ bezig ben geweest. Alles loopt, ik heb 2 gelukkige kindjes, ik ben gelukkig, ML is gelukkig. Natuurlijk loopt het soms eens fout, maar het lost ook allemaal snel op. Mede door de inzichten die ik hier gekregen heb door veel mee te lezen.

    • Helga Peeters schreef:

      Dankjewel Tine!

      Echt heel fijn om te lezen dat het zo goed gaat. Dat is inderdaad zo, eenmaal je “het beet” hebt gaan er veel meer dingen vanzelf. Dat vind ik persoonlijk het mooie aan natuurlijk en onvoorwaardelijk opvoeden, als het goed gaat, gaat het ook gewoon goed, en heb je geen beloningssystemen meer nodig waar je toch iedere dag mee moet bezig zijn.

      Ik denk ook een heel mooi voorbeeld van hoe groeien als mama, gewoon voor jezelf, ook een effect heeft op je kinderen, en heel vaak ook op de partner. Een soort van neveneffect dat ik heel vaak zie, ik coach de mama’s, en het gaat plots ook beter met de papa’s. 😉 Eigenlijk niet vreemd natuurlijk, maar het wordt nog vaak onderschat, die gezinsdynamiek.

  • Karolien schreef:

    Ik lees graag hoe je in deze benadering kan omgaan met beperken van schermpjestijd. Er is voor je kind niet direct een nadelig effect aan dat ze zelf kunnen merken, zoals bij gooien met speelgoed… Wat ik vaak doe, is zelf iets anders voorstellen dan schermpjes, maar dan stuur ik weer zelf?

    • Helga Peeters schreef:

      Dag Karolien,

      Bedankt voor je vraag. 🙂 Ik maak vaak met ouders een “schermplan”:

      Hoeveel uur per dag mogen ze kijken (gemiddeld)? Daar bestaan richtlijnen voor, maar uiteindelijk beslis je dit als ouder helemaal zelf. Je grootste zorg is ervoor zorgen dat schermpjes een goed aandeel hebben in de activiteiten van de dag. Schermpjes zijn oké maar niet teveel. Als je een kind hebt dat heel hevig en lang buiten kan spelen, dan is een beetje meer schermtijd misschien wel oké, want het kind heeft lichaamsbeweging. Een kind met veel heftige emoties, zou minder schermpjes moeten kijken, anders is er geen ruimte om dat te verwerken. Het hangt dus van je kind af, en ook van jezelf, hoeveel schermpjes oké zijn. Je beslist dit zelf. Het is ook oké om dit nadien te veranderen, dit is geen plan voor het leven…
      Eenmaal je weet hoeveel uur per dag oké is (kan anders zijn weekdag – weekend), dan ga je opschrijven wanneer de schermpjes op „moeten“ (bijvoorbeeld, je wil rustig koken dus zet je de TV op tijdens het koken, als je kindjes klein zijn). Wanneer ie op mag, en wanneer ie niet op mag.
      Bijvoorbeeld wel ‘s morgens tijdens het ontbijt, maar niet ‘s avonds bij het avondeten.
      Vermijd situaties als „eerst eten en dan tv“ als je merkt dat het eten dan rap rap gaat. Dan is eerst tv en dan eten mss een betere optie.

      Zo kan je ten eerste voor jezelf duidelijk krijgen hoeveel schermtijd voor jou oké is en wanneer. Je gaat merken dat je dan al een hele hoop frustratie die errond hangt, kan laten gaan. Je kind krijgt duidelijkheid, en eventueel inspraak.

      Je kan ook een plan maken voor jezelf, dat gaat je ook helpen om het goede voorbeeld te geven. Kinderen doen mama of papa immers ook graag na.

      Succes!

      • Lies schreef:

        Hallo,
        Wij hebben geen televisie dus dat maakt het al heel wat simpeler. ‘s Avonds tussen 18u30 en 19u mogen ze hier een kort filmpje kijken (+- 15min) + Karrewiet. De oudste dochter moest nog in de douche dus ze kon kiezen: of een snelle douche en mee filmpjes kijken of een lang warm bad. Ze koos het laatste. De jongste keek wel filmpje ondertussen. In het weekend mogen ze na het opstaan elk een half uur spelletjes spelen op de computer. Nadien staan wij op. Als het op woensdag echt heel slecht weer is, kunnen ze dan ook nog wel eens een film kijken. Zeggen we ‘nee’ want het is mooi weer, dan accepteren ze dat ook. Eigenlijk vragen ze zelden of nooit op een ander moment naar een schermpje. Het gaat al een jaar of twee prima zo. Het heeft vooral veel te maken met consequent zijn, want ze weten het de volgende keer nog goed dat je afgeweken bent van de afspreken :-).

        • Helga Peeters schreef:

          Fijn dat het zo goed werkt voor jou Lies! 🙂 Consequent zijn heeft veel te maken met focus, weten wat je wil, dat belangrijk vinden, er een plan voor maken en er ook voor gaan. Klinkt alsof jullie dat prima doen met de schermpjes.

  • Sara Lammar schreef:

    Heel interessant artikel. Ik zou meteen allerlei vragen en bedenkingen willen stellen (zoals bijvoorbeeld: wat met kinderen met ASS, waar ik beroepshalve mee werk. Bij hen wordt heel vaak ingezet op beloningssystemen, visueel maken van gevolg van gedrag, enz.), en ook verschillende thuissituaties met mijn eigen kinderen zou ik kunnen voorleggen. Maar waar wij momenteel het hardst mee worstelen (en dat mag je soms vrij letterlijk nemen!) is het tandenpoetsen. De oudste zoon is bijna 3.5 jaar en waar tanden poetsen ooit vrij vlot ging, is dat de laatste tijd een ware ramp. Wat we al probeerden:
    * locatie: hem op een stoel voor de spiegel laten staan, zodat hij kon meekijken/in de zitzak laten liggen/in de zetel/met zijn hoofd op de schoot van mama of papa.
    * Hem eerst laten poetsen: dan wil hij vervolgens de tandenborstel niet meer aan ons geven, loopt hij weg, verstopt zich, … Hem alleen laten poetsen is niet voldoende, we moeten echt wel minstens napoetsen.
    * Wat een hele tijd wel heeft geholpen is humor: benoemen wat ik zogezegd allemaal tussen de tanden zag zitten, dat hij doorheen de dag had gegeten, en dat dan wegpoetsen. Dat lukt nu helaas ook niet meer.
    * Laten kiezen wie zijn tanden poetst (mama of papa). Zijn antwoord: niemand! 😉
    * Uitleggen dat de tandjes vuil worden/kapot gaan/ niet blij zijn als we ze niet poetsen.
    Dit allemaal gecombineerd met eindeloos geduld, om toch vooral positief te blijven…
    De enige manier momenteel is hem met twee in bedwang houden. Bijgevolg kan je niet voorzichtig poetsen, waardoor je al wel eens op zijn tandvlees zit, waardoor de paniek alleen maar groter wordt en de vicieuze cirkel verder gaat. Daarnaast vinden we het ook echt niet fijn om ons kind te forceren.

    Dus ik ben heel benieuwd hoe ik aan deze situatie kan ontsnappen zonder belonen of straffen! Het tandenpoetsen op zich is al een straf…

    • Helga Peeters schreef:

      Dag Sara,
      Fijn dat je zo enthousiast bent. 🙂 In de online community doen we dit dagelijks, situaties voorleggen, uitpluizen hoe het onvoorwaardelijk kan. Misschien iets voor jou? Je kan een proefmaand bestellen via de website (kijk bij aanbod hierboven), dat kost 25 €.
      In ieder geval, kindjes met ASS. Ja dat is inderdaad heel lastig. Onvoorwaardelijk en natuurlijk opvoeden rust voor een groot deel op het stimuleren van empathie en inlevingsvermogen, wat een kind met ASS mist. Ik geloof in deze vorm van opvoeden, ook voor kinderen met ASS, maar het is zeker waar dat je mss een andere vorm van opvoeden daarnaast nog nodig hebt. Wat me essentieel lijkt voor kinderen met ASS (maar ik ben geen ASS expert, voor alle duidelijkheid), dat is het cognitief aanleren van empathie. De vraag “hoe denk je dat de ander zich voelt”, cognitief samen uitwerken. Mensen met ASS leren dit vaak pas als volwassene (of niet), en dat lijkt me een groot gemis, want je kan dat ook leren aan een kind. Communicatie is ook heel belangrijk, voor alle kinderen, dus ook het hele verhaal van lichaamshouding enzovoorts, kijken hoe je boodschap aankomt of niet bij een bepaald kind, en kijken hoe dat komt.
      Tanden poetsen is idd een hekel punt voor veel kinderen. Het kan ook heel overweldigend aanvoelen. En het klopt idd dat er 101 tips circuleren over hoe je dat kan vergemakkelijken in de trend die je al schreef. Ik zou je er nog enkele kunnen geven, maar ik ga dat niet doen, je vindt ze online. Ik ga je er wel twee andere geven die je bijna nooit vind (geen idee waarom):
      1. Informeer jezelf bij de tandarts. Ga op controle en laat nakijken of de tandjes goed gepoetst zijn, zodat je weet of het oké is. Als je iedere dag een strijd levert en de tandarts zegt dat hij of zij nog nooit zulke prachtig gepoetste tandjes gezien hebt bij wijze van spreken, dan mag het mss wel wat minder. Een tandarts kan je ook uitleggen hoe die tandjes gepoetst moeten worden, kindermelktandjes mogen anders gepoetst worden dan volwassenen, de oppervlakken van de kiezen zijn het belangrijkst, de zijkanten (dus net waar je makkelijk pijn doet als je ’t forceert) zijn eigenlijk niet zo belangrijk. Dus goed om te weten om er eventueel tijdelijk de druk af te halen bij het poetsen, dat je bijvoorbeeld tijdelijk twee stevige vegen doet met de tandenborstel over de vier kauwvlakken. Je kan je kind ook makkelijk uitleggen dat je twee vegen doet, en dat vier keer. Je kan dan hardop tellen “een, twee, een, twee, …”.
      2. Glimlach. Wees je bewust van je gelaatsuitdrukking als je aan het poetsen bent. Zeker als het stroef gaat, trekken we vaak zelf al een lang gezicht van op voorhand. Dat helpt natuurlijk niet. Forceer dus gerust een glimlach, en eindig met een “zo, klaar, daar zijn we vanaf voor vandaag.” Daarna kan je de emotie van je kind gaan erkennen enzovoorts (dat stukje doe je ook al vermoed ik).
      Succes!