was successfully added to your cart.
Category

gratis tips

Liefdevol grenzen geven

Liefdevol grenzen geven aan onze kinderen…

We willen het allemaal, maar oh wat is het moeilijk, liefdevol grenzen geven … want:

  • we verliezen ons geduld
  • we zijn moe
  • we hebben bagage meegekregen van vroeger, en we geraken daar maar niet of moeilijk vanaf
  • we twijfelen vaak… verwachten we misschien te veel?

Al dan niet stiekem, verlangen we naar een opvoeding die vanzelf gaat. Waarbij kinderen als vanzelf grenzen zien en ze respecteren. Maar zou dit wel gezond zijn? Misschien heeft elke mama wel in haar hoofd dat het fijn zou zijn wanneer haar kind “gewoon” zou luisteren op simpel verzoek. Maar als dat zo zou zijn, dan zou het kind niets leren over grenzen aangeven, respecteren, assertief zijn en nog zoveel meer.

Een kind grenzen geven, is dus heel erg waardevol. Ze leren er bakken mee en dat is nodig. Grenzen aangeven & aanvaarden is geen vaardigheid waar we mee geboren worden. Dus je wil je kind grenzen meegeven.

Wanneer je zelf twijfelt over de grens, dan heeft dat een impact op je kind. Wanneer je zelf twijfelt of je die bepaalde grens wel zou aangeven of niet, dan pikt je kind dat op. Dit kan een onbewust proces zijn, bijvoorbeeld omdat je je onzeker voelt over je opvoeden.

Maar voor je zelfs nog maar aan grenzen geven begint, zijn er eerst een paar andere dingen die je best eens onder de loep neemt.

Zelfzorg

Ik val in herhaling, ik weet het. Laat het een reminder zijn. Liefdevol grenzen geven, wanneer je zelf heel erg moe bent, lukt alleen maar als je super ver gevorderd bent in het hanteren van je eigen emoties. De meeste mensen zijn nog niet zover. En zelfs dan, is het erg moeilijk. Blijf dus goed voor jezelf zorgen! Stel jezelf iedere dag te vraag:

“Wat kan ik vandaag doen voor mezelf?” Je kan de vraag zelfs ophangen, en ergens in je gezichtsveld laten “rondslingeren”.

Ban alle twijfel

Ga eens na voor jezelf of je wel zeker bent van de grens die je wil geven. Is het iets van jou, iets wat jij graag wil, of is het iets wat een ander graag wil? Vind jij het belangrijk, of vind de ander het belangrijk?

Je kan alleen liefdevol grenzen geven aan die dingen die passen binnen je eigen normen en waarden. Neem ze onder de loep, beslis voor jezelf wat belangrijk is en wat niet, en sta ook achter die beslissing.

Zelfvertrouwen speelt hier ook erg in mee, wanneer je vaak twijfelt aan jezelf (en je merkt dat niet alleen in je opvoeden), dan heeft dit een impact op de manier waarop je effectief grenzen aangeeft. Wanneer je het “niet voelt vanbinnen”, dan straal je dat ook uit, en ga je vaker macht moeten inzetten om je kind te laten luisteren, verbaal (roepen, dreigen) of non-verbaal (stevig vastpakken, een tik geven).

Valkuilen en patronen

valkuil

Misschien herken je het wel… je geeft (al dan niet half) een grens… en je ziet al in je hoofd hoe je kind gaat reageren (niet), hoe jij daarop gaat reageren enz enz.

Net alsof je voor jezelf de val al klaarzet. Je herhaalt telkens opnieuw ongeveer hetzelfde, en er gebeurt ook telkens opnieuw ongeveer hetzelfde. Je zit dan vast in het patroon.

Ook kan het gebeuren dat je telkens opnieuw in dezelfde valkuil trapt. Je weet bijvoorbeeld dat je aanwezig moet zijn, dat je verbinding moet maken met je kind, dat je goed voor jezelf moet zorgen enz enz. Je weet heel goed, dat dit helpt in het liefdevol grenzen aangeven. Maar toch lijkt het niet te lukken en blijf je in diezelfde valkuilen trappen.

Een valkuil kan ook een bepaalde gedachtegang zijn. Typisch is “mijn kind wil me weer liggen hebben, wil me saboteren, pesten, uitdagen, lacht me uit, … “.

Een valkuil kan ook een overtuiging zijn. “Mijn kind luistert toch nooit, wat ik ook doe”. “Het is hopeloos”.

Patronen en vastgeroeste gedachtegangen kan je doorbreken en veranderen. Het vraagt tijd en discipline, maar het kan. Wat er gebeurd is, om eender welke reden, is dat er bepaalde paden in je hersenen ingesleten zijn, brede paden die je als vanzelf kiest. Dit is een fysiek proces, dat met neuronen en synapsen te maken heeft. De oplossing is om je hersenen als het ware te gaan herprogrammeren. En daar bestaan veel ingewikkelde technieken voor, maar deze draaien allemaal rond hetzelfde, en dat is het bewust worden en stoppen van het patroon dat zich telkens herhaalt.

Hoe vaak slaan we onszelf niet voor het hoofd, zeggen we “hier ga ik weer” of “het is weer hetzelfde”. “Ik weet nochtans dat”. Wat we haast altijd vergeten dat is onze hersenen op dat moment aanleren om het juiste te doen.

Dus:

Stap 1: merk het patroon liefdevol op “oops ik ben weer aan het …”. Heb geduld met jezelf, prijs jezelf dat je het patroon gezien hebt. Dat motiveert voor de volgende keer. Van een lieve juf leer je het meest! 😉

Stap 2: stop jezelf in het patroon. Sta letterlijk stil, zeg “stop” tegen jezelf, onderbreek je patroon bewust met iets anders, zoals bijvoorbeeld in je handen klappen of een glas water drinken.

Stap 3: wanneer je goed gestopt bent, voer je effectief het gedrag uit dat je jezelf wil aanleren. Dit gedrag moet helpend zijn en een oplossing bieden voor het probleem dat het patroon uitlokt. Het nieuwe gedrag effectief uitvoeren, dat is zo belangrijk en we vergeten het vaak, of we doen het niet omdat we bang zijn dat we dan onszelf belachelijk maken… Het fijne nieuws is, dat kinderen dit veel beter begrijpen dan volwassenen. Wanneer ze je vragen stellen, kan je dat heel makkelijk uitleggen “ik wil dat niet meer doen (bijvoorbeeld roepen) maar in de plaats dat, dus ik doe dat nu, zodat ik kan oefenen”. Voor kinderen is dit heel logisch.

Wanneer je consequent stap 1 – 2 – 3 herhaalt gedurende 100 dagen, dan ga je dat merken. En als je nu denkt, wat! 100 dagen! Ja, dat is een beetje lang. Maar wat is 100 dagen in je leven? Niks toch? Wanneer je jezelf kan afleren om te schreeuwen tegen je kind in 100 dagen, is het dat dan niet waard? Wanneer we fysiek meer conditie willen opbouwen, aanvaarden we allemaal dat dat maanden of jaren duurt. Heb hetzelfde geduld met je hersenen, en blijf systematisch oefenen, net hetzelfde als wanneer je spieren traint.

Liefdevol grenzen geven

stop

Je kan verschillende dingen doen om een grens aan te geven. Sommige zijn liefdevol (iets vragen of zeggen), andere niet (boos worden, roepen, dreigen, slaan). Belangrijk is sowieso dat je congruent bent, dit wil zeggen dat wat je zegt (je woorden) overeenkomen met hoe je het zegt (het geluid van je stem en je lichaamstaal). Wanneer je stem en je lichaamshouding “niet klopt” met wat je zegt, geraakt je kind in de war.

Verbale communicatie doe je vaak bewust. We hebben geleerd om na te denken voor we wat zeggen. Wanneer je bewust opvoed, lukt het vaak al wel om stil te staan bij wat je zegt, let je op positieve communicatie enzovoorts.

Non-verbale communicatie doen we nog vaak onbewust. Veel ouders letten er niet op. Bij sommigen gaat het vanzelf goed, dat zijn vaak ook mensen die geboren leiders lijken te zijn, die een zekere positieve autoriteit uitstralen. Bij velen gaat het niet vanzelf goed, omdat de non-verbale communicatie wordt beïnvloed door bijvoorbeeld zelfzorg, twijfel en onzekerheid. Daarover kon je hierboven al lezen, ook wat je eraan kan doen.

Wanneer je zelfzorg goed zit, twijfel is verbannen, je patronen kan doorbreken, dan wordt liefdevol grenzen geven veel gemakkelijker.

Pas dan, kan je terugvallen op die technieken om liefdevol grenzen aan te geven die je misschien al kent:

Aanwezig zijn

Je bent er helemaal hé, toch? Of niet? Zorg ervoor dat je aanwezig bent, wanneer je communiceert naar je kind toe. Aanwezig zijn wil zeggen letterlijk, in dezelfde kamer, op ooghoogte, … wat dan ook van toepassing is op de leeftijd van je kind. Aanwezig zijn wil ook zeggen dat je hoofd zich op dezelfde plaats bevind als je lichaam. Je gedachten zijn op een positieve manier bij de grens die je aan het aangeven bent. Wat telt, is het hier en nu.

Die pyjama die aanmoet.

En niet meer dan dat.

Niet “die pyjama die aanmoet omdat ze anders te laat in bed ligt, morgen niet uitgeslapen is, ik weer moet roepen, we te laat op school zijn en ik het verwijt voel een slechte moeder te zijn”. Want dan ben je veel meer met je hoofd in het “straks en morgen” dan in het nu.

Efficiënt communiceren

Hoort je kind wel wat je zegt? Is het duidelijk wat je bedoeld? Vaak vervallen we in eindeloos herhalen en uitleggen op een niveau dat eigenlijk niet past bij ons (nog kleine) kind.

Let op je verbale communicatie én op je non-verbale communicatie. Straal je uit wat je zegt? In tegenstelling tot wat je misschien zou denken, is je non-verbale communicatie een stuk belangrijker dan je verbale communicatie. Welke woorden je precies gebruikt, is bijlange niet zo belangrijk dan hoe je de woorden gebruikt, welke toonje stem heeft, wat je gelaatsuitdrukking is, hoe je lichaam eruit ziet. Is je gezicht gespannen of is er een glimlach, zijn je schouders opgetrokken of ontspannen?

Omgaan met je eigen emoties

Wanneer je kind boos doet, ben je geneigd om zelf ook boos te gaan doen. Je reageert namelijk op wat je ziet. Emoties zijn ook nog eens besmettelijk, zeker voor hooggevoelige mama’s ligt hier een hele uitdaging.

Kan jij “gecontroleerd boos” zijn wanneer je kind over alle grenzen heen gaat? Boos zijn mag, het hangt er maar vanaf op welke manier jij boos bent, en of de mate waarin je dat toont aan je kind, passend is voor de situatie. Dit is heel belangrijk als je zelfzorg nog niet goed zit, of wanneer je kind je nog vaak triggert.

Dus vraag jezelf nogmaals af, “wat kan ik doen als ik boos ben”? Hoe ga jij daarmee om? Omgaan met jouw emoties, is jouw taak. Er is op zich niets mis met boos zijn. In een ideale wereld kom je tot een situatie waarbij je kind je niet meer boos kan maken. Omdat je niet meer getriggerd wordt, je het gedrag van je kind kan plaatsen, en je ook overal een oplossing voor weet (en je dus niet machteloos hoeft te voelen). Je kan dan alle boosheid naar je kind toe laten varen. Maar tot dan … gebruik jij je boosheid positief en gecontroleerd? Of is het meer “ik ontplof”, dan gaat je boosheid met jou aan de haal. En dan is het gewoon hopen dat het goed gaat…

Liefdevol grenzen geven met anderen in de buurt

Idealiter oefen je je in liefdevol grenzen aangeven wanneer je alleen bent met je kind. Dat is de meest eenvoudige situatie. Heel vaak wanneer je partner er ook bij is, of je je kind moet “terechtwijzen” wanneer er anderen bijzijn, kan je dat ervaren als veel lastiger. Hoe lastiger je het vind, hoe meer last je zal hebben van “goedbedoelde adviezen” en bemoeienissen, wat het nog moeilijker maakt.

Zucht.

De oplossing daarvoor is simpel. Oefen jezelf in het liefdevol grenzen aangeven. Hoe beter je erin wordt, hoe zelfzekerder je wordt. Hoe meer je non-verbaal al de juiste dingen uitstraalt. En dat pikt niet alleen je kind op, maar ook de anderen die toekijken naar hoe jij grenzen aangeeft.

Ban alle twijfel… jij kan dit. Je weet welke grens aangegeven dient te worden, je weet voor jezelf dat jij die belangrijk vind. Wat maakt het uit wat een ander denkt of vind? Het is jouw kind…

Daar is niks mis mee.

Succes!

3 ultieme vakantie-tips

3 tips

Hehe, de vakantie is nu helemaal daar. Voor de schoolgaande kinderen tenminste. Wij ouders “moeten” (willen?) vaak nog wat doorwerken of beginnen in huis aan die 101 klusjes waarvoor er tijdens het schooljaar geen tijd is. Soms stoppen we bijgevolg onze schoolgaande kinderen op dagkampjes, waardoor we vaststellen dat er aan het ritme eigenlijk niet zo veel verandert.

Hmmm… is dat dan vakantie?

Drie vakantie-tips komen er nu aan! Ook als je nog wil werken. Nog druk bezig bent. Ook als je kind op dagkampje zit en het ritme quasi gelijk lijkt aan school. Maar ook als je al lekker thuis bent, al dan niet samen met je kind.

Maak vakantie herinneringen

Je kent ze hopelijk wel, die kleine, fijne oases van rust die je soms – al dan niet toevallig – lijkt tegen te komen. Je bent aan het voorlezen bijvoorbeeld, en plots krijg je zo een gevoel van “heerlijk, dit is het helemaal”. Of het lukt je eindelijk om fijn mee te spelen met je kind terwijl dat anders soms zo moeilijk is en je denkt “kon het maar altijd zo zijn”. Of je stelt vast, dat samen lekkere hapjes maken (en opsmullen natuurlijk) toch zoveel verbinding kan maken.

Wanneer je zo’n gouden momentje ervaart, neem even de tijd om dat te benoemen. Voor jezelf, maar ook voor je kind. Je krijgt gegarandeerd een fijne feedback van je kind, wat jou gaat stimuleren om dit vaker te willen herhalen. Zeg dingen als “oh, dit is leuk zeg”, of “wat fijn zo hé”. Maak de herinnering tastbaar ook, schrijf er een kort briefje over, maak er een tekening van, neem een foto.

Vakantie herinneringen maken zijn waardevol om twee redenen. De eerste reden is dat het je helpt om even nog sterker in het nu aanwezig te zijn. Je legt de focus op het goede moment (ook al was het tien minuten daarvoor dikke ruzie…), het helpt de minder goede dingen vergeten. Je geeft aandacht aan datgene wat je écht wil. Je weet dat wat je aandacht geeft, groeit, dus … . De tweede reden is dat die kleine, tastbare herinneringen je later (na de vakantie) gaan inspireren. Want heel vaak, als het terug school is, zijn we dat vakantiegevoel veel te snel weer kwijt. Deze keer niet, want als je dit de hele vakantie doet, dan ga je bij het begin van het nieuwe schooljaar / de herfst / na je vakantie een mooi stapeltje hebben van fijne herinneringen en gebeurtenissen. Het gaat je inspiratie geven om het vakantiegevoel terug te laten komen. Want tijdens het jaar is het om de een of andere reden soms moeilijk om ons eraan te herinneren, dat we echt wel tijd hebben om een picknick te organiseren in de living.

Ben je er wel bij?

Je lichaam is altijd in het nu. Dat is makkelijk. Fysiek ben je er gewoon. Dat kan niet anders. Je hoofd daarentegen… Waar is je hoofd, of handiger gezegd, waar zijn je gedachten? Zijn je gedachten, net zoals je lichaam, bezig met wat je nu aan het doen bent? Dan ervaar je ook geregeld stilte in je hoofd. Heerlijk… die rust.

De meeste mensen stellen vast dat hun gedachten vaak in de toekomst zitten. Met je hoofd en je gedachten in de toekomst zitten, wil zeggen “ik zal maar snel koken want anders liggen ze niet op tijd in bed”. Je gedachten zijn bij het doel “op tijd in bed” en niet bij “koken”. Je ben dan met je hoofd in toekomst. En we doen dat allemaal wel eens (als we het constructief doen, dan heet dat plannen ;-)). Niks mis mee. Maar als je dat de hele tijd aan het doen bent, dan is je lichaam letterlijk de hele tijd je hoofd aan het achterna hollen. En van al dat hollen, wordt je gewoon kei-moe! Je voelt je letterlijk uitgeput en leeg van al dat hollen en haasten.

Het omgekeerde kan ook, je hoofd is dan in het verleden (en je lichaam ook weer in het nu, dat kan niet anders). Dit betekent dat je veel aan het nadenken bent over bijvoorbeeld de ruzie van deze morgen. Met je kind, of met je partner. Een slechte beoordeling op het werk die je kreeg. Wat er allemaal fout is gelopen in het verleden. Wat er dan gebeurt is dat je lichaam je hoofd moet meetrekken. Want het hoofd loopt achter. Ook vermoeiend, maar wat hier anders is dan het hoofd in de toekomst, dat is, wanneer je hoofd in het verleden zit, je heel vaak letterlijk het gevoel hebt dat je niet vooruit geraakt. Dat je vast zit. Alsof je hoofd letterlijk een gewicht is dat moet meegesleurd worden, en het is zo zwaar, zo zwaar, tot je letterlijk stilstaat of stilvalt.

Sommige mensen combineren zelfs, en zijn met hun hoofd quasi nooit in het nu. Ze zitten ofwel in de toekomst, ofwel in het verleden. En hun arme lichaam wordt maar van het ene naar het andere geslingerd.

Oké, leven in het nu dus, hoe begin je daaraan? Op zich kennen we dat meestal wel en proberen we dat ook te doen. Maar het lastige is, dat onze hersenen wel getraind zijn intussen in al die toekomst- en verleden gedachten. We willen dus effectief onze hersenen opnieuw gaan trainen, met nu-gedachten. Tis zoals een marathon leren lopen, het vraagt oefening, tijd, aandacht, discipline ook om jezelf te herpakken wanneer het even lijkt tegen te zitten allemaal. Het vraagt moed, en doorzettingsvermogen.

Gelukkig hebben moeders daar veel van, zeker als het gaat om hun kind. We gaan voor onze kinderen door het vuur, we zouden alles doen voor hen. Gebruik gerust die energie om jezelf te leren nu-gedachten te hebben.

De vakantie herinneringen gaan je alvast helpen, want dat zijn nu-gedachten. Je kan ook tijd nemen om te kijken naar je kind, wat is hij of zij aan het doen, wat gebeurt er precies? Geniet van het moment… Probeer om je hoofd terug op je lichaam te zetten, door actief te checken wat je lichaam eigenlijk aan het doen is, en om met je hoofd met hetzelfde bezig te zijn (die courgette die ik aan het snijden ben voor het avondeten ziet er zo mooi groen uit vandaag, en ruikt ook bijzonder lekker).

Wat doe jij eigenlijk graag? Maak er ankers van.

Stel dat je de hele dag alleen thuis bent, en niets moet. Waarmee zou je jezelf dan eens lekker verwennen? Neem een stukje papier en een kookwekker, en schrijf ideeën op. Wanneer je niet meer weet wat je moet schrijven, zet je de wekker voor twee minuten en denk je nog twee minuten na over wat je graag doet. Ook dat is het trainen van je hersenen, net zoals met spieren, wanneer je moe bent, nog eventjes verder gaan.

Wat zijn jouw rustankers? Net zoals het anker van een boot op een woelige zee, kan jij ook jouw rustankers gebruiken om tot rust te komen wanneer het niet zo rustig is. En het wordt helemaal geweldig als je dit kan maken niet alleen voor jezelf, maar ook voor je kind (eren). Oudere kinderen kunnen dit ook prima zelf, je kan woorden gebruiken of tekeningetjes of allebei natuurlijk.

ankers

Nog meer weten over ankers? Bekijk dan gerust (nog eens?) het filmpje van dag 3 van de mini-challenge, daar heb ik het ook over ankers:

Fijne vakantie!

ontstress jezelf in 5 minuten met deze 5 tips

Het zijn de laatste loodjes voor de echte zomermaanden. Voel jij het ook? Nog snel even dit, nog rap even dat, en dan! Ja, dan rust. Op het werk moet er nog even vanalles af. De kinderen zijn schoolmoe. Examens en toetsen aan de gang.

Meer dan redenen genoeg om niet te wachten tot je tijd hebt om te ontstressen. Je krijgt alvast 5 tips mee, elk van de tips kan je toepassen in 5 minuten. “Geen tijd” is dus geen excuus! 😉

Tip 1: snelle massage

Masseer het knooppunt op je hand aangeduid met een kruisje op de onderstaande foto. Neem even tijd om het goede punt te vinden, het voelt lichtjes pijnlijk, intenser dan de zone errond, wanneer je er druk op uitoefent. Je kan dit punt zachtjes masseren met cirkelvormige bewegingen, om te ontspannen. Het is ook dit punt dat “gemasseerd” wordt wanneer je zo’n bandje bij de apotheek gaat halen tegen hoofdpijn (zonder medicatie). Je kan dit altijd en overal doen, gedurende een paar minuten.

stresspunt

Tip 2: ademen

Het gaat niet om het bereiken van die diepe, relaxerende buikademhaling, wat je wel vaker hoort. Het gaat om goed doorademen, en de juiste ademhaling te gebruiken bij de juiste situaties. Wanneer je stress ervaart, ga je automatisch oppervlakkig ademen. Dat is een stressreactie van ons lichaam, indertijd, toen we nog moesten vluchten voor roofdieren, was dat erg handig. Nu niet meer, maar de reactie is er nog altijd.

Dus neem geregeld de tijd om extra te ademen. Wat dieper dan je gewoonlijk zou doen. Ook eens stevig zuchten kan wonderen doen.

Tip 3: voelen

Neem geregeld de tijd om even stil te staan bij wat je voelt vanbinnen. En alles is oké hé. Je kan voelen in termen van emoties, maar ook in termen van sensaties. Je kan je moe voelen, verdrietig voelen, boos voelen, of je kan ook een bal spanning voelen in je buik. Alles is oké. Vertel jezelf, dat wat het ook is, je het nu niet hoeft op te lossen. Simpelweg voelen wat er te voelen valt, en het gevoel er bewust laten zijn, is ook al helpend.

Ademen helpt hierbij, het is dus heel logisch om tip 2 en tip 3 aan elkaar te hangen. 🙂

Tip 4: geef jezelf helpende gedachten

Ik zeg wel eens tegen onze oudste “nu ben je jezelf aan het boos maken, met rode gedachten”. Er zijn verschillende manieren om stress op te lopen. Je kan stress krijgen van andere mensen, van je partner, je kinderen. Je kan stress krijgen van situaties, wanneer dingen anders gaan dan je had gewild. Maar je kan absoluut ook stress krijgen van jezelf, door een bepaalde manier van denken.

Meestal zie ik dat mensen aan de slag gaan met de twee eerste bronnen van stress, omdat ze niet weten hoe om te gaan met de derde bron. Maar in feite is net die derde bron van stress, je eigen gedachten, het handigst om aan te pakken. Omdat je hier helemaal zelf de controle over hebt. Dit kan een lang en moeizaam proces zijn, wanneer je negatieve gedachten ervaart die je zijn ingelepeld in je kindertijd. Maar je kan ook met vijf minuten per dag al aan de slag, door voor jezelf een paar mantra’s te bedenken, zoals:

  • ik ben goed genoeg
  • het is goed genoeg
  • het is oké (naar je kind toe bijvoorbeeld kan je die ook vaak herhalen)
  • relax

Deze kan je opschrijven op een post-it en op de ijskast hangen (bijvoorbeeld).

Tip 5: gebruik je zintuigen

Hier gaan we een beetje de mindfullness kant op. Je zintuigen gebruiken om jezelf te ontstressen, is ook weer heel makkelijk en snel. Je kan geuren gebruiken, zoals lavendel. Wanneer je last hebt van een inwendige piekermolen, kan je je concentreren op je omgeving, en tien dingen opnoemen die je hoort. Tien dingen die je ziet. Wanneer je net last hebt van lawaai en drukte uit je omgeving, kan je je voorstellen dat je in een grote zeepbel zit, of kan je in jezelf kijken, wat er daar te zien / voelen is.

Nog meer tips?

Die kan je krijgen in de online workshop “ontstress jezelf”! 🙂

 

Schermpjes zonder schuld

schermpjes zonder schuld

Er was deze week weer heel wat te doen rond schermtijd. Er werden resultaten gepubliceerd van een nieuw onderzoek van UHasselt, dat stelt dat wanneer er meer dan 10 uur tv of computer per week gekeken wordt, dit leidt tot celveranderingen gelinkt aan diabetes en hart- en vaatziekten. Men stelt ook, dat een “goede” schermtijd vaststellen, moeilijk blijft.

Mijn kinderen zagen de resultaten op Karrewiet passeren, en de oudste stelde spontaan voor om ons schermplan aan te passen. Hij had meteen goeie, concrete ideeën (die hij deze morgen bij het implementeren al minder interessant vond ;-), maar goed). We halen dus alvast weer een beetje af van onze schermtijd. Het mooie weer helpt mee.

De klassieke vraag…

… die ik wel vaker hoor, is “hoeveel tv / computer mag mijn kind nu eigenlijk kijken”? Mensen vragen het zich af, ik denk omdat het ook zo wordt aangepakt in onderzoeken en in de media: “hoeveel uur mag”. Terwijl ik me best kan inbeelden dat het in realiteit kan verschillen van kind tot kind, en van ouder tot ouder, want je moet natuurlijk bereid zijn om dat goede voorbeeld te geven… Vaak wordt er ook enkel gekeken naar beweging (meer stilzitten voor tv is minder bewegen), maar is dat wel zo zwart-wit. Wanneer je tv ruilt voor lezen bijvoorbeeld, beweegt je kind nog steeds evenveel.

Maar eigenlijk gaat het om veel meer…

Wanneer ik dan doorvraag, komen er heel andere vragen en situaties naar boven. Eigenlijk is het kind in kwestie gevoelig voor prikkels bijvoorbeeld, en ontstaan er daardoor problemen. Die verergerd worden door veel tv (want dat zijn nog meer prikkels). Bijna altijd voelt de ouder in kwestie zich schuldig. Bijna altijd is er gedoe rond het uitzetten van de schermpjes. En dat verzwaart het geheel. Bijna altijd snakken ouders gewoon naar RUST, en lijken ze die alleen te vinden wanneer hun kind even tv kijkt en dus stil is…

Al deze dingen maken, dat het probleem “schermtijd” niet op te lossen is, door enkel en alleen maar te kijken naar “hoeveel uur mag”.

Dus!

Kijk naast de klassieke vraag ook eens naar het volgende:

  • Voel ik me schuldig? Zo ja, waarom precies?
  • Wat is nu de ideale schermtijd? (hoeveel uur mag dus, het hoort erbij)
  • Wat is normale weerstand van mijn kind, en hoe ga ik daar mee om?
  • Wat zijn voor mijn gezin de valkuilen en hindernissen bij het bepalen van de schermtijd?

Wat meer uitleg over elk puntje kan je hieronder lezen.

Schuldgevoel

Veel ouders kampen met een schuldgevoel rond schermtijd. Ze voelen zich bijvoorbeeld een slechte ouder, omdat ze er niet in slagen om schermtijd te beperken. Of omdat hun kind nogal veel drama maakt wanneer bijvoorbeeld de tv uit moet, en ze daar soms – heel eerlijk – gewoon echt geen zin in hebben. Weten wat er achter je schuldgevoel zit, maakt het makkelijker om hiermee voor jezelf om te gaan.

Wat is nu de ideale schermtijd?

Daarbij spelen voor mij verschillende factoren een rol. Niet alleen maar beweging. Ook de mate waarin een kind omkan met zijn of haar emoties is belangrijk. Slaapt je kind goed? Heb je zelf veel behoefte aan rust? Het speelt allemaal mee.

Normale weerstand

Weerstand hoort bij opvoeden. Kinderen zoeken grenzen op, en als ouder geef je ze aan. Maar je kan je terecht afvragen of het drama dat je kind verkoopt als de tv uit moet, nog wel “normaal” is. Als dat te geladen is, te zwaar, dan is er waarschijnlijk meer aan de hand, en is het ook daar goed om eens te kijken wat eronder zit. Hooggevoelige kinderen bijvoorbeeld die overprikkeld zijn op school, en na school meteen achter een scherm kruipen, maken bijna gegaradeerd veel drama wanneer het scherm uitmoet, en / of gaan minder goed slapen.

Niet elk probleem dat zich stelt rond schermpjes, in in feite een schermprobleem…

Valkuilen en hindernissen

Een valkuil kan bijvoorbeeld zijn dat er niet goed gecommuniceerd wordt over uitzonderingen. “Als mama ziek is, mag er meer tv gekeken worden”. Vaak staan we dat toe maar vergeten we te zeggen dat het een uitzondering is om die en die reden.

Soms is de vooropgestelde schermtijd simpelweg niet haalbaar op dit moment, waardoor iedereen in de stress schiet.

Overprikkeling is zoals gezegd al een gigantische valkuil, wanneer je hooggevoelig kind veel drama maakt over tv, en je pakt de overprikkeling niet aan, dan blijf je drama hebben, wat je ook doet rond schermtijd…

En zo zijn er nog een paar.

Online workshop “schermpjes zonder schuld”

Met al deze bovenstaande elementen begeleid ik ouders naar een ideale schermtijd die past bij het gezin. Met alles wat daarbij hoort. In de online workshop maken we rond al deze elementen meer diepgang en krijg je een concrete leidraad om je eigen schermplan op te maken. Doordat het een online workshop is, kan jouw investering heel laag zijn (25 €). Je krijgt bovendien een opname en toegang tot het nieuwe platform, waar je nog tot twee weken na de workshop vragen kan stellen. Zodat het helemaal oké is als je er niet bij kan zijn. Dan kijk je gewoon lekker nadien.

Meer informatie en inschrijven doe je hier.

 

Zo breng je je kind echt hélemaal tot rust!

We lezen veel over het “reptielenbrein” tegenwoordig en dat is goed. Maar hoe kan die kennis ons nu helpen in het opvoeden? Bijvoorbeeld, in een overprikkeld kind tot rust te helpen komen?

Een praktische toepassing…

Maar eerst kort de theorie opfrissen

Op een gegeven moment in de tijd, waren er reptielen. Met een reptielenbrein. Zij konden (kunnen) sensaties gewaar worden. Sensaties zijn dingen als warmte, koude, kippenvel, een hartslag (langzaam of sneller), ademhaling (oppervlakkig of diep), …

Toen kwamen de zoogdieren. Zij ontwikkelden, rond dat reptielenbrein, een tweede laag hersenen. Toen had je een zoogdierenbrein. Zoogdieren hebben de sensaties van de reptielen, en daarboven voelen ze ook nog eens emoties. Voorbeelden van emoties zijn blijdschap, verdriet, boosheid, … .

Toen kwam de mens. En ja natuurlijk zijn wij ook zoogdieren, maar wat is er anders aan onze hersenen? Mensen hersenen hebben een derde laag. Het is die derde laag die ons laat denken, plannen, en die taal mogelijk maakt. Mensen hebben én het reptielenbrein én het zoogdierenbrein én denkende laag erbovenop. Wij kunnen sensaties ervaren, emoties voelen, en plannen maken, dingen bedenken, … .

Gebruik elke hersenlaag

Hoe zou het zijn, als je je kind tot rust helpt te komen met deze kennis? Hoe kan je nu elk van deze drie lagen apart tot rust brengen, zodat er een diepere relaxatie ontstaat?

De buitenste laag (de “mensen laag”)

Vaak beginnen we met de buitenste laag. Hier ga je helpende gedachten gebruiken om je kind rustiger te laten worden. Je creëert je eigen helpende gedachten om zelf rustig te blijven, en je spreekt helpende gedachten uit om je kind te helpen.

  •  Wat heb jij nu nodig?
  •  Wat is er aan de hand?
  •  Hoe deed je dit vorige keer?
  •  Wat kan je nu doen?
  •  …

De middelste laag (de “zoogdieren laag”)

Dit is het stukje van de emoties. We reguleren de emoties van onze kinderen door zelf rustig te blijven, te benoemen, erkennen, …

De reptielen kern

Dit is dus de kern. Wat letterlijk het diepst vanbinnen zit. Je kan die ook aanspreken om nog diepere relaxatie te bekomen. Vaak gebruiken we deze enkel apart, we gaan ons focussen op onze ademhaling om rustig te worden bijvoorbeeld. En dat werkt niet.

Wat wel een heel goed effect heeft, dat is om na dat stukje emoties, ook nog eens deze kern aan te spreken. Geef je kind warmte bijvoorbeeld na een driftbui. Een deken of een kersenpit kussen. Een warm bad misschien?

Kortom, door alle lagen apart te benaderen en na elkaar in te zetten, bereik je meer.

 

Dit artikel werd voor het eerst gepubliceerd bij Nieuwetijdskind Magazine!

meer rust met je kind

gratis challenge meer rust met je kind

Meer rust met je kind… hoe komt het toch dat dat zo moeilijk is? Oké, we hebben veel te doen, het huishouden is druk, we “moeten” gaan werken, er moet zoveel maar…

We hebben toch ook Google? Laten we het eens aan Google vragen, meer rust met mijn kind, hoe begin ik er aan…

We ontdekken veel.

Heel veel. Verschillende hapklare artikels (en blogs zoals deze) duiken meteen op. 4 tips voor meer rust met je kind. 6 tips voor je hooggevoelig kind. 8 tips tegen onrust. En ga zo maar door. Tips zat, zo lijkt het wel.

Wat is het probleem eigenlijk?

Het doet me denken aan die keer dat ik googlede op “meer zelfvertrouwen”, want ik wou tips voor meer zelfvertrouwen, want, ik wou meer zelfvertrouwen. Ik vond veel tips, goeie en minder goeie, paste er een aantal toe. Een tijd. En dan verwaterde dat weer, want iedere dag dit of dat er nog eens bijdoen, daar had ik geen tijd voor…

Enorm veel tips die ik las over meer rust krijgen met je kind, waren ofwel ingewikkeld, ofwel vaag. “Stel je prioriteiten”, is een goeie tip, maar hoe doe je dat nu, in je dagelijkse leven? Daar moet je toch echt wel even voor gaan zitten, en erover nadenken, waarschijnlijk komt er dan vanalles los, en dan moeten we daar weer over gaan nadenken… Allemaal zinvol, maar tegelijk zijn we best wel bang voor al dat nadenken, en we hebben er ook weinig tijd voor. Dus verwatert dat weer.

Ik denk dus niet dat het probleem is dat we niet weten hoe we meer rust met ons kind kunnen krijgen. Ik ben er zeker van dat je ook wel weet, bewust of onbewust, dat je je prioriteiten moet stellen, dat de afwas echt wel even kan wachten om een spelletje te spelen met je kind… (maar ook niet voor eeuwig en altijd, dus daar loop je dan weer vast).

Wat is het probleem dan wel? Ik wil hier geen algemeenheden gaan verspreiden, uiteraard is het voor iedereen anders. Ik kan me wel voorstellen, dat het echte probleem eerder iets is in de trend van:

  • Mijn kind wil niet mee
  • Mijn partner, die zou dat maar gek vinden
  • Het is toch gewoon normaal, dat we het zo druk hebben? Dat is toch overal zo?
  • Ik heb er geen tijd voor
  • Het is te ingewikkeld of te moeilijk
  • Ik heb er geen zin in (eerlijk)
  • Ik heb het al zo vaak geprobeerd en toen … (niet helpende overtuigingen, heet dat)
  • Ik heb gewoon geen fut meer om eraan te beginnen… (heel eerlijk)

En geloof het of niet, ik snap dat. Been there, done that… Als hooggevoelige mama van twee energieke, hooggevoelige jongens, is rust voor mij een absolute noodzaak simpelweg om overeind te blijven in het leven. Het moet er gewoon zijn, anders trek ik het écht niet (maar écht niet).

Misschien wel de grootste valkuil van al.

Dat is wanneer we nadenken over “meer rust met mijn kind”, dat we een ideaal beeld in ons hoofd krijgen. Floep, daar is het. Je ziet jezelf helemaal zen, de kinderen rustig aan het spelen, niemand die zeurt of je lastigvalt, iedereen die zijn of haar plan trekt en op tijd en stond iets moois komt vertellen of meedelen. Waarschijnlijk in een ideale setting, waar de zon schijnt en het huis waarin je woont helemaal aan de kant is. Rust met je kind wordt zo… een mooie maar onhaalbare droom. Dus doen we maar geen inspanningen… Want jij weet waar je nu staat, in alle drukte, met een ontploft huis en ruzieënde kinderen. En de kloof tussen waar je nu staat en waar je zou willen zijn, die lijkt veel te groot om te overbruggen.

En dan is de vraag…

Durf jij 1 stap te zetten?

Want om naar de overkant van de kloof te gaan, heb je alleen maar een brug nodig met treetjes. Misschien zijn het wel 100 treden, of 1000, maar als je 1 tree al kan nemen, dan ben je echt al wel dichter bij de overkant.

Natuurlijk, als je 1 tree genomen hebt… dan wil je misschien niet meer terug. Misschien krijg je dan wel zin in nog een tree. Of misschien word je wel bang onderweg van alle verandering…

Wil je graag meer rust met je kind? Echt wel ja? Ben je bereid om 1 stap te zetten? Ben je daar dapper genoeg voor?

(Moeders die iets doen voor hun kind -wat je kind profiteert natuurlijk van jouw nieuw gevonden rust- , zijn de dapperste mensen van de planeet, dat geloof ik echt… Wanneer je jezelf meer rust kan geven, is het helemaal prima, wanneer het nog moeilijk is om iets voor jezelf te doen, doe het dan voor je kind)

Probeer dan deze eens:

Voortaan ga je, in de ochtend, wanneer je stress ervaart, even stoppen waar je mee bezig bent en squats doen. Zo diep door je knieën buigen vanuit stilstand en weer recht (luister naar je lichaam!). Wanneer je wat uit conditie bent zoals ik 😉 dan duurt het ongeveer 1 minuut voor je moe bent. Of 2. Niet lang, in ieder geval. Na die éne minuut haal je nog eens een paar keer diep adem, en je stressniveau zal een stuk lager liggen. Je hangt een post-it op de ijskast of een andere plek waar je vaak komt, en je schrijft daarop “squats”. Als reminder.

Zo simpel is dat. En zo kort duurt dat.

Het moeilijkste is “wil ik wel echt iets veranderen”, “wat gaan de kinderen denken”, “wat gaat mijn partner denken”, “hoe moet ik dit nu weer gaan uitleggen”.

Je kinderen gaan het waarschijnlijk heel erg grappig vinden en misschien willen ze meedoen. Dat is ontladen en mooi meegenomen! Tegen hen kan je zeggen “ah dat is mama’s nieuwe ochtendgymnastiek” (dat is niet gelogen, toch?). Tegen je partner kan je overigens hetzelfde zeggen (beloof hem of haar strakkere billen ;-)). Of je zegt dat je ergens gelezen hebt dat dat helpt tegen de stress.

Succes!

In balans!

in balans

Wanneer partners in balans zijn, in evenwicht, gaat het in het gezin vaak ook beter. Zijn er minder problemen met de kinderen en lijkt alles meer op wieltjes te lopen. Jij en je partner zitten beter in je vel, waardoor je ook beter kan luisteren naar mekaar waardoor je je meer gehoord voelt waardoor … 🙂 Een positieve spiraal.

Maar de dag van vandaag is dat allemaal niet meer zo evident.

Mannen moeten hun vrouwelijke kant laten zien, en vrouwen moeten “hun mannetje staan”. En dat heeft een impact, op ons leven, onze relatie, onze kinderen. Er zijn zoveel verwachtingen over “wat moet”, wiens taak het allemaal is, wie doet wat, doen we wel beiden evenveel? Vanuit de grote hoop werk die we voor ons zien liggen, en onze eigen vermoeidheid, gaan we werk in de schoenen van de ander willen schuiven, gaan we kijken of het wel eerlijk is, want we willen zeker niet “teveel” doen en de ander moet ook zijn of haar steentje bijdragen. We denken heel erg vaak in termen van “tijd tekort”. Tijd is zo kostbaar geworden, dat we bereid zijn om ervoor te vechten.

Yin Yang

logoDit logo is niet voor niets gebaseerd op een yin-yang afbeelding. Yin symboliseert vrouwelijkheid, en Yang mannelijkheid. Als mens gebruiken we beide. Laten we het gemakshalve even “energie” noemen. Vrouwelijke energie is dan het zorgen, het moederlijke, de lijm, het gezin samenhouden en de conflicten sussen. Vrouwelijke energie is ook vaak een stapje terugzetten, en doen wat goed is voor het gezin, voor het geheel, in plaats van handelen voor jezelf. Vrouwelijke energie speelt een grote rol in hechting van het jonge kind. Het is je vrouwelijke energie, die ervoor zorgt dat je de behoeften van je baby voor kan laten gaan op die van jezelf. Wanneer je baby honger heeft, en jij ook, dan ga je toch eerst die baby eten geven. Dat is gewoon slim voor het overleven van de mens, want die baby heeft dat eten meer nodig dan jij. Wanneer je net moeder bent, kan je die periode van het met wat minder moeten doen, ook prima overbruggen. Je eet misschien wat minder, je slaapt minder. Dat is de natuur, en jouw lichaam is daar prima voor uitgerust en kan daar ook mee om. Het put uit een reserve die daarvoor gemaakt is.

Wanneer jij als kersverse moeder alleen maar voor je baby moet zorgen, is er dus ook geenenkel probleem… Enter de mannelijke energie. Het huishouden moet ook in orde zijn. Het huis en de auto afbetaald. Spulletjes gekocht. Uit werken gaan, want je wil toch wat bereiken in je leven? “Alleen maar moeder zijn”, is voor de meesten niet meer goed genoeg… Op zich ook nog geen probleem, want mannelijke energie hoort ook bij vrouwen en is op zich zeker positief. Het is die energie die mee maakt dat je grenzen kan aangeven, opkomt voor jezelf, en ook aan je eigen behoeften kan denken, wanneer dat nodig is. Wanneer jij op het toilet zit, en je baby huilt, dan moet ie echt wel gewoon even wachten. Wanneer je mannelijke energie dan goed zit, dan kan dat ook zonder schuldgevoel, en dan is er, alweer, niets aan de hand. Je bent in balans.

Als vrouw heb je dus vrouwelijke energie, en mannelijke energie. Beide zijn aanwezig.

Je partner (ik ga er even vanuit dat dat een man is, maar dat hoeft dus niet perse) heeft ook mannelijke energie en vrouwelijke energie. Ook daar is er een balans te bereiken.

De meeste mannen hebben allicht meer mannelijke energie dan vrouwelijke, en de meeste vrouwen hebben meer vrouwelijke energie dan mannelijke. Maar dat hoeft dus niet zo te zijn. Misschien ken je wel een koppel, waarbij je gniffelend denkt van “die vrouw is net een man en die man is net een vrouw”. Vrouwlief maakt carrière en manlief blijft thuis voor de kinderen, dat stereotype. Ook dat kan prima in balans zijn, wanneer beide partijen dat erkennen van elkaar en elkaar daarin aanvullen.

Wat is er dan aan de hand?

Waar loopt het nu mis? Want eigenlijk zitten we gewoon prima in elkaar. Een beetje vrouwelijke energie, een beetje mannelijke energie, beiden in balans, en prima toch? En dat is ook zo, dat zijn die prachtige momenten waarbij je voelt dat er een evenwicht is in jezelf én in je partner. Wat je voelt, is het evenwicht in vrouwelijke en mannelijke energie. Je hebt tijd voor jezelf én tijd voor anderen. Je kan tegemoetkomen aan de behoeften van anderen én die van jezelf. Je kan hard werken én geld verdienen én niets doen. Idem voor je partner.

Maar wat zie ik nu heel vaak gebeuren… Er wordt een kindje geboren. Of vroeger, vaak zie je dit tijdens de zwangerschap al gebeuren. Instinctief krijgt jouw vrouwelijke energie een boost. Die van je partner ook, maar die is niet zo handig in het uiten van die boost aan vrouwelijke energie. Per slot van rekening is je partner waarschijnlijk vooral opgevoed door vrouwen, en niet door (nieuwe) mannen… (een viscieuze cirkel trouwens waar we vandaag ook nog last van hebben, aangezien onze zonen nog steeds vooral door vrouwen worden opgevoed). Dus gaat die dat vertalen in “meer energie” en vaak meer mannelijke energie. Ze willen plots meer geld gaan verdienen, kloppen langere uren op het werk, gaan klussen in het huis, … terwijl je als mama graag meer vrouwelijke energie van je man zou willen ontvangen. Je wil eigenlijk dat hij meer tijd neemt om te praten, om over je dikke buik te aaien, naast jou te komen zitten in de zetel, … .

En wanneer de baby geboren is, wil je dat hij actiever is in het huishouden, dat hij luiers ververst, babies draagt, flesjes geeft wanneer jullie kiezen voor flesjes. Ik ken genoeg ouders die kiezen voor een flesje in plaats van borst of naast borst, omdat ze zeggen van “ja dan kan mijn partner de baby ook eens eten geven”. Terwijl een baby eten geven, toch echt wel de taak van de moeder is volgens de natuur, want die heeft borsten gekregen. Mannen niet. Als vrouw vragen wij op dat moment (te) veel van onze partner. Waarschijnlijk vanuit onze eigen onzekerheid en verwachtingen. We ervaren zelf een shift in die energie, een boost, en we verwachten van onze partner hetzelfde.

Wanneer jij een partner hebt die op zich al goed in balans is, en die zich makkelijk aanpast, dan ervaren jullie waarschijnlijk weinig problemen. Maar heel vaak, voelt die partner zich dan plots onzeker, in die nieuwe verantwoordelijkheden. En ziet hij tegelijkertijd een vrouw voor zich, waarbij het als vanzelf lijkt te gaan. Zijn vrouwelijke energie neemt helemaal niet toe, integendeel, zijn mannelijke energie krijgt een knauw. Hij trekt zich terug, wordt nog onzekerder, en laat het hele opvoedgebeuren het liefst van al aan zijn vrouw over… Ook al wil hij wel “helpen” of “babysitten” maar de verantwoordelijkheid, die legt hij graag bij zijn vrouw.

En daarom worden papa’s, die een afwezige papa hadden, vaak zelf ook een afwezige papa… Zij kunnen niet om met die boost aan vrouwelijke energie die ze bij jou zien. Zij kunnen niet om met jouw verwachtingen. Zij kunnen die vrouwelijke energie die in zichzelf zit, niet zien, niet omarmen, … ze verdrinken er helemaal in.

Opnieuw in balans

Nu we het verhaal kennen van vrouwelijke energie, en mannelijke energie, kunnen we ook tips bedenken, om het evenwicht terug te herstellen. Denk eens aan jezelf als mens met vrouwelijke en mannelijke energie, in plaats van als vrouw. Hoe zit bij jou de balans? Stel dat jij in balans bent, welk effect zou dat hebben op je partner?

Wanneer je een onevenwicht ervaart in je relatie, komt dat heel vaak omdat je bent “doorgeschoten” in je mannelijke energie, of omdat je partner niet mee kan met de boost aan vrouwelijke energie. We leven in een maatschappij waar mannen eigenlijk de norm zijn. Vrouwen moeten hun mannetje staan, vooral op het werk. We moeten doelen halen en resultaten bereiken, al die dingen zijn energetisch mannelijk geladen. Veel mannelijke energie wordt gezien als “goed”, zowel voor vrouwen als voor mannen. Vrouwelijke energie wordt vaker gezien als niet efficiënt, te zacht, te chaotisch, te gevoelig…

De balans van je partner, dat is die van je partner. Begin altijd bij jezelf. Breng je eigen balans in orde, en je zal merken dat je man hierop positief zal reageren.

Een paar tips.

Tip 1: Geef jezelf de tijd om na je werk vooral, bewust terug te “shiften”. Kom uit je mannelijke energie en stap bewust terug in je vrouwelijke. Je kan dit zelfs visualiseren, en effectief fysiek de stap zetten.

Tip 2: Mannen kunnen ook met kinderen omgaan. Ja, ze doen dit anders. En dat mag. Het hoeft niet op jouw manier. Geef hem tijd en ruimte om zijn gang te gaan. Ze leren door te doen. Een baby die even huilt omdat papa niet zo handig is met de luier, is niet zo erg, zeker niet als die papa kan doorzetten en zelfverzekerder met luiers om kan gaan nadien. Een ouder kind kan je aanmoedigen om met papa in gesprek te gaan, om te zeggen wat ze nodig hebben. Leg uit dat jij vaak wel weet zonder woorden wat nodig is, en papa niet. Dat is oké.

Tip 3: Zoek goede mannelijke voorbeelden, als je thuis geen exemplaar hebt rondlopen. Dat kan de papa zijn van een vriendje van op school. Een voetbalcoach die kan zeggen dat hij begrijpt dat het jammer is, wanneer het team geen punten maakt. Een meester op school die goed kan bemiddelen bij conflicten tussen de kinderen. Ze zijn er wel, maar we moeten ze zoeken.

Tip 4: dat klinkt nu melig, maar laat je man eens wat vaker “de baas” zijn. Laat hem initiatief nemen. Laat je verleiden. Laat hem de deur voor je openhouden. Laat hem de kraan repareren, ook als je het zelf beter kan. 😉 Vraag eens “kan jij me hiermee helpen” en zeg “dankjewel”. En dat is niet gehoorzaam zijn, of luisteren, of je onderdanig opstellen. Dat is durven ontvangen. En bewust dankbaar zijn.

Aan de slag!

Op vrijdag 4 mei 2018 is er een oplaadmoment met dit thema, met Special Guest Leen Vangeebergen! Leen en ik grappen vaak onder mekaar dat we eigenlijk dezelfde dingen vertellen. Maar we hebben elk onze eigen insteek. Zij sexualiteit en relaties, ik opvoeden (en daar komen relaties ook vaak bij kijken). Dus vrijdag doen we het oplaadmoment lekker samen! En jij krijgt twee topcoaches in plaats van één. 😉

We gaan heerlijk wandelen in het bos en in het park rond de oude abdij in Kortenberg. We gaan loskomen, lachen, genieten, voelen, doorvoelen, en helemaal aarden, al dan niet met blote voeten. 😉 (zal van het weer afhangen)

Omdat we willen dat iedereen erbij kan zijn, hebben we de investering laten zakken. Zodat het oplaadmoment ook toegankelijk is voor mama’s die het moeilijk vinden om te investeren in zichzelf. 5 € en een halve dag is all you need. Afspraak om 10u op de parking van de sporthal, ter hoogte van het grote fietsenrek.

Ik kijk ernaar uit je dan te zien! Laat even weten dat je komt, via het evenement op Facebook , een mailtje naar hallo@opvoedenopmaat.com, of een smsje naar 0472 40 33 25.

En lees zeker ook de blog van Leen!

 

Een goede moeder, anno 2018

goede moeder

Wanneer ben je nu nog een goede moeder, de dag van vandaag? Het lijkt alsof alles veel ingewikkelder is dan vroeger. Er zijn veel verwachtingen. Van je partner, van je eigen moeder, je zus, je vriendinnen, je collega’s, je baas en ga zo maar door. Meer en meer zien we lastige tegenstellingen.

Kinderen moeten gehoorzamen, maar ze moeten ook mondig zijn. Ze hebben leuke hobbies nodig, maar steeds meer kinderen hebben last van te veel prikkels. Als moeder moet je tijd maken voor je kinderen, maar je baas wil dat je die acht uren per dag op kantoor bent.

Je zou je voor minder gaan afvragen, of je het nog wel goed doet. En wat dat eigenlijk nog betekent, de dag van vandaag, in deze maatschappij, “een goede moeder zijn”.

Vroeger leek het gemakkelijker. Je was een goede moeder als de kinderen schone kleren hadden, je huishouden in orde was, en iedereen op tijd en stond gegeten had en gewassen was. Je gaf je kind een koekje bij de thee, liefst bakte je die nog zelf, maar dat was het dan. Buitenshuis gaan werken hoefde niet, dat deed je echtgenoot al.

Stijgende verwachtingen van de rol van de vrouw

Maar toen werd er van vrouwen verwacht dat ze ook gingen werken. Onder andere om meer materiële zaken te kunnen kopen. Omdat er nu eenmaal meer was, dus meer dingen om “nodig” te hebben. Vrouwen wilden nu ook vrijheid, carrière maken, zichzelf ontwikkelen, … En de verwachtingen stegen, ook in het opvoeden.

De kleren moesten niet alleen schoon zijn, maar ook mooi, en niet iedere dag hetzelfde. Kleren nieuw kopen voor het eerste kind, en doorgeven aan het volgende, daar staan we bij stil. Is dat wel eerlijk? Heeft dat volgende kind ook geen “recht” op nieuwe spullen? Vroeger was doorgeven simpelweg een evidentie.

Het huishouden moet nog steeds in orde zijn, ook al heb je er minder tijd voor. We verwachten dat we er met technieken komen: we leren over time management, multi-tasken en focussen. Maar keer op keer stellen we vast, dat teveel gewoon teveel is.

Een nieuwe beweging komt op gang, over single-tasken, en ontfocussen. Maar hebben we daar wel tijd voor?

Botsen tegen eigen grenzen

Het koekje bij de thee werd vervangen door gezonde voeding in het algemeen. Voeding moet gevarieerd zijn, gezond en vers natuurlijk, en het oog wil toch ook wat. Meer en meer gezinnen kiezen voor maaltijdboxen, omdat het ze aan tijd en energie ontbreekt om zich zelfs maar af te vragen, wat de pot eens zou kunnen schaffen vandaag. Ik ken gezinnen waar er niet één potje gekookt wordt, maar twee of zelfs drie. Want anders lusten de kinderen het niet…

En dan komt er nog bij: die leuke hobbies (waar je je kind naartoe moet krijgen zonder ze te verplichten), voorlezen voor je kind, je kind zelfstandig leren zijn, op tijd kunnen rollen, zitten, stappen, praten. Goede punten halen op school. Goed kunnen puzzelen. Alleen spelen. En ga zo maar door.

Oei, mijn kind puzzelt niet. Wat nu?

En zodoende, botsen we tegen onze eigen grenzen, en die van onze kinderen. Kinderen geraken, samen met hun ouders, overprikkeld, overstressed, het is gewoon teveel! En dan moeten we daar oplossingen voor zoeken, en doen we nog een schepje bovenop de verwachtingen. Want een kind dat gilt, tiert, slaat, dat kan toch ook niet. Integendeel. We willen nog steeds rustige, volgzame kinderen eigenlijk. En tonen aan de buitenwereld, hoe goed we het allemaal voor elkaar hebben.

Vergeet wat je weet… ontdek wat je voelt.

Hoe zou het zijn, moesten we eens alles vergeten? Vergeet alles wat je weet over “een goede moeder zijn”. En draai alles eens om. Begin “achteraan”. Begin met die emoties, hoe ga je om met boosheid? Want kan je nu doen, als je verdrietig bent? Verminder prikkels drastisch, en leer omgaan met weinig prikkels, en dan pas met veel prikkels.

Emoties zitten in ons zoogdierenbrein. Je mag erover nadenken tot je een ons weegt, ze gaan er altijd zijn, en met ratio kan je juist niets oplossen. Eenmaal je zoogdierenbrein geactiveerd wordt, of nog erger, je reptielenbrein, is al de ratio zoek. Is je kind niet meer bereikbaar, niet meer vatbaar voor communicatie.

Laten we daar beginnen, en de rest (even) vergeten, tot er ruimte is voor de rest. Als er ruimte is, kan je terug gaan voelen. Ontdekken wat nu echt belangrijk is. Eerder niet.

Pas vanuit rust, kan je verder.

Dus, wanneer ben je een goede moeder, in 2018?

Volgens mij ben je een goede moeder, als je zelf werkt aan het regelen van je emoties. Zodat je zelf je boosheid en je verdriet kan (h) erkennen, en constructief kan uiten. Pas dan, kan je de emoties van je kind gaan (h) erkennen en je kind ermee leren om gaan. Pas dan, kan je je kind iets leren over grenzen, eigenwaarde, geluk, en omgaan met prikkels.

En dat is wat onze maatschappij nodig heeft. Moeders die hun kinderen leren om veel eigenwaarde te hebben, veel zelfvertrouwen. Assertiviteit en respect voor anderen. Zodat kinderen hun grenzen kunnen aangeven, en leren omgaan met prikkels.

Zodat ze gelukkig kunnen zijn.

Dit artikel werd voor het eerst gepubliceerd bij Nieuwetijdskind.

Wil je meer halen uit het leven met je kind? Vraag een gratis kennismakingsgesprek.

5 signalen dat het hoog tijd is om te stoppen (waar je mee bezig bent)

tijd om te stoppen

Over durven stoppen.

Je kent het vast wel… doordoen, doorhollen, nog eventjes en het is vakantie! Dan hoeven we niet op tijd op school te zijn en kan het wat rustiger aan… Intussen blijven de to-do’s zich opstapelen, ben je aan het dweilen met de kraan open, is het druk, … Maar ja, toch nog maar even doordoen hé, niet?

Hieronder vind je vijf belangrijke signalen. Merk je er eentje van, sta dan even stil bij hoe het nu echt met je gaat. Merk je er drie of vier van, trek dan gerust aan de alarmbel, en laat alles even voor wat het is. Zoals ik ook deed, de afgelopen week. Het was echt nodig. Ik wilde wachten tot de vakantie, maar als ik eerlijk was met mezelf, dan kon het niet meer wachten. Toch niet wilde ik mezelf er ook snel weer bovenop krijgen.

Je voelt je moe

Dat is een open deur intrappen, hoor ik je zeggen. Maar hoe reageer jij eigenlijk, als je je moe voelt? Neem je de rust die je nodig hebt, of steek je een tandje bij?

Je hebt rugpijn

Rugpijn is een belangrijk stressignaal. Hoe lager de pijn zit, hoe chronischer waarschijnlijk je stress. Heb je een drukke dag gehad op het werk, dan voel je vaak de pijn in je schouders of in je nek. Heb je iedere dag wel stress, neem je onvoldoende actie om te stress aan te pakken, dan kan je dat voelen in je onderrug. Wanneer je wel vaker last hebt van pijn in je onderrug, is het dus zeker een goed idee om te kijken naar onderliggende oorzaken van je stressgevoel… misschien moet er écht iets veranderen?

Je voelt je overweldigd door kleine dingen

Het is druk op je werk en het gaat niet zo geweldig met je partner. Maar je lijkt het wel te bolwerken allemaal. Tot je jezelf eraan herinnert dat je ook nog eens met je kind naar de tandarts moet, het hoog tijd is om boodschappen te doen, je je kind morgen een rugzakje moet meegeven in plaats van een boekentas (uitstap), en je ook nog eens moet bellen voor de wasmachine te laten maken. Help! De stoppen slaan door, ogenschijnlijk voor kleine dingen. Wat is er aan de hand?

Je kind doet vervelend

Oh wat een mooie spiegel. 😉 Wanneer jij het erg druk bent, en je moe voelt, dan gaat je kind waarschijnlijk nog veel meer dwarsliggen. Want die pikken dat op. Hoe mooi zou het zijn, als onze jonge kinderen empatisch rekening zouden houden met ons? We zouden minder groeien als ouder, dat staat vast.

Je doet vervelend terug

Auw. Waar is je mooie voorraad geduld naartoe? Weg. Helemaal weg, en je lijkt ‘t effe niet terug te vinden. Dus doe je maar vervelend terug, en kruip je lekker in die negatieve spiraal. Hoe langer je erin zit, hoe moeilijker het is om eruit te geraken…

Durf jij stoppen? 

Dat is nu de volgende vraag. Stoppen waar je mee bezig bent, vraagt moed. Veel moed. Misschien heb je genoeg aan een half uurtje mediteren. Of een halve dag zetelhangen. Misschien is het nodig om een paar weken vrij te vragen aan de dokter, van je werk. Misschien voel je vanbinnen, dat je eigenlijk en hele andere weg op moet gaan, wil je dit ooit oplossen.

Mama’s vragen me wel eens, ik wil zo graag een ander leven, maar hoe begin ik er nu aan? Ik antwoord dan meestal (in veel of weinig woorden, al naargelang): eerst stoppen. Dan kijken waar je staat (moeilijk, want confronterend). Vervolgens kijken waar je naartoe wil (moeilijk, want dat is durven dromen). En dan pas, kan je stappen zetten in de goede richting, op een constructieve manier.

Durf jij stoppen? Zo bijvoorbeeld een half uur ergens gaan zitten, staking, helemaal niets doen? Een half uur stoppen, wachten, voor je uit kijken? Durf je dat?

Durf je nog niet maar wil je wel graag proberen? Vraag een gratis kennismaking aan, en we bekijken samen wat je tegenhoudt. Zodat ook jij kan springen naar een nieuw leven.

Straatje vanzelf

straatje vanzelf

Een mama vertelt… Mijn kind doet vervelend, lastig of boos. Eerst kan ik nog rustig blijven, maar daarna begin ik altijd te roepen. Dat gaat vanzelf. Soms lukt het me om langer rustig te blijven. Ik weet hoe belangrijk dat is, rustig blijven. Maar ik eindig altijd in roepen. Dat gaat vanzelf. Ik kan er niets aan doen. Ik wil graag stoppen met roepen, maar ik weet niet hoe…

Straatje vanzelf

Haja, zeg ik dan. Straatje vanzelf, noem ik dat. In de opvoeding van onze kindjes (en bij uitbreiding in het leven eigenlijk), zijn er altijd dingen die vanzelf gaan. Goede dingen, maar ook minder goede dingen die we niet willen, zoals bijvoorbeeld roepen, of boos gaan doen.

Wat vanzelf gaat, is wat jij geleerd hebt als kind. Geleerd, uit de voorbeelden van rolmodellen die je had. Of geleerd uit ervaring, omdat je als kind merkte dat sommige reacties van jou je meer beschermden dan andere.

Misschien had je een vader, die veel riep, omdat hij niet wist hoe hij op een andere manier tot je kon doordringen. Of omdat hij zelf niet omkon met zijn emoties.

Misschien leerde je zelf in een conflict om te zwijgen, en je terug te trekken… als kind lijkt dat een veilige strategie om te ontsnappen aan de negatieve kantjes van de (meestal goedbedoelde) opvoeding van je ouders. Vandaag, als volwassene, ga je dan nog steeds in een conflict (met je kind, maar misschien ook met je partner, je baas, …) je in eerste instantie terugtrekken en zwijgen: je probeert alleen maar rustig te blijven. Zo lang mogelijk! Tot dat niet meer lukt, de druk af de ketel moet, en je gaat roepen of boos doen.

Het nieuwe pad inslaan voor bijvoorbeeld roepen

Het gaat er dus niet om dat je probeert om niet meer te roepen. Om het roepen (of wat het bij jou dan ook is) uit te stellen of om er mee te stoppen. Waar het wel om gaat, dat is om je focus te verleggen, weg van roepen. Om bewust alternatieven te gaan bedenken én die ook uit te voeren. Wanneer je vervolgens bewust kiest voor een alternatief, dan kies je bewust je nieuwe pad. Op dat moment, ben je (even) weg uit straatje vanzelf.

Wat kan je nu zoal doen, in plaats van roepen (om maar even bij ons voorbeeld te blijven)?

Bedenk eerst even hoeveel energie er meespeelt. In ons voorbeeld gaat het over roepen. Daar zit best wat kracht achter. Kan heftig zijn ook. Veel energie dus. Kies dan als alternatief iets dat veel energie vraagt. Iets waarbij je niet hoeft na te denken. Misschien iets repetitiefs. De living krachtig vegen bijvoorbeeld, is iets dat voor mij werkt (een stofzuiger komt hier niet binnen ;-)).

Een nieuw straatje vanzelf maken voor jezelf

Hoe zou het zijn, moest dat nieuwe pad dat je koos, helemaal vanzelf gaan? Schitterend toch? Dat willen we allemaal wel! En velen onder ons proberen, en velen onder ons geven op, want het nieuwe pad lijkt niet te werken. Het lijkt smal, met struiken, wortels en doorns onderweg. Waardoor je struikelt, valt, je soms pijn doet, je weer moet recht krabbelen enzovoorts. En dan lijkt dat oude straatje vanzelf toch weer even fijn en makkelijk…

Maar kijk, in alle eerlijkheid, zo gaat dat, met nieuwe paden maken. Die zijn in het begin bezaaid met obstakels en nauw en smal en moeilijk. Misschien stel je vast, dat als je gaat vegen bijvoorbeeld, in plaats van roepen, dat je een blik kan werpen in jezelf, die je misschien niet zo fijn vind. Misschien vind je er frustratie en verdriet, omdat het je nog niet lukt je kind op een aangename manier te laten luisteren. Of misschien vind je er een nieuw inzicht, dat best even moeilijk is.

Wees daarom lief en geduldig met jezelf. Nieuwe paden, maak je niet zomaar even. Nieuwe paden maken, is niet alleen maar wennen aan nieuwe dingen doen. Het is ook obstakels opruimen, oftewel bagage van vroeger. Zowel het wennen als het opruimen, vraagt energie.

10 dagen duurt het, om te weten of dat nieuwe ding dat je nu doet in plaats van roepen, enigszins goed voelt en of het helpend zou kunnen zijn in de toekomst, eenmaal je eraan gewend bent. Na 10 dagen ben je er echt nog niet aan gewend, dat vraagt meer tijd.

30 dagen duurt het, om van het nieuwe ding een beetje een gewoonte te maken.

66 dagen duurt het, om het nieuwe pad vertrouwd te maken in je hersenen.

100 dagen duurt het, vooraleer dat nieuwe pad zo ongeveer de afmetingen begint te krijgen van je oude straatje vanzelf. Wat op zich eigenlijk nog vrij snel is, want op je oude straatje vanzelf, heb je misschien wel jaren gelopen…

Don’t break the chain

Weet je nog, toen je als kind met een bal naar elkaar gooide, en de bal mocht niet op de grond komen? De eerste keer, kon je maar één keer naar mekaar gooien. De tweede keer misschien drie keer. De derde keer misschien al tien keer. Het leukste van het spel, was niet het gooien met de bal, maar het breken van je record.

Dit principe kan je toepassen om van je nieuw pad je nieuw straatje vanzelf van te maken. Want als jij 100 dagen lang, gaat vegen telkens je de neiging voelt om te gaan roepen, dan weet je dat het nieuwe straatje vanzelf gemaakt is. Het enige wat je hoeft te doen, is 100 dagen lang eraan denken, dat je gaat vegen in plaats van roepen.

Je kan een kalender gebruiken, en iedere dag dat je niet geroepen hebt maar geveegd, afstrepen. Of een blad papier met 100 bolletjes die je omcirkelt. Maakt niet uit. Het geeft niet als je af en toe eens een dag niet kan afstrepen. Als je toch geroepen hebt. Want je gaat merken, door het bij te houden, dat je zin krijgt om je record te breken. Yes! 10 Dagen na mekaar niet geroepen! Vorige keer kon ik maar 3 dagen na mekaar niet roepen… op naar 20! En later op naar 100.

Straatjes vanzelf maken voor je kinderen

Dit is misschien nog wel het mooiste van al… Herinner je van in het begin van dit artikel: wat je zelf meekreeg van thuis, dat gaat vanzelf.

Dus hoe zou het zijn, als jouw kind later, kon starten aan de opvoeding van zijn of haar eigen kinderen, met heel erg veel positieve en fijne straatjes vanzelf? Hoeveel makkelijker, positiever, en rijker zou het leven van je kind zijn?

Veel mensen sparen centjes, zodat hun kinderen later bij het volwassen worden “het makkelijker zouden hebben”. Financieel dan. We willen graag dat onze kinderen het “makkelijker” hebben dan wij. En daar hoort opruimen ook bij. Je eigen bagage opruimen, in plaats van door te geven. Dat is ook nieuwe straatjes vanzelf maken. Zodat jouw kind, jouw bagage niet meer hoeft mee te sleuren.

Te moeilijk?

Denk je nu nog steeds dat verandering te moeilijk is? Of kan je het al beter behappen? Wat het ook is… je hebt het in je om te veranderen. Het enige wat je hoeft te doen is:

  • beslissen waar je mee wil stoppen
  • iets anders, meer helpend in de plaats gaan doen
  • dit 100 dagen volhouden (tip: gebruik de don’t break the chain methode)
  • tijdens die 100 dagen eventuele obstakels durven zien én ze opruimen

Motiveer jezelf, door te weten dat deze verandering die je nu doorvoert, niet alleen helpend is voor jezelf en voor je kinderen, maar ook voor je kleinkinderen en de generaties daarachter.

Wil jij ook een nieuw pad inslaan, en kan je daarbij ondersteuning gebruiken? Vraag een gratis kennismaking aan. Want er ligt altijd een nieuw pad voor je klaar ergens. Je hoeft het alleen maar te zien, en de beslissing te nemen dat je kiest voor dit nieuwe pad.