was successfully added to your cart.
Category

gratis tips

Tijd in overvloed

Druk, druk, druk. We denken graag dat we in drukke tijden leven, dat we het druk hebben en dat dat normaal is. Want iedereen heeft het druk, toch? Door het zelf ook lekker druk te hebben voelen we ons normaal en dat is dan weer lekker veilig.

We ervaren drukte in ons leven omdat we veel keuzes hebben. We weten dat wanneer we een jong kind teveel keuzes geven, dat dat niet zo goed werkt. Als volwassene creëren we vaak de illusie dat wij het beter kunnen, maar klopt dat wel?

Je ontsnapt niet aan je biologische programmatie… die nu eenmaal gericht is op overleving, ook wanneer er een tekort is. Vanuit onze programmatie van “jagen en verzamelen” pakken we graag alles wat er te pakken valt. Want morgen is er misschien niks (geen eten).

Misschien hebben we ergens dat verzamelen van eten overgedragen op het verzamelen van tijd. Waardoor we het gevoel hebben dat we alles wat er te rapen valt, ook effectief moeten rapen.

Maar de waarheid is nog steeds dat er 24 u in een dag zijn. En moesten er 48 u in een dag zijn, dan zou die dag precies even vol zitten als vandaag.

Hoe kan je dit nu aanpakken?

Sta eens stil bij twee dingen. Ten eerste je beperkende overtuigingen. Wat is waar voor jou en klopt dat wel? Ten tweede, wat is belangrijk? Stel je prioriteiten, in overeenstemming met je biologische programmatie, want daar ontsnap je niet aan (dus gebruik het in je voordeel, om gelukkiger te worden).

Meer uitleg in het filmpje!

Driftbui nummer zoveel (help!)

Wanneer je kind boos wordt, blijf je graag zelf rustig. Vanuit je eigen rust kan je de boosheid van je kind erkennen en benoemen. Kan je kind weer rustig worden en kunnen jullie samen oplossingen bedenken om constructiever om te gaan met deze boosheid. Je wil je kind immers graag leren dat boos zijn niet verkeerd is.

Wanneer je bovenstaande leest, denk je waarschijnlijk “ja, natuurlijk” of “oh ja, kon dat maar” of “ja, maar”. Of je denkt “jaja… niet met mijn kind. Met andere kinderen zou dat wel lukken, andere ouders doen het vast zo maar ik kan dat niet, of niet met mijn kind.” Of nog wat anders.

Kort gezegd:

De theorie is één ding, de praktijk vaak iets heel anders. 

Want in die paar regels helemaal bovenaan, zitten enorm veel dingen in verscholen. Die voor sommigen makkelijk zijn en voor anderen best moeilijk. Sommigen hebben er een probleem mee, anderen weten niet eens dat er een probleem is. Zij zeggen “we worden toch allemaal wel eens boos zeker” (dus geen probleem).

Wel …

Dat klopt toch niet vind ik. Boos zijn is een manier om jezelf te verdedigen of om een grens aan te geven. Grenzen aangeven doen we in deze maatschappij het liefst assertief. We kunnen daar, meestal op de werkvloer, dan ook allerlei cursussen rond volgen. We vertellen onze kinderen dat ze “hun woorden moeten gebruiken”. In de oertijd was het vast anders. Daar hadden we ook nog niet het houvast van taal zoals we dat vandaag kennen. En jezelf verdedigen, was af en toe broodnodig. Roofdieren, aanvallen van andere stammen, … Jaja, goed boos kunnen zijn met vuisten en al, was toen best handig.

Dat lijf van de oertijd, dat hebben we nog steeds.

En daarom kiezen de meesten ervoor om TE LEREN (want het gaat niet vanzelf) aan onze kinderen hoe het ook anders kan. Maar met zoveel dingen is het handig dat je het eerst zelf kan, voor je je kinderen wat wil leren. De meeste volwassenen beginnen niet aan dingen te leren aan hun kinderen die ze zelf niet kunnen. Het komt meestal niet in hen op. Nochtans proberen we wel allemaal aan onze kinderen uit te leggen om hun woorden te gebruiken, terwijl we zelf …

… onze woorden vaak inslikken …

… roepen, schreeuwen, dreigen …

… ons afreageren op ons kind, onze partner, huisdieren, meubels …

… of verborgen boosheid gaan inzetten, waarvan we niet eens meer weten dat het boosheid is. Klagen, zeuren, zagen, ventileren, chanteren, afspraken “vergeten”, depressief worden, pijn krijgen …

Niet zo handig. Niet onze fout natuurlijk, wij hebben het ook maar moeten leren van onze ouders die het ook niet wisten. Zoveel onwetendheid is er nog over emoties. Gelukkig ben jij bereid om te leren (toch?).

Eigenlijk voelen we best dat woorden vaak tekort schieten, wanneer we echt boos zijn. Maar wat doe je dan. 

In een notedop: ga je lijf inzetten, samen met je hoofd. Lijf eerst. Je hoofd moet nadien alleen maar herkaderen (reframen). Wat reframen precies is legde ik al uit op de nieuwe (joepi!!) Facebookpagina Helga Peeters – Feeling Free. Ga maar kijken en like meteen de pagina. 🙂

En voor kinderen doe je dit anders dan voor jezelf, maar de basis is wel heel gelijkaardig. Je zal merken dat de boosheid bij jezelf langzaam maar zeker wegsmelt (tot je aan een blokkade komt, al kan je daar ook weer doorheen natuurlijk, meestal met wat hulp van buitenaf). En dat de driftbuien van je kind langzaam maar zeker een eitje worden om mee om te gaan, en doordat het makkelijker is, verdwijnen er heel vaak een hele hoop driftbuien. Wat velen niet voor mogelijk houden zie ik wel eens gebeuren in één sessie.

Meer concreet over dat lijf, is voor een andere keer, stay tuned!

Hooggevoelig opvoeden

Wie mij al een poosje volgt, weet het vast al wel. Ik zou mezelf hooggevoelig kunnen noemen, en deed dit ook sinds ik ongeveer 18 jaar oud was. Dat is al heel erg lang. 😉 Toen kenden de meeste mensen de term niet, het onderzoek van E. Aaron was volop aan de gang.

Tegenwoordig lijkt “hoogsensitief” of “hooggevoelig” haast een modewoord. Steeds meer en meer kinderen lijken hooggevoelig te zijn. Steeds meer en meer ouders ervaren daar problemen mee. Verschillende universiteiten in Vlaanderen zijn bezig met onderzoek rond hooggevoeligheid. Meer en meer wordt erkent dat het bestaat.

Maar hoe vaak de term ook al gebruikt wordt, nog steeds bestaan er veel misverstanden rond, zoals bijvoorbeeld…

Je bent niet “wel hooggevoelig” of “niet hooggevoelig”. Nu ja, soms is het natuurlijk heel erg duidelijk, zoals bij mezelf, maar heel vaak is er een grijze zone. En weet je, dat is oké. Je hoeft het niet zwart op wit te hebben. Tuurlijk kan het zijn dat je daar behoefte aan voelt, om het te weten, maar dat betekent op zich ook al iets… In feite is “gevoelig zijn” een eigenschap die we allemaal hebben, in meer of mindere mate. En net zoals er mensen zijn van gemiddelde lengte, korte mensen en lange mensen, zijn er mensen met een gemiddelde gevoeligheid, wat minder of wat meer. Je bent ook niet aan alles even gevoelig natuurlijk. Zelf reageer ik heel fel op geluid, en emoties van anderen (wat in feite een groot voordeel is, in mijn job nu natuurlijk ;-)). Mijn oudste zoon reageert heel fel op geuren. De jongste voelt feilloos aan wat de ander nodig heeft. Zal dit ook aanbieden of schaamteloos aan een ander vragen “ga jij dat eens doen voor die persoon”. Haha. Zo kan het dus ook, belangrijk wanneer je als kind ook wel gewoon kind wil zijn… Anders heb je een kind dat heel erg gaat pleasen, vooral als het het kind is dat hooggevoelig is en de ouder het moeilijk heeft. Want kinderen zijn altijd loyaal aan hun ouders. Misschien herken je dit bij je kind. Of herken je dit van jezelf, toen jij nog een kind was. Misschien stel je nu zelfs pas vast, dat dat eigenlijk de reden is waarom je tot op de dag van vandaag, nog steeds geen nee kan zeggen. Anyway…

De term “hoogsensitief” is vrij vertaald uit het Engels, “higly sensitive”. Eigenlijk heeft het dus niets met “hoog” te maken. Eerder met “meer” of “intens”. Recent onderzoek heeft aangetoond dat hooggevoelige mensen allicht een meer bedraad zenuwstelsel hebben. Er komen dus letterlijk meer waarnemingen binnen vanaf de buitenwereld, én ze worden meer getransporteerd naar onze hersenen (die dat dan maar verwerkt moeten zien te krijgen…). Onderzoek naar hoogsensitiviteit is tegenwoordig populair, en het zal wel gestaag vorderen, maar we zijn nog niet toe aan een echte test, zoals bijvoorbeeld wel het geval is voor ASS of ADHD. Een diagnose “ik ben hooggevoelig”, kan je dus nog steeds niet krijgen.

Ik koos voor deze blog een prentje met zeepbellen. Voor mij een mooie metafoor, om verschillende redenen. Vroeger gebruikte ik wel eens die metafoor om kinderen en volwassenen te leren om zich af te sluiten van prikkels. Je kan namelijk in een zeepbel kruipen om jezelf te beschermen. Tegenwoordig gebruik ik de metafoor meer met mate, omdat het toch ook zo belangrijk is om te kunnen leven zonder dat je om de haverklap in een zeepbel moet kruipen, nietwaar? En daar heb ik nu dan, meer dan vroeger, zo ook weer handvaten voor.

Wat vooral mooi is aan de zeepbellen, dat is hoe ze in elkaar kunnen overgaan. De ene zeepbel kan tegen de andere gaan kleven. Ze kunnen mekaar doen stuk springen. En dat is kenmerkend vind ik in opvoeden, wanneer het gaat over een hooggevoelig kind met een eventuele hooggevoelige ouder. Die gaan vaak ook, energetisch of emotioneel, wat tegen mekaar kleven, in mekaar overgaan als het ware. Waardoor het een beetje door elkaar loopt allemaal. En dat kan heeeeeeeeeeeeeeeel erg handig zijn, als je het bewust kan inzetten. Zelf rustig blijven bijvoorbeeld, en je kind meenemen in die rust. Is een plus. Zelf boos worden omdat je kind boos is, is dan weer de andere kant van de medaille. Weten hoe dat proces in elkaar zit, doet al veel.

Ik zou nog een boek kunnen schrijven hierover, maar mss moet ik het hierbij voorlopig laten, en je het beeld van de zeepbellen meegeven voor in je hoofd. Sta er eens bij stil… loop jij en je kind ook wel eens “door elkaar”? Wat is daar handig aan, en wat net niet?

Durf aan de slag gaan met die dingen die voor jou of voor je kind nog niet handig zijn. Want hooggevoelig ben je voor het leven. En hoe meer je er vat op krijgt, hoe gevoeliger je vaak wordt. Het is dus iets dat je hele leven lang  op je pad blijft. Voor jou om van te leren. Dus … doe er je voordeel mee. Hooggevoelig zijn is een zegen, een kracht, en als hooggevoelig mens / ouder van een hooggevoelig kind, kan je bergen verzetten. Ook al voel je je nu misschien eerder bedolven onder de druk van het alledaagse leven… weet dat dat niet zo hoeft te zijn. Doe er iets mee.

Liefs!

(en als je nu zin hebt om te gaan bellen blazen, vooral doen natuurlijk :-D)

3 tips voor patroon doorbrekend opvoeden

Wanneer ik vraag aan mijn zoontje of hij weet wat een patroon is, knikt hij enthousiast, neemt een blad papier en stiften en begint te tekenen. Blauw streepje – rood streepje – blauw streepje – rood streepje. Een patroon is iets dat altijd terugkomt knikt hij stellig.

Wanneer je het zo stelt en tekent, is het een makkie. Maar hoe zou het zijn, moest jouw gedrag een streepje zijn in een reeks van streepjes? En jij als persoon, kan alleen maar in een hele hoop streepjes staan en om je heen kijken? Zou je het patroon dan wel kunnen zien?

Gedrag als een ijsberg

Jouw gedrag, is maar het topje van de ijsberg. Onder het wateroppervlak ligt er nog veel meer. Daar liggen de oorzaken van je gedrag, al dan niet verborgen. Sommige oorzaken ken je wel, en zijn voor de hand liggend. Je deed boos tegen je kind, omdat je moe was.

In dit artikel ga ik niet verder in op oorzaken van zichtbaar gedrag (dat doe ik wel in dit artikel), hier kijk ik graag even samen met jou naar het patroon.

Want keer op keer komt het terug. Mijn moeder deed vaak boos tegen mij. En ik doe boos tegen mijn dochter. Hoe komt het toch dat het zo anders is met mijn dochter, dan bij mijn zoon?

We nemen ons zo vaak voor om niet hetzelfde te laten gebeuren met onze kinderen, als wat met ons gebeurde. Soms zie ik ook ouders, uit angst voor herhaling, net krampachtig totaal de andere kant opgaan. Ook niet handig. Mensen die bijvoorbeeld heel erg streng werden opgevoed, gaan dan geen grenzen stellen. Of zwaaien te pas en te onpas met het bekende “pick your battles”: ach ik laat het maar zo.

Hoe stap ik dan uit dat patroon?

Dit is heel interessant en herkenbaar, hoor ik je denken. Misschien zie je nu pas een patroon in je gedrag. Misschien kende je jouw patroon al.

Sowieso wil je natuurlijk graag weten, hoe stap je daar nu uit?

Ik zie zo vaak mensen proberen hier cognitief uit te stappen. Ze gaan erover nadenken, oplossingen bedenken en dan nemen ze zichzelf voor om niet meer dat te doen. Ik ga niet meer boos worden, ik ga meer geduld hebben, ik ga … . En dat lukt niet echt zo goed. Waardoor je gaat denken misschien dat het niet kan, of dat het heel erg moeilijk is.

Tips – tips – tips

Gebruik verhalen. Verzin een verhaal met een happy end. Het meest zotte verhaal werkt het beste. Vraag jezelf af wat je er zo zot aan vind. Misschien omdat het totaaaal onrealistisch is? Klopt dat wel?

Divergent denken. Ga er eens tien minuten voor zitten, voor je probleem waar je een patroon in ziet. Schrijf alle oplossingen op die je maar kan bedenken. Typisch ben je een paar minuten volop aan het schrijven, en dan val je stil. Ga dan toch door. Haal eens alles uit de kast om nog die ene oplossing erbij te krijgen waar je niet aan zou denken, moest je er geen tien minuten tijd voor nemen. De oplossingen die komen na de stilte, zijn de oplossingen die niet meer in je patroon zitten. De eerste oplossingen die komen passen in je patroon, en wanneer je patroon doorbrekend wil opvoeden, dan heb je daar niets aan.

Wees creatief. Oke je hebt een bepaald probleem met je kind. Hoe kan je dit nu allemaal oplossen? Schrijf alle verschillende oplossingen op, en kijk dan eens vanop een afstandje hoe verschillend deze oplossingen eigenlijk zijn. Zijn je verschillende oplossingen echt zo verschillend? Uiteindelijk, als je iets probeert op te lossen door:

a/ boos te doen

b/ je stem te verheffen

c/ te dreigen met straf

Zijn dat dan eigenlijk wel drie verschillende dingen? Hoe zou iemand anders dit aanpakken? Hoe zou jij het aanpakken, bij een ander kind? Probeer eens iets waarvan je no way denkt dat het ooit zou kunnen helpen. Mss word je wel verrast, wie weet…

Zelfzorg: een nieuw kader

Reframe: een nieuw kader maken

Onze generatie is opgevoed door een generatie van mensen die over het algemeen hard werken en minder afleiding hadden dan wij vandaag. Je herkent vast wel:

  • eerst huiswerk, dan spelen
  • eerst werken, dan rusten
  • voor niks komt de zon op
  • boontje komt om zijn loontje
  • voor wat hoort wat

Allemaal voorwaardelijke dingen. Eerst dit en dan pas dat. Onze opvoeding was dan ook – niet verwonderlijk eigenlijk, aangezien de gangbare opvoeding vaak een reflectie is van wat leeft in de maatschappij – voorwaardelijk. Je kreeg wat als je “flink” was. En bij “flink” hoorde altijd wel iets van niet gezien worden, of niet gehoord worden, want dan hadden onze ouders nog meer werk met ons en ze hadden al zoveel werk. Dus graag stil zijn en je plan trekken.

Ik vraag me wel eens af waar dat voorwaardelijke vandaan komt. Want natuurlijk is het niet. Een logisch gevolg, dat is natuurlijk. Wanneer onze voorouders niet op jacht gingen, wanneer ze niet samenwerkten als een groep waarbij elk zijn of haar talenten kon gebruiken, dan was er minder eten, zo simpel was dat. Misschien zijn we dat “simpele” kwijt. Ik merk dat in de opvoeding van onze kinderen ook. Speelgoed stuk? We maken het wel, of je krijgt wat nieuws. Kapot is niet meer kapot, en dingen zijn zelden echt weg. Want alles is vervangbaar, doorgaans zelfs met een paar muisklikken. We hoeven niet eens meer de deur uit.

In deze context, hebben wij als ouder een belangrijke taak, zowel voor onszelf als voor ons kind. We moeten als het ware het concept “zelfzorg” opnieuw gaan definiëren, zodat het past binnen dit onvoorwaardelijk kader. We moeten wat we leerden over zelfzorg (eerst werken en dan rusten) gaan herkaderen, in een nieuw kader plaatsen. Want het werk is niet meer ooit gedaan. Er is zoveel, omdat er zoveel meer mogelijkheden zijn en dingen om te doen. Er is geen “eerst en dan” meer, want wat eerst “moet”, is nooit klaar. En zo kom je niet aan die “dan” toe.

Dit is nu al belangrijk voor ons vandaag, in deze maatschappij. Maar mogelijks nog veel belangrijker voor onze kinderen, in de maatschappij van morgen. Want het ziet er nog niet meteen naar uit dat het rustiger wordt, integendeel. Er komen nog steeds meer mogelijkheden, nog steeds veel meer prikkels. We zijn het kader kwijt, als in wat nog normaal is binnen menselijke grenzen. Wanneer je het gemiddelde takenpakket ziet wat de doorsnee ouder te verwerken krijgt op een dag (werken – relatie onderhouden – kinderen – huishouden – sociale contacten – …), dan is dat vaak “gewoon” teveel. Maar we denken dat iedereen het zo doet, dus dat ook wij het moeten kunnen.

Misschien is de hamvraag wel:

Wens jij dit ook voor je kind? Dat hele takenpakket? Gecombineerd met “eerst werken en dan rusten”? Hoe zou dat gaan?

Of wil jij je kind graag helpen om de balans te vinden, aan genoeg rust te komen, lief te zijn voor zichzelf, en te leren dat je ook mag rusten, wanneer het werk nog niet klaar is. Dat “klaar” een variabel begrip is, dat je zelf kan en mag invullen. Dat een hoge lat niet altijd een betere lat is. Ja? Dan is het jouw taak om zelfzorg een nieuw kader te geven, een onvoorwaardelijk kader.

Een onvoorwaardelijk kader dus … ook voor jezelf

We zien dat, in deze maatschappij, mensen vaker en vaker kiezen voor een onvoorwaardelijke opvoeding. Je leert je kind wel dat er – logischerwijze – gevolgen zijn van een bepaald gedrag, en misschien waarschuw je daar ook wel voor, maar je doet dit vanuit vertrouwen, vanuit een leiderschapsstandpunt. Je voelt je een leider die het beste voorheeft met het hele gezin, en je handelt vanuit dat standpunt. Onvoorwaardelijk, zonder dreiging en zonder angst.

Hoe komt het, dan meer en meer mensen kiezen voor dat onvoorwaardelijke? Voor mij is dit simpelweg de behoefte van deze maatschappij die boven water komt drijven. Maar mensen staan daar vaak niet bij stil, doen dit onbewust. Maar ook deze vorm van opvoeden is een reflectie van deze maatschappij. We willen geen voorwaarden meer. We willen doen wat we willen, wat we vinden dat nodig is. We ontwikkelen (herontdekken eigenlijk) ons innerlijk kompas.

Een nieuw kader voor zelfzorg

Het is dus tijd om je focus te verleggen van het werk (als het klaar is dan …) naar de rust. Soms is het helpend om hier tijdelijk, voor zolang je dat nodig hebt, voorwaarden aan te koppelen, zeker als je voorwaardelijk bent opgevoed. Maar je doet dit vanuit rust.

Bijvoorbeeld: ik ga nu rusten, en daarna, als ik genoeg gerust heb / binnen een half uur ga ik de afwas doen.

Dit is een vorm van zelfliefde, en vooral van zelfrespect. Jezelf graag zien, jezelf de moeite waard vinden. Van jezelf een prioriteit durven maken.

Ik zeg wel eens, “geen tijd bestaat niet”. En ik daag je uit, vervang elke gedachte “ik heb hier geen tijd voor” door “dit is geen prioriteit voor mij”. Want eigenlijk is dit hetzelfde. Als iets de hoogste prioriteit krijgt, dan is er altijd tijd voor. Wanneer je dit doet voor je zelfzorg (“ik heb geen tijd om te rusten vervangen door rusten is voor mij geen prioriteit”) dan krijg je een heel andere klank en waarheid in je hoofd. Vaak is het precies die klank die mensen nodig hebben om de knop om te draaien en voor zichzelf te gaan zorgen.

Omdat ze zichzelf eindelijk als een prioriteit gaan zien.

Verschillende soorten zelfzorg

Ik merk vaak dat de gedachte leeft bij mensen dat zelfzorg leuk moet zijn. Dat klopt niet, en ook wanneer je die klik maakt, kom je weer beter aan zelfzorg toe. Je gaat een wandeling maken omdat je weet dat het goed voor je is, niet omdat je er zin in hebt op dat moment.

Dit is ook een reden waarom velen niet aan voldoende zelfzorg toekomen, dat is omdat voor sommige soorten zelfzorg, je wel degelijk uit je comfortzone moet komen, en discipline wat moet opbouwen, wil je de routine opbouwen. Een goede zelfzorgroutine. En om die op te bouwen, moet je werken aan mindset en veerkracht.

Daarom is het nodig om jezelf te kunnen complimenteren voor een goede zelfzorg. Daarom is jezelf lui vinden, gelijk aan jezelf in een negatieve spiraal helpen.

Zo vlieg je vooruit in je zelfzorg

Net omdat niet alle soorten zelfzorg leuk zijn, is het belangrijk om te weten waarom je het dan zou doen. Anders ben je niet onvoorwaardelijk gemotiveerd. Je moet voelen vanbinnen, waarom je dit doet, ook als het niet leuk is (maar wel nuttig).

Dus zorg ervoor dat je weet waarom je het doet, goed voor jezelf zorgen. Wat zijn je hogere doelen in het leven? Wat wil je bereiken? Op welke manier gaat de wereld een betere plek zijn, wanneer jij er niet meer bent? Als je dat weet, kan je je dagelijkse acties daarop afstemmen. Alignment heet dat. Mensen die niet goed aan zelfzorg kunnen doen, mensen met een burn-out of een neiging tot burn-out, hebben bijna allemaal problemen met alignment. En geen alignment hebben, geeft je “lekken”, en met die lekken, kan je aan zelfzorg doen zoveel je wil, je vatje geraakt nooit vol. Je wil dus een goede alignment hebben.

Klinkt dit nog zweverig, of weet je het helemaal niet? Dan hoef je je er geen kopzorgen over te maken, want je doelen vinden in het leven is niet zo moeilijk als wat veel mensen je graag willen laten geloven… Begin met jezelf te leren zijn, gelukkig te zijn, te stralen voor anderen in je omgeving. En dan komt de wetenschap van wat jouw doelen zijn, als vanzelf naar je toe in de loop van de tijd.

Daarnaast gebruik je routines als vangnet. Routines moet je opbouwen, en dat duurt een paar maanden. Je hoeft niet alle routines tegelijk op te bouwen, het is en mag een proces zijn, als je maar ergens begint en leert hoe je kan doorzetten. Leren doorzetten, heeft met veerkracht te maken. Je hebt veel veerkracht als je goed omkan met je emoties, dus ook daar is er een verband.

En zo kan je met heel veel zaken effectief aan de slag om je zelfzorg te verbeteren! Veel meer dan alleen maar “zoeken wat je leuk vind en tijd maken daarvoor in je agenda”. Dat is het gangbare advies waarmee velen er niet geraken, dus … Aan de slag!

Zelfzorg en grenzen stellen

Deze week hadden we het in de Facebookgroep en ook per e-mail over het thema “zelfzorg & grenzen stellen”. Grenzen stellen in de betekenis van “aan het gedrag van je kind / de behoeften van je kind om voor jezelf te zorgen”.

Ik kreeg vele reacties in de Facebookgroep en ook per e-mail, en op basis daarvan schreef ik deze blog met tips, met een filmpje erbij.

Tip 1: geef aan jezelf wat je geeft aan je kind

Ik merk vaak dat mensen ergens de overtuiging of de mindset hebben dat het ofwel zorgen voor jezelf is ofwel zorgen voor je kind. Maar veel kan gewoon samen, je kan zorgen voor jezelf én voor je kind. Wanneer zelfzorg voor jou nog moeilijk is, omdat je je schuldig voelt bijvoorbeeld, dan kan dit alvast helpen om toch beter voor jezelf te zorgen.

Bijvoorbeeld: je snijdt fruit voor je kind, en ook voor jezelf. Even samen fruit eten en relaxen.

Of samen kleuren, kan ook voor jou ontspannend zijn. Of de baby (of peuter of kleuter) voeden in de zetel, met een lekker drankje erbij en een knabbeltje. Daarna samen een dutje doen.

Vervang “ik heb daar geen tijd voor” door “dat is geen prioriteit voor mij” en je gaat merken hoe hoog of hoe laag je jezelf zet op het zelfzorgladdertje…

Tip 2: Samen

Doe samen iets wat JIJ leuk vind, en wat je kind kan meedoen. Jij kiest. Leg dit uit aan je kind: “soms kies ik, soms kies jij”. Zo leer je je kind ook weer waardevolle dingen.

Dit is ook een mooie kans om het kind in jezelf te gaan herontdekken. Wat doe jij eigenlijk graag?

Tip 3: wat wil je leren?

Vraag jezelf af wat je wil leren aan je kind. Goed voor jezelf kunnen zorgen, is heel erg belangrijk in de maatschappij van vandaag, waar iedereen het zo druk lijkt te hebben. Binnen een jaar of tien, twintig, wanneer jouw kind groot is, zal dit waarschijnlijk nog erger zijn. Het is dus misschien wel essentieel, dat jij je kind leert om voor zichzelf te zorgen.

Een voorbeeld geven helpt dan altijd wel. Je kan ook eens kijken naar je eigen mama, hoe was het bij jou vroeger thuis gesteld met de zelfzorg? En wil je dat doorgeven aan je kind, of niet?

Tip 4: Focus verleggen als positieve hulp bij loslaten

Door je kind “alleen” te laten (lees: in de zorg van een andere, liefdevolle volwassene) leer je kinderen vertrouwen hebben in anderen. Leer je zelf om vertrouwen te hebben in anderen. Je kan toekijken vol bewondering naar je kind, dat hij of zij al zo groot is dat dit kan, dat hij of zij al zo mooi kan aangeven wat nodig is, ook bij een andere volwassene.

Je kan dankbaar kijken naar die andere volwassene, dat die voor jouw kind wil zorgen. Je kan toekijken vol bewondering, naar een papa die het zo graag goed wil doen (ook al is het met vallen en opstaan ;-)).

Tip 5: vertragen

Onze hoofden zitten soms zo vol, er is zoveel te doen en ons leven gaat maar door en door en door…

Soms moeten we even stoppen, om te kunnen zien en voelen wat er aan de hand is, en of het echt wel met ons gaat. En vaak moeten we eerst even vertragen, alvorens we kunnen stoppen.

Filmpje!

Met nog meer uitleg over deze tips. Enjoy!

Uitlachen en verbaal geweld

“Uitlachen” is iets anders, wanneer je twee bent of wanneer je een tiener bent. Uitlachen bij jonge kinderen is eerder grenzen opzoeken, of ook vaak ontlading, wanneer kinderen iets erg spannend vinden (een boze mama bijvoorbeeld, dat is ook een beetje eng, en vaak gaan ze dan lachen omdat ze het eng vinden).

Wat kan je doen als je kinderen verbaal geweld tonen? Waarom komt dit vaker voor als je kinderen al ietsje ouder zijn (lagere school leeftijd)? Wat mogen deze kinderen (en hun ouders ;-)) nog leren? Is negeren een oplossing?

Antwoorden kan je zien en horen in het filmpje!

Wat te doen met 2 broers in conflict?

Dit is ook een mooi onderwerp om eens wat over te zeggen. Het was ook weer een vraag van een mama in de Facebookgroep.

Conflicten tussen kinderen zijn onvermijdelijk. Conflicten onder broers en zussen vaak alledaagse kost. En dat is oké, ook dat is het oefenen van sociale vaardigheden, leren luisteren naar elkaar, compromissen sluiten enzovoorts. Een hele reeks aan groeikansen, jeeej… 😉

En als mama probeer je dan, wanneer je het “hoort aankomen” eerst te denken aan je eerstvolgende vakantie. Hmmm… Je hoeft niet altijd tussen te komen, zeker niet zolang beide partijen nog met elkaar aan het praten zijn. Praten geeft ruimte voor oplossingen en compromissen.

Maar goed. Dan heb je daar dat moment dat ze mekaar in de haren vliegen. Roepen, schreeuwen, tieren en misschien zelfs schoppen, slaan of ronduit vechten. Op zich kan dat dan wel eens gebeuren denk je dan, maar als dit een terugkerend patroon wordt, oh zo vermoeiend en absoluut niet fijn noch helpend.

Wat kan je dan nog doen?

Een andere, meer helpende kijk op pesten

pesten

Een mama vroeg me om iets te schrijven over:

 

“omgaan met kinderen die het niet goed bedoelen met jouw kind”
(bijvoorbeeld vragen om te komen spelen om te kunnen uitlachen)

Bij deze. 🙂

Kinderen zijn hard voor elkaar.

Volwassenen soms ook wel, maar die beschikken in principe over meer (sociale) vaardigheden om een en ander te kunnen inschatten en opvangen. Kinderen hebben deze vaardigheden nog niet.

Babies en peuters spelen naast elkaar.

Ze interageren niet echt met elkaar, ze gaan wel eens voor het stuk speelgoed dat de ander vast heeft, maar echt samen spelen zien we meestal pas later, in de kleuterklas. Gaandeweg leren kinderen samen spelen, en haast automatisch komen daar plagerijen bij, pesterijtjes, uitdagen, … . Door trial en error leren ze wat kan en wat niet kan bij elkaar, en bouwen ze sociale vaardigheden op. Kinderen die een kind vragen om te komen spelen, en het vervolgens uitlachen, die zijn ook volop aan het testen wat nu leuk is, en wat aanvaardbaar is. Hee, dit is een leuk spel! Wij vinden dit leuk! Dat de ander dat niet zo leuk vind, dat is een tweede stap die niet altijd gezet wordt, zeker als kinderen nog erg jong zijn.

Nu heb je wel wat nodig, om sociale vaardigheden te kunnen opbouwen.

Je hebt empathie nodig, want je moet je kunnen inleven in de ander, om te begrijpen dat wat jij doet voor de ander misschien niet leuk is. Je moet gelaatsuitdrukkingen kunnen herkennen (is de ander boos, verdrietig, blij). Je hebt wat beheersing nodig, anders kom je niet tot een over en weer communicatie van afwisselend praten en luisteren, en kan je dus ook niet leren afspraken maken.

Best ingewikkeld dus allemaal.

Wanneer je merkt dat je kind hard wordt aangepakt door andere kinderen, is het handig om dat kader in je achterhoofd te houden. Ze zijn sociale vaardigheden aan het opbouwen, en dat is een leerproces. Zeker bij kinderen van de lagere school is dat volop aan de gang. De andere kinderen doen het niet persé om te pesten. Dat kan helpen kaderen, zodat jij rustiger met de situatie om kan gaan. Zeker als je dit zelf ook ervaarde als kind, kan het zijn dat je hier flink getriggerd wordt… en dan gaat jouw verstand ook weer uit.

Maar goed, hoe kan je daar nu mee omgaan?

Uiteraard zeg je er wat van tegen de leerkracht op school, als dit op school gebeurt. Maar de kans is klein dat het probleem daarmee opgelost wordt. Idealiter gaat iemand aan de slag met die andere kinderen, en ook met jouw kind, maar de realiteit is anders. In de realiteit, kan jij vaak enkel aan de slag met jouw kind. In ieder geval is dat altijd een mooi begin.

Je kan het gevoel van je kind erkennen, je kind au serieux nemen. “Wat vervelend dat ze je uitlachen”. Wanneer dit keer op keer gebeurt, kan je eens kijken naar het waarom, hoe komt het dat je kind zich iedere keer “laat vangen”? Waarom speelt je kind met die kinderen? Mogelijks kan je zelf daar je kind sterker maken, weerbaarder maken, door bijvoorbeeld te tonen hoe je stop zegt, met een kordate stem en een stevige lichaamshouding.

Leer je kind vooral dat dit niets met het kind zelf te maken heeft. Zo vermijd je die deuk in het zelfvertrouwen die je vaak ziet, wanneer kinderen worden uitgelachen.

Of je gaat voor deze, meer visuele aanpak:

Want hoe je het ook draait of keert, sommige kinderen (volwassenen) worden gepest en andere niet. En hoe hard we ook tegen pesten zijn, en hoe fout het ook is, er schuilen altijd groeikansen in. Meestal voor alle partijen:

  • groeikansen voor diegene die gepest wordt
  • groeikansen voor diegene die pest
  • groeikansen voor de opvoeders, zowel ouders als leerkrachten

Dus ga ermee aan de slag!

Prikkels!

Opname van een gesprek tussen Helga Peeters (mamacoach en opvoedcoach) en Desie Vrints (kindercoach)!

Wat zijn prikkels eigenlijk? Helpt TV kijken om een prikkelgevoelig kind tot rust te laten komen? Moet je je kind afschermen van een overload aan prikkels? Hoe kan je je kind ermee leren omgaan? Wat is het verschil tussen prikkelgevoelig zijn en hooggevoelig zijn?

Vragen die ik kreeg van moeders:

– hoe ga je om met een kleuter van 4 jaar, die overduidelijk rust (minder prikkels) nodig heeft, maar toch steeds maar prikkels blijft opzoeken?

– En hoe kan je een kind dat niet goed tegen teveel prikkels kan weerbaar maken? Omdat deze kinderen toch wat ‘anders’ zijn dan de doorsnee kinderen, hoe zorg je ervoor dat ze zich niet anders/speciaal voelen? Hoe zet je hen in hun kracht, zodat ze zelf kunnen aangeven wanneer het genoeg geweest is?

– Is het zinvol om uit te zoeken of je kind of jezelf hooggevoelig bent? Maw kan die ‘stempel’ een meerwaarde zijn?

Een opname boordevol informatie en tips, enjoy!