was successfully added to your cart.

Winkelmand

Category

gratis tips

De goed genoeg modus

De goed genoeg modus. Ik verwees er al naar in de live in de Facebookgroep. Het was één van de doelen van een mama die bij mij in begeleiding kwam. Ze wou graag meer in de “goed genoeg modus” zitten, in plaats van in de huidige “het moet perfect zijn modus”. Ook al deed ze dat perfect willen zijn met al best een hele hoop zelf liefde. En uiteraard vol goede bedoelingen.

Goed genoeg moest toch ook gewoon goed genoeg zijn?

Dat zei haar verstand. Maar verder kwam ze nog niet.

Ik legde haar uit dat “het beste uit jezelf halen” eigenlijk hetzelfde is als de “goed genoeg modus”. Wanneer je weet – voelt tot diep vanbinnen dat je het beste uit jezelf haalt, dan is het gemakkelijker om tevreden te zijn. En om je inspanningen “goed genoeg” te vinden. Het is dan ook gemakkelijker om minder vast te hangen aan het resultaat, en meer te genieten van het proces. Het wil niet zeggen dat je niet je best doet, en ook niet dat je niet het onderste uit de kan haalt.

We weten allemaal dat de beste reis niet de reis is met de perfecte bestemming – wel de reis waar je tijd nam om rond te kijken. De reis waar je kon genieten van het onderweg zijn.

Nog veel te vaak voelen we ons mislukt als moeder, omdat het verwachte resultaat uitblijft. Het verwachte resultaat kan bijvoorbeeld een bepaald gedrag van je kind zijn dat je wil veranderen. Gedrag van jezelf waar je niet zo happy mee bent. Resultaat kan ook zijn dat je iets meer zou willen doen, of iets minder zou willen doen, iets waar je mee wil starten of iets waar je mee wil stoppen.

Wanneer echter het resultaat uitblijft, en er geen of te weinig aandacht is voor de inspanning, dan gaan we haast automatisch denken in termen van mislukking en tekort. Ook al kunnen we vanuit zelf liefde zeggen tegen onszelf “ach ja, je hebt toch je best gedaan”, dan nog hangt dar een vibe rond van mislukking en tekort.

En dan is er ook nog dat stemmetje van “misschien lukt het volgende keer wel, gewoon een beetje harder proberen”. Gevolgd misschien door dat andere stemmetje “ja maar ik probeer …” .

Vast denken versus groei denken

Ik moet het gewoon nog eens proberen. Of een beetje harder proberen. Wat meer. Ik moet er wat vaker mee bezig zijn. Consequenter zijn. Enzovoorts. Het zijn allemaal voorbeeldjes van vast denken.

En dat werkt dus haast nooit, omdat het een hele fixed (vast) mindset (manier van denken) is. Je zit dus bij definitie vast, alleen al door je manier van denken (en bij uitbreiding voelen – want gekoppeld aan die gedachten zijn gevoelens).

Heel anders is het, wanneer je kan denken vanuit de “goed genoeg modus”. Want dan is het al genoeg én er is ook nog meer mogelijk. Want als je dit al kon, goh, wat zou je dan nog meer kunnen?

Ik stel mezelf soms letterlijk de vraag:

Wat is er nog meer mogelijk?

Vanuit mijn goed genoeg modus.

Dat is pas groeien dan.

Want het stimuleert een groei mindset. Want waw het is al zo goed dus dat heb je al bereikt. En waw dan kan het vast nog beter ook – the sky is the limit! Als ik dat kon, kan ik dit misschien ook.

Overvloed versus tekort

Haast automatisch ga je ook denken in termen van overvloed, in plaats van tekort. In termen van mogelijkheden, in plaats van beperkingen. In termen van oplossingen, in plaats van problemen.

Denken in tekort is denken “ik doe het niet goed genoeg”. Dus ik moet iets meer doen wil ik toch mijn beoogd resultaat bereiken. Aka een tandje bijsteken. Maar dat lukt niet (een mens heeft maar zoveel tandjes ;-)) dus dan voelen we ons weer mislukt en niet goed genoeg. Je triggert jezelf in vast denken door te denken in tekort. Statisch denken. In cirkeltjes denken. Doemgedachten waar maar geen einde aan komt.

Denken in overvloed is denken “ik doe genoeg”. Het proces is belangrijker dan het resultaat. Als ik een ander resultaat wil, moet ik iets anders doen. Niet hetzelfde blijven doen. Niet meer doen. Hey, misschien moet ik wel ergens mee stoppen. Of iets minder doen dat toch niet helpt. Verlichting!

En als ik voel dat ik iets anders kan / mag doen, wat is er dan nog meer mogelijk?

Misschien kan ik eens die doemgedachten opschrijven, om ernaar te kijken en vast te stellen dat die 1000 gedachten in mijn hoofd, er op papier maar een handvol zijn.

Genieten van het proces

= genieten van onderweg zijn

= genieten van het groeien van je kind

= genieten van je eigen groei als mama of papa (want jij groeit mee)

= fier zijn op wat je bereikt.

Ga maar lekker groei denken. Je bereikt er veel meer mee dan je … denkt. 😉

Meer lezen?

Blog: wanneer je gewoon die lieve mama wil zijn

Inspiratie: je mag zijn zoals je bent

Blog: drie tips voor patroon doorbrekend opvoeden

Voor jou, hooggevoelige mama (ook als je niets hebt met dat label)

Heeyo!

Of gewoon hoi!

Ja, jij daar, misschien hooggevoelige mama. Welkom bij deze blog die ik schreef voor jou. Hopend je een hart onder de riem te steken, en om je wat wegwijs te maken in de wondere wereld van (heel) gevoelig zijn. Ik noem het liever gewoon zo. Gevoelig. Of heel gevoelig, voor diegenen die voelen dat ze precies toch wat gevoeliger zijn dan de gemiddelde mens om hen heen. Ja, met alles wat daarbij komt kijken. De wondere wereld van een beetje (veel) anders zijn.

Wat is er eigenlijk “hoog” aan, aan hooggevoelig zijn?

Wel, helemaal niets. Het is gewoon een ietwat ongelukkige vertaling van de term “highly sensitive”, die in het leven kwam dankzij Elaine Aaron, de grondlegster van het hele hooggevoelig verhaal. Highly sensitive betekent eigenlijk niet “hoog” gevoelig zijn. Het is eerder heel gevoelig zijn. Of diep gevoelig. Of … een beetje (veel) gevoeliger dan wat je gemiddeld om je heen ziet. Net dat tikje anders.

En dat is best spannend op zich, anders zijn. Want als mens horen we toch graag bij de kudde, nietwaar?

Verspil geen energie aan het label

Hooggevoelig zijn is niet zwart of wit. Je bent niet wel of niet hooggevoelig. Soms duidelijk niet, soms duidelijk wel, vaak is het onduidelijk en dat is oké. Je hebt het label niet nodig om handvatten te vinden voor jezelf of voor je kind. En in tegenstelling tot labels die wel erkent zijn, krijg je niks extra met een label “hooggevoelig”.

Want er bestaat nog geen geijkte, wetenschappelijk onderbouwde test die je met zekerheid kan zeggen of jij nu hooggevoelig bent of niet. Dus stop met je energie te stoppen in uit te vissen of je nu hooggevoelig bent of niet. Want er is veel grijs en uitvissen of je hooggevoelig bent of niet, is eigenlijk best moeilijk. Want je kan ook hooggevoelig reageren bijvoorbeeld, omdat je chronisch overprikkeld bent. En wanneer je die overprikkeling eraf haalt, ben je plots niet meer hooggevoelig. Dat kan dus ook.

Klinkt heel logisch allemaal, toch? Nochtans kom ik best veel mensen tegen, die bezig zijn met uit te vissen of zij of hun kind nu hooggevoelig zijn of niet. Als ik dan vraag waarom, dan zijn ze vaak op zoek naar herkenning. Het gevoel niet alleen te zijn (daar is die kudde weer). Vaak helpt het ons wel, om te weten dat we niet alleen zijn. Want als we niet alleen zijn, voelen we ons een beetje normaler weer. Hoef je jezelf niet meer te zien als die ouder met een hoekje af.

Een mama met een hoekje af. 

Mja. Zo heb ik me ook een poos gevoeld. Eén van mijn mentors (An Michiels) vertelde me ooit dat kinderen altijd terecht komen in een gezin met één ouder met een hoekje af. En ik vraag me soms nog altijd af, of ik die ouder ben met dat hoekje af, of dat hun papa dat is. 😉

Interessant op zich, dat hoekje.

Van wie is dit?

Als hooggevoelig mens is tot wel 80% van je gedachten, je emoties, … niet eens van jou. Ja, dat hoor je goed. Toen ik dat voor het eerst hoorde, viel ik ook van mijn stoel. Maar bij nader onderzoek bij mezelf en bij anderen, kan ik je wel vertellen dat het absoluut waar is. De leegte, de ruimte die ik ervaar in mezelf omdat alles wat niet van mij is weg is, is onbeschrijfelijk. Het voelt als een heerlijke bron van rust die altijd bij me is. Ik wens jou dat ook toe!

Om dat te bereiken kan je ontdekken wat van jou is en wat van de ander is. Nog steeds vind ik dit een magische tool die ik leer aan vrijwel alle hooggevoelige moeders in begeleiding bij mij, en aan hun kinderen en ook aan mijn kinderen. Want dit is zo simpel, dat kinderen het vaak beter snappen dan volwassenen. Soms moet je een kind zijn om iets te kunnen … . Als volwassene moeten we het vaak nog leren.

Maar ook dat is oké natuurlijk. We leven om te leren, toch. Anyway. Concreet nu. Wanneer je een gedachte gewaar wordt, of je voelt een gevoel, dan stel je jezelf de vraag (mag luidop of in gedachten):

Van wie is dit?

En observeer wat er gebeurt met de gedachte, met het gevoel. Er is geen goed of fout, observeer gewoon en als je wil, laat het me vooral weten wat het met jou doet! En voor alle duidelijkheid, het is niet de bedoeling dat je met je hoofd gaat nadenken van wie het nu in ‘s hemelsnaam is. Maar als je eenmaal wat gewend bent aan de vraag, ga je voelen of het van jou is, of van een ander. Als het van jou is, ga je je zwaarder voelen, en weet je ook dat het aan jou is om er iets mee te doen. Als het van een ander is, dan ga je je lichter voelen, en kan de gedachte of het gevoel in kwestie makkelijk loslaten. Dit gaat vanzelf.

Ga geregeld eens zitten met jezelf

De meest zuivere en tegelijk de meest makkelijke manier om iets van meditatie mee te pikken, is simpelweg te beseffen dat mediteren begint bij gaan zitten met jezelf. Of liggen natuurlijk.

Even alleen met je gedachten en je gevoelens, waarbij je vooral probeert te observeren, en niet te oordelen. Gewoon vaststellen wat er is, op die moment, in die moment. Een hoofd vol gedachten, een lijf vol gevoelens, het is allemaal oké. Je hoeft in dat moment geen actie te ondernemen. Tis niet omdat je hoofd zegt dat er nog een berg afwas staat, dat je lijf moet rechtspringen om die afwas te gaan doen. Als dat is wat je wil, dan is dat prima, maar het is en blijft een keuze om te handelen naar je gedachten, of niet.

Af en toe gaan zitten met jezelf, maakt je daar veel bewuster van. En vanuit die paar minuten per dag, per week, per maand, per jaar, … ga jij heel goed leren, weten, ontdekken, … wat jij nu precies nodig hebt. Want dat is net je kracht, als hooggevoelig mens.

Stap er maar lekker in, in die kracht. 

 

Meer?

Ook nuttig voor jou, misschien hooggevoelige mama:

Stilte & Helende klanken (vlog)

3 tips om je buikgevoel nog meer te gebruiken (blog)

Niemand kent mij (blogje)

Stilte & helende klanken

Misschien herken je het. Je zoekt naar meer rust, een moment van stilte voor jezelf en als het moment daar dan eindelijk is, grijp je naar je smartphone of de televisie.

Niks mis mee, als dat is wat jij wil.

Maar als je een alternatief zoekt, nodig ik je uit om naar dit filmpje te luisteren.

Samen zakken we even helemaal de stilte in, zodat we nog meer rust halen uit dat ene, vaak kostbare moment.

En ook, om kinderen succesvol op te voeden zonder straffen en zonder beloningssystemen, is er vaak heling nodig bij de ouder. In één op één begeleiding neem ik dat altijd actief mee, omdat dat in traditionele therapie nog zo vaak ontbreekt, waardoor mensen vast zitten. En in traditionele coaching, is het vaak “de magische tip” die in de kijker gezet wordt. Die ene magische tip of zin die alles moet oplossen, die ervoor moet zorgen dat je kind nu eindelijk eens echt gaat luisteren / meewerken.

Maar zo werkt het niet, en ik weet dat maar al te goed dus geen traditioneel spul voor mij. 😉 Heel vaak is er heling nodig, en heel vaak weten mensen niet hoe ze daar aan moeten beginnen, of, als het toch al eens ervaren werd, voelt het vaak zwaar en moeilijk.

Magische tips zijn ook nodig hé, maar met alleen tips kom je er niet, dat is zeker.

Heling zorgt er actief voor dat je kind je pijn van vroeger (waar je je dus vaak niet eens van bewust bent) minder kan triggeren. Simpelweg omdat er minder van die pijn is, omdat je geheeld bent. Waardoor je minder vaak boos wordt om die kleine dingen, met schuldgevoel achteraf.

Helende klanken zijn een leuke, ontspannende manier om alvast een beetje van die heling in gang te zetten, zonder moeite, zonder pijn, met gratie, genot en gemak.

In dit filmpje gaan we op weg naar rust en van daaruit door naar heling, op een leuke en relaxte manier. Je kind kan gerust meeluisteren overigens, of niet, zoals jij wil (of probeer beide uit).

Let’s play!

Een anker voor een rollercoaster

Het is vrijdag, wanneer ik dit schrijf. De voorlopig (?) laatste dag van ons thuisonderwijs. Het mooie, uitdagende, lastige, prachtige thuisonderwijs dat we kregen door corona.

Sommigen hadden geen thuisonderwijs. Anderen deden gewoon verder omdat ze al thuisonderwijs gaven. Voor velen was het zoeken, proberen, vinden. Moeilijke dingen, leuke dingen.

Ik kan ook moeilijke dingen.

Is iets dat we alvast ontdekten. De kinderen en ik. Want evident was het verre van. Nog steeds. Ook op deze laatste dag. Lukt het me niet om een blog te schrijven (nu ja wat is een blog eigenlijk). Dus schrijf ik maar een brief voor jou, bij deze, met wat er in mijn hart opkomt.

Misschien heb je er iets aan.

Soms lijkt je leven op een rollercoaster. De afgelopen tijd zal het vast voor veel mensen zo geweest zijn. Ook al was er meer rust. Alles was zo … anders. Het is dat anders dat ervoor kan zorgen dat je veel beweging voelt. In je energie. Het kan lijken of je meer meegaat met anderen, omdat alles zo anders voelt en is. Anderen anders doen. Er is letterlijk meer beweging. En je systeem neemt dat waar, en zo kan het leven soms voelen als een rollercoaster.

En misschien geloof je nog graag dat alles weer het oude wordt. Stilletjes aan. En misschien is dat ook wel zo, geen idee. Misschien zijn we dit binnen een jaar allemaal vergeten.

Toen ik hoorde dat mijn kinderen terug naar school mochten, had ik gemengde gevoelens daarbij. Geen angst, want zo zit ik niet in elkaar. Wel een soort verdriet dat ik ze niet meer de hele tijd bij me zou hebben. Een soort opluchting dat ik ze niet meer de hele tijd bij me zou hebben.

Die plus en die min.

Weer beweging. Beweging in emotie deze keer. 

Terwijl ik zo graag even stilte wil. Een anker. Even niet bewegen. De stilte vinden. En oh ik deed al zo hard mijn best. Mediteerde veel. Ging elke ochtend als de zon scheen (en dat waren er heel wat de afgelopen tijd) in de zon zitten met mezelf en een tas koffie.

De stilte vindend. Een anker. Even stilte in de beweging. Even rust.

Maandag zal de stilte ongetwijfeld als een bom op me inslaan. Wanneer ze weer op school zijn. Misschien kan ik mezelf nog even afleiden met andere taakjes. Misschien ga ik dat doen, misschien ga ik dat helemaal niet willen.

Misschien ga ik tijd maken om in mezelf te keren. De stilte toe te laten. Misschien ga ik daar nog niet aan toe zijn.

Het is oké om het niet te weten, of om te doen alsof je het nog niet weet.

Het is oké.

Beweging.

Stilte. Een anker.

Klaar om te gebruiken, wanneer jij dat wil. Wanneer jij dat nodig hebt. Wanneer jij eraan toe bent.

Geef jezelf tijd. Maak tijd voor jezelf. Tijd is het enige dat je nodig hebt om stilte te creëren, wanneer jij eraan toe bent.

Tijd is het enige dat je nodig hebt om beweging te creëren.

Wat heb jij nodig? Stilte, of beweging?

Opvoeden zonder straffen en zonder beloningssystemen: hoe doe je dat?

Gisteren had ik een gesprek met een ambitieuze mama die graag meer wou halen uit zichzelf en de opvoeding van haar twee jonge kinderen. Zoals velen onder ons worstelde ze nog met het omgaan met haar eigen emoties, in combinatie met de wens om haar kinderen op te voeden zonder straf. Dat is pittig. Want velen associëren een opvoeding zonder straffen met eindeloos geduld en veel herhalen, en als je dan zelf nog geen vat hebt op je emoties, dan ben je inderdaad voor je het weet aan het dweilen met de kraan open.

Verlies je geregeld je geduld en vraag je je af hoe anderen dat doen, dat opvoeden zonder straffen en zonder beloningsstemen.

En creëer je op die manier naast een gevoel van onkunde en onmacht, ook nog eens een schuldgevoel.

Verschillende opvoedstrategieën

Er bestaan verschillende strategieën om een kind op te voeden. Meestal kiezen we er onbewust één, op basis van onze eigen opvoeding. Hebben we zelf het gevoel dat onze opvoeding goed was, dat we een warm nest hadden thuis, dat er naar ons geluisterd werd en dat we er mochten zijn, dan kiezen we vaak voor een soortgelijke opvoeding voor onze kinderen. Vaak is dat een opvoeding die relatief “in balans” is, een opvoeding waarbij er aandacht is voor het kind, maar waarbij er ook grenzen gegeven worden omdat men van mening is dat dat zo hoort, soms zonder goed te weten waarom precies. Bij deze opvoedstrategie handelen we relatief in balans, relatief mainstream, komt er links en rechts wel eens eens straf bij kijken, verliezen we wel eens ons geduld, maar velen vinden dit prima zo.

Wanneer we niet dat gevoel hebben van een veilig nest, of wanneer we van mening zijn dat er niet genoeg naar ons geluisterd werd, dat er onvoldoende aandacht was voor onze emoties, … dan gaan we bewuster een keuze maken in onze opvoedstrategie. We gaan een boek lezen over opvoeden, ons aansluiten bij een mama groepje, praten met anderen over opvoeding, … We gaan ons met andere woorden bewuster proberen te oriënteren. Vaker dan in het vorige geval gaan we (ook vaak weer onbewust) kiezen voor een opvoeding die het tegenovergestelde is van wat we zelf kregen. Zo zie je bijvoorbeeld ouders die hun kind proberen op te voeden zonder straffen, die zelf een vrij autoritaire opvoeding gekregen hebben. En dat is een uitdaging, want het zijn net die ouders die door hun opvoeding nog niet geleerd hebben om te gaan met hun eigen emoties, laat staan dat ze dat moeten leren aan hun kind.

Je kan niet leren aan je kind wat je zelf nog niet kan. 

Een andere groep ouders die vaak overgaan tot een opvoeding zonder straffen en zonder beloningssystemen dat zijn ouders die één of andere vorm van verwaarlozing gekend hebben in hun kindertijd. Die verwaarlozing kan heel subtiel zijn. Bijvoorbeeld fysieke verwaarlozing of mishandeling zijn, maar ook emotionele verwaarlozing (of mishandeling), of verwaarlozing in nabijheid.

Was jij dat kind dat vaak alleen op haar kamer zat? Kreeg je slaag? Werd er tegen jou gezegd dat die tranen niet nodig waren, dat boos zijn zinloos was (dat gaat je niet helpen hoor!) of dat boos zijn niet mocht (daar moet je niet boos om zijn)? In meer of mindere mate? Zeker wanneer je heel gevoelig bent, dan worden zulke uitspraken van ouders heel diep geïntegreerd. Jonge kinderen kennen het verschil niet tussen wat ze ervaren en wie ze zijn. Een afwijzing van de ervaring staat dus gelijk aan een afwijzing van het zijn. En zo kan het gebeuren dat je als kind effectief het gevoel had dat je er niet mocht zijn, omdat je emotie er niet mocht zijn. Deze groep van ouders is heel groot, en zij hebben een dubbel probleem. Ze hebben niet leren omgaan met hun eigen emoties, dus ook weer daar, hoe kan je het dan leren aan je kind? En daar bovenop zijn deze ouders ook heel vaak “uit balans”. Ze zijn hun kern kwijt, een gevolg van het “er niet mogen zijn”. Ze vragen zich af wie ze zijn. Wat ze willen. Als ze horen “blijf dicht bij jezelf” dan weten ze niet goed wat daarmee bedoeld wordt, of hoe dat moet. Naar hun kinderen toe hebben ze vaak problemen met leiderschap. Want leiderschap komt van binnenuit en dat “binnenuit” is bij hen nog niet duidelijk gedefinieerd. Ze stellen zich vragen over grenzen, voelen zich vaak schuldig (en vragen zich af waarom ze zich schuldig voelen).

Geen vakjes

Nu ik stop geen mensen in vakjes. Misschien herken je jezelf in één van de bovenstaande omschrijvingen en dat kan je helpen om te begrijpen waarom een opvoeding zonder straffen en zonder beloningssystemen voor jou nog moeilijk is. Daarom geef ik het mee. Je hoeft jezelf niet in een vakje te stoppen. Begrijpen waar voor jou de moeilijkheid ligt en waarom, kan je wel helpen.

Weet dat kinderen altijd loyaal zijn aan hun ouders. Dit vanuit een evolutionair gegeven. Kinderen zullen altijd hun ouders willen “helpen”. Voor jouw persoonlijke ontwikkeling, ga je altijd minstens één kind hebben dat je extra uitdaagt, extra triggert, … Er gaat altijd minstens één kind zijn dat het slechtste in jou naar boven haalt. Zodat je veel kansen krijgt om te groeien als mens. Ook dat is belangrijk om te weten vind ik, aangezien er nogal wat mensen zijn die worstelen met niet hetzelfde voelen voor elk van hun kinderen. In het beste geval durven ze het benoemen als “met dat kind heb ik een betere band” maar vaak durven we het niet benoemen, alsof het benoemen hetzelfde zou zijn als zeggen “ik zie dat kind liever”. Wat dus niet klopt.

Een van de geweldige dingen aan opvoeden zonder straffen en zonder beloningssystemen, is wel vind ik dat je uiteraard je kind al heel jong een hele hoop belangrijke levenslessen meegeeft door deze manier van opvoeden. Je kind leert een hoop dingen die het een heel leven lang kan gebruiken. Maar je leert zelf ook een hoop.

Want je kan niet op deze manier opvoeden zonder naar jezelf te kijken.

Wanneer je niet bereid bent om met jezelf aan de slag te gaan, is deze manier van opvoeden niks voor jou.

Het is namelijk letterlijk samen groeien.

up / ap / natuurlijk ouderschap / aware parenting / …

What’s in a name? Er bestaan veel richtingen en stromingen met elk een eigen accent en ik zie dan vaak dat mensen proberen om er eentje te kiezen. En dan zeggen “ik ben fan van ….”. Of “wij voeden ons kind AP op” “oh en wij UP”, dan krijg je interessante discussies. 😉

Dan geven ze mekaar opvoedadvies en dan zie je reacties als “goh dat is voor mij toch niet UP”.

Gaat het dan nog over opvoeden, vraag ik me soms af.

Tja.

Persoonlijk zie ik deze richtingen meer als tools, inspiratie en concepten. Want zelden vind je er echt concrete handvatten, wat ook verklaart waarom veel mensen dat opvoeden maar ingewikkeld vinden. Terwijl de basis eigenlijk heel eenvoudig is. Daarom noem ik het zelf liever een opvoeding zonder straffen en zonder beloningsysstemen. Omdat die dingen eigenlijk trucjes zijn die je weghouden van waar het echt om gaat. En alles wat je tegenkomt in AP, UP, Aware Parenting, … vind je ook terug in een opvoeding zonder straffen en zonder beloningssystemen.

Laten we ons niet verliezen in de termen, laten we onszelf de vrijheid gunnen om niets te moeten kiezen. Want niet kiezen, geeft meer mogelijkheden. Meer mogelijkheden om te vinden wat bij jou past.

Want opvoeden, doe je nog altijd het beste en het meest moeiteloos vanuit wie jij bent.

Dus laten we dat niet in vakjes stoppen. Opvoeden hoort niet thuis in vakjes, net zoals jij niet thuis hoort in een vakje.

De basis van opvoeden

Laat een kind groeien, laat een kind zichzelf zijn, laat een kind het leven ontdekken door te leven, met respect voor zichzelf en met respect voor anderen. Groei zelf, laat jezelf jezelf zijn, ontdek het leven, met respect voor jezelf en voor anderen.

Leid waar nodig en laat los waar nodig. Laat je kind zijn of haar eigen leven leiden, zijn of haar eigen fouten maken. Zijn of haar eigen problemen ervaren en oplossen. Help je kind en bescherm je kind, maar niet meer dan nodig. Leef jij ook je eigen leven, durf fouten maken. Mislukken én lukken naast elkaar, zonder oordeel, zonder schuld.

Doe dit alles vanuit jezelf, zonder trucjes.

Trucjes die je misschien kent en al dan niet bewust inzet in de opvoeding van je kind:

  • straffen (doe dit of anders)
  • beloningssystemen (doe dit of anders geen …)
  • manipulatie (als je dat doet dan)
  • chantage (doe dit of anders op emotioneel niveau – bijvoorbeeld doe dit anders word ik boos)
  • het slachtoffer spelen (doe dit anders word ik verdrietig)
  • dreigen (je kan maar beter dat doen … nu meteen)

Het zijn allemaal trucjes die je kan proberen om in te zetten om eigenlijk je kind te laten doen wat jij wil, voor zolang je nog niet zo veel als nodig is voor jouw kind, in je leiderschapsrol zit. Of nog niet kan loslaten.

Hoe gevoeliger en temperamentvoller je kind is, hoe minder dat deze trucjes werken. Hoe meer kracht je moet bijzetten en hoe meer je de relatie met je kind naar de vaantjes helpt. Hoe meer je de relatie met je jonge kind naar de vaantjes helpt, hoe moeilijker de puberteit van je kind zal zijn. Want het is met het ouderschap voor je jonge kind dat je de basis legt voor het ouderschap voor je (toekomstige) puber.

Nu wanneer jij volwassen bent op alle gebieden dan heb je geen trucjes meer nodig. Want dan ben je een natuurlijke leider en kan je loslaten waar nodig zodat je kind een eigen leven kan opbouwen. Dan ben jij de grote waar je kind naar kijkt om van te leren. Net zoals we dat zien bij apen in groep. Daar wordt er ook niet gestraft en al zeker geen stickers gekleefd.

Dus opvoeden zonder straffen en zonder beloningssystemen, hoe doe je dat?

Simpelweg door volwassen te zijn, op alle vlakken.

Volwassen in je emoties

Je kan constructief met je eigen emoties omgaan. Je bent wel eens boos, bang of verdrietig, maar je vindt dat oké en je weet wat je voor jezelf kan doen om al deze emoties te ervaren, eigenlijk zonder dat je er al te veel last van hebt. En zonder dat anderen er last van hebben. Je hebt anderen niet nodig om deze emoties te voelen, te ervaren, te verwerken, te laten zijn. Ze storen je niet.

Volwassen in je communicatie

Je kan efficiënt communiceren vanuit verbinding met jezelf en met je kind. Efficiënt wil zeggen dat je kind begrijpt wat je bedoelt. In verbinding wil zeggen dat je in de schoenen van je kind kan gaan staan. Dat is snel gezegd, maar in praktijk begrijpen ouders en kind mekaar vaak niet. Wordt er te weinig geluisterd (ouder naar kind en vs versa). Lukt het niet om in de schoenen van je kind te gaan staan omdat je geduld op is, of omdat je niet weet hoe een kinderbrein werkt (vaak heel anders dan het jouwe, het menselijk brein groeit tot voorbij we 20 jaar oud zijn). Verwachten we dat kinderen in onze schoenen kunnen gaan staan en vangen we bot.

Met als gevolg dat kinderen onvoldoende handelen naar wat de ouder zegt. Met als gevolg dat ouders te weinig rekening houden met hun kind. Soms is het wel degelijk zo handig dat je kind gewoon naar je luistert, omdat je kind nu eenmaal niet de rijpheid heeft om zelf de meest constructieve keuze te maken. En soms hou je te weinig rekening met je kind, ook al wil je dat heel graag.

En dan hebben zaken als perfectionisme en faalangst vrij spel…

Volwassen in zorgen

Je kan voor jezelf zorgen, zodat je ook in staat bent om voor je kind te zorgen. Jij bent de grote, je kind is de kleine. Jij zorgt voor je kind, niet andersom. Je voed je kind in de meest brede betekenis van het woord. Je geeft liefde en aandacht, zonder daar iets voor terug te verwachten. Je hoeft ook niets terug te verwachten, want je hebt zelf genoeg.

Je (jonge) kind is van nature egocentrisch. Dit vanuit een evolutionair standpunt. We geven dus veel als ouder zonder iets terug te verwachten en dat is evolutionair gezien gezond.

Volwassen in balans

Je snapt dat het leven toppen en dalen heeft. Je snapt dat je beide nodig hebt om de rijkdom van het leven te ervaren. Je kan genieten van beide! Je kan beide naast elkaar zetten, niet het ene belangrijker vinden dan het andere. Beide ervaren, met gratie, genot en gemak.

Je kan zowel stress als rust ervaren in die hoeveelheden die bij jou passen. Je kan stress ervaren als goesting om te leven, als die extra boost die je zoveel geeft. En je kan zelf bepalen hoeveel rust je voorziet. Je hebt zowel je stress als je rust in balans, onder controle als in dat je zelf kiest wat je nodig hebt nu.

Volwassen grenzen geven

Je kan assertief zijn, maar niet agressief. Je hebt geen trucjes nodig zoals dreigen of het slachtoffer uithangen, om gehoord te worden.

Je weet welke grenzen je wil geven en hoe je dat kan doen. Je kan ook zien dat grenzen veranderen met de leeftijd van je kind, en je kan daar de groeikansen voor je kind zien. Soms komen kinderen in problemen wanneer ze een grens overschrijden. Je kan het kind rustig en veilig dat probleem laten ervaren, zonder bijvoorbeeld de behoefte te voelen om te zeggen “ik had het toch gezegd”. Omdat jij weet dat je kind leert, op dat moment. En je ego het niet nodig heeft om duidelijk te maken dat je kind leert van jou. Je kind leert, dat telt. Op een manier die het beste bij hem of haar past. Op schillende manieren en van verschillende mensen.

Dat is je taak als ouder, het leren faciliteren. Grenzen laten ervaren. Grenzen geven wanneer dat nodig is voor het welzijn van je kind en / of voor de veiligheid. En daar twijfel je ook niet aan.

Volwassen in je tijdsbesteding

Er zijn maar 24 u in een dag. Dat zal altijd zo zijn. Als volwassene beslis je zelf waar je je tijd aan geeft. Punt. Je klaagt niet dat je te weinig tijd hebt voor … maar je doet er wat mee. Klagen brengt sowieso niks op. En ja daar steigeren nogal wat mensen over, als ik dat zeg. Want we moeten toch gaan werken zeker, en het huishouden doen, en al die andere niet leuke dingen. Doe gerust. Van mij moet er niks. Ga gerust verder met wentelen in alles wat moet en alles waar dan geen tijd meer voor is. Ik garandeer je dat er niks zal veranderen. Tot je misschien op een punt komt dat je wel moet, bij een burn-out bijvoorbeeld (wens ik je niet toe).

Of …

neem verantwoordelijkheid voor je eigen tijd.

Vervang “ik heb geen tijd” door “dit is geen prioriteit voor mij” en je leven zal veranderen. 

Want wanneer je tegen jezelf zegt “daar heb ik geen tijd voor”, dan bedoel je eigenlijk dat dat geen prioriteit is voor jou. Wanneer er echt iets dringend is, dan maak je tijd. Dan is het zelfs geen vraag meer of je er tijd voor gaat maken.

Dan is het gewoon evident dat er tijd voor IS, net zoals eten en drinken.

Meer hierover kan je lezen en kijken in de gratis video-reeks “anders opvoeden“.

Volwassen in de omgang met anderen

Je kan constructief omgaan met de opmerkingen van anderen. Want volwassen zijn in een wereld waar weinig volwassenen écht volwassen zijn, dat vraagt wat. Anderen reageren sowieso op jou. Zijn het misschien niet eens met wat je zegt of doet.

En dat mag.

Want dat is het stuk van de ander, en jij hoeft de hele wereld niet te fixen. Je blijft lekker bij jezelf. En het standpunt van de ander … dat is het standpunt van de ander. Dat staat naast dat van jou. Niet meer en ook niet minder. Niet beter, en ook niet slechter. Jouw enige taak is ervoor te zorgen dat jij geen nadelen ervaart van het standpunt van de ander. En dat is weer … jouw stuk. Dat kan je zelf.

Conclusie

Opvoeden zonder straffen en zonder beloningssystemen, hoe doe je dat?

Vooral door jezelf te begeleiden naar volwassenheid.

Op alle vlakken. Dat globale, dat overzicht, gaat zich vertalen naar de dagdagelijkse praktijk. Ironisch genoeg moet je dus jezelf gaan opvoeden, naast het opvoeden van je kind. Ga eens na wat je miste in je eigen opvoeding. En geef dat alsnog aandacht. Neem daarvoor de verantwoordelijkheid, want het is jouw groeiproces.

Die lieve mama die instaat voor jouw liefdevolle opvoeding, die kan je ook zelf zijn, voor jezelf. 

Soms vraagt dat nog vergeving naar je eigen ouders toe. Hoe je opvoeding ook was, ga er maar vanuit dat je ouders hun best deden, net zoals jij je best doet. Alle ouders, hoe onbewust ook, doen hun best, wat dat ook is. Vergeef je ouders voor die elementen in je opvoeding waar jij nu nog last van hebt. Zij deden ook maar gewoon hun best. En dat vergeven, dat doe je niet voor je ouders. Dat doe je voor jezelf. Je hoeft er tegen hen zelfs niets van te zeggen noch te doen. Pas vanuit die vergeving, kan jij het heft in handen gaan nemen, en zelf de verantwoordelijkheid nemen voor je huidige en toekomstige (her-) opvoeding.

Zo was er eens een mama die moeite had om haar kinderen ‘s avonds naar boven te krijgen. Ik vroeg hoe ze het aanpakte, wetende dat deze mama het nog moeilijk had met leiderschap. Als kind werd ze nogal letterlijk klein gehouden, werd er verlangd dat ze zomaar gehoorzaamde en was er dus weinig ruimte voor haar om echt groot te worden. Uiteraard kreeg ze pittige en temperamentvolle kinderen, om haar te triggeren. 😉 Ze vertelde me dat ze al alles wat ze van me geleerd had over lichaamshouding en stemgeluid enzo, al toepaste, wanneer ze onderaan de trap ging staan en haar kinderen aanmaande om naar boven te gaan.

Wijzend met haar hele arm en al.

Eigenlijk figuurlijk en toen ook heel letterlijk, haar kinderen naar boven duwend, één voor één, op de trap.

Kind eerst en dan mama.

En maar duwen.

Ik vertelde haar hoe mooi ze dat al deed, hoe prachtig en bewust ze al haar lichaam en stem gebruikte om die gevoelige en temperamentvolle kleuters’ aandacht te krijgen op een positieve manier. En ik vroeg haar om eens eerst te gaan.

“Probeer het maar eens, als jij dat ziet zitten.”

Eigenlijk vroeg ik haar om de leider te zijn. In het groot maar ook in het klein, door als eerste op de trap te gaan.

Haar verbazing was nogal groot, toen de kinderen gewoon volgden. Eigenlijk redelijk vanzelf. De kleintjes volgden gewoon de mama, als eendjes in de vijver. Zoals de natuur het bedoeld heeft.

Je ziet ook nooit een eend haar kuikens voorop duwen. 

Nochtans doen we dat als ouder best vaak, dat duwen. Omdat we bang zijn om voorop te gaan. Omdat we ons ergens ook nog een klein eendje voelen. Dat nog niet de kans kreeg om groot te worden.

In ieder geval is dit een concreet voorbeeld, van hoe de kleine dingen echt wel verband houden met de grote.

En zo kan je al die “grote” dingen die ik aanhaalde in de titeltjes hierboven, vertalen naar kleine dingen in de opvoeding van je kind.

En zo kan je samen groeien, met een opvoeding zonder trucjes. 

Graag een andere blik bij het vertalen van die grote dingen naar de kleine dingen? Overweeg de Vraagbaak, die is daarvoor gemaakt. We zetten er elke dag opnieuw de theorie van het opvoeden zonder straffen en zonder beloningssystemen, om in de praktijk. Helemaal op maat van jezelf en van je kind. Samen groeien met concrete handvatten en liefdevolle ondersteuning. Dan wordt het samen groeien weer zoveel makkelijker en leuker.

Wanneer je gewoon die lieve mama wil zijn

Hey lieve mama,

Heb jij dat soms ook? Dat “pffff” gevoel, zacht en sluimerend of net heel hard aanwezig, waarbij je je bedenkt “ik wil gewoon een lieve mama zijn”.

Dat is eigenlijk alles wat ik wil. Gewoon een lieve mama zijn. 

Gewoon een lieve mama zijn, hoe moeilijk kan het zijn? En voelen dat je een lieve mama bent, hoe moeilijk kan het zijn? Er is een verschil tussen de twee weet je …

Soms wil je gewoon die lieve mama zijn

… die niet zeurt

… die niet zaagt

… die niet roept

… die niet (voor de zoveelste keer die dag) haar geduld verliest

… die niet de agent uithangt

noch de scheidsrechter

… die de regels niet hoeft te bewaken de hele tijd

… die niet de brandjes moet blussen

… die niet zegt dat (nog een) koek niet mag

… die niet hoeft aan te moedigen

aan te sporen

te motiveren

om nog maar eens dat huiswerk te maken.

De lieve mama, die niet de hele tijd (of zo lijkt het wel), loopt te zeggen

blijf daar af

was je handen

doe nu eens eindelijk je pyjama aan!

maak niet zo’n drama

tis toch niet erg

doe dit nu gewoon even lief kind?

Zodat ik een lieve mama kan zijn.

Een mama die kan lachen, die blij kan zijn of nog beter, die gewoon kan zijn.

Lekker ontspannen.

Een lieve mama die kan loslaten, die een oogje kan toeknijpen, die mee gek kan doen.

Een lieve mama, die bloemen krijgt uit de tuin EN die voelt dat ze dat ook verdient.

Wanneer we denken, zeggen, doen: “help je me lief kind, zodat ik een lieve mama kan zijn?”. Help me lief kind, door te luisteren, te doen wat ik zeg, je eigen hoofd te gebruiken, mee te werken, … .

Wanneer we die hulp verwachten, vragen, zoeken … van ons kind …

Verwachten we dan te veel? 

Ja.

Dan verwachten we teveel. En dan is het nodig dat we onszelf te vraag stellen:

Wat heb ik nu nodig? 

Wat heb jij nodig, lieve mama, om de lieve mama te zijn die je al bent? Wat heb je nodig, om die lieve mama die in je zit, te kunnen tonen? Wat heb je nodig, om jezelf daarbovenop ook nog eens een lieve mama te durven voelen?

Geef dat aan jezelf. Kies bovenal iets dat je kan geven aan jezelf, maak jezelf niet afhankelijk van anderen om lief te kunnen zijn. Zorg er zelf voor, dat je lief kan zijn. Je hebt die kracht. En gun je kind een lieve mama, die goed zit in haar vel.

Krabben in een pot

Krabben in een pot

Zo in Frankrijk aan de kust, in het noorden, aan de keienstranden, daar zie je het nog regelmatig. Volwassenen, en ook kinderen, die krabben aan het vangen zijn. Je kan de diertjes gewoon opvissen tussen de rotsen, en in een pot doen, in een emmer.

Al gezien? Die krabben, in een pot? Je hoeft daar geen deksel op te doen, op die pot. Want de meeste krabben die lijken er niet uit te kunnen. Ik bestudeerde ze al vaak, die krabben in die potten. Want die beestjes die hebben toch scharen, poten? Oké, allicht weinig hersenen 😉 maar toch, kunnen ze er niet uit, fysiek, of wat gebeurt er?

Als je goed kijkt, valt het je misschien ook op. De meeste krabben, die proberen niet eens uit de emmer te geraken. Het is alsof ze het er allemaal best gezellig vinden, zo samen in die pot. Niet beseffend, dat ze straks voor het avondeten of wat dan ook gebruikt gaan worden.

Maar dat is nog niet het meest wonderlijke van het verhaal. Veel dieren zijn namelijk groepsdieren en vaak doen ze gewoon wat de anderen doen. Wij ook. Heel vaak doen we wat anderen doen. Denken we er niet echt bij na. Willen we erbij horen en een groot deel van erbij horen, is ervoor zorgen dat je niet opvalt. Dat je doet wat de anderen doen. Gaat iedereen naar rechts, dan ga jij ook naar rechts. Springt iedereen in de afgrond, dan spring jij ook.

Roept iedereen op haar kinderen, dan roep jij ook.

Want wat de meesten doen, dat is de norm en daarom noemen we dat normaal. Maar normaal is niet altijd gezond, en normaal is ook niet altijd constructief, en normaal is al zeker niet de beste versie van jezelf zijn.

Het meest wonderlijke van het verhaal is, vind ik, dat er af en toe toch een krab is die uit de pot wil klimmen. Zo eentje die het misschien wel durft. Of gewoon een zotte impuls heeft. Zo eentje die naar links gaat, terwijl iedereen naar rechts gaat.

Misschien herken je jezelf wel in die krab. Ben je kritisch over wat de maatschappij dicteert als de norm. Volg je liever je gevoel, in plaats van je ratio.

Ik herinner me nog zo goed dit voorbeeld

Jaren geleden intussen maar het is me zo hard bijgebleven. Iemand op een forum schreef in een nieuw bericht:

“Hey lieve mama’s! Ik begin binnenkort met de Rapley methode bij mijn baby van zes maanden. Spannend hé. Zijn er hier nog mensen die starten? Kom er dan bij. Dan zoeken we samen wat goed werkt.”

Ik vond het een vreemd bericht (maar ja ik ben zo een zotte krab die eruit wil), maar ik leek wel de enige want het topic stroomde vol. Oh ja, tof! Ik ook! Ik volg! Ik doe mee!

Allemaal mama’s met hetzelfde probleem. Gezellig samen in hun probleem. Als krabben in een pot. Niemand die eruit wou kruipen. Niemand die zei “oh, ik ken een mama die al twee kinderen vaste voeding heeft leren eten met de Rapley methode, ik zal het eens aan haar vragen”.

En zo zijn er talloze voorbeelden op fora en in de vele gratis ouderschapsgroepen op Facebook van moeders met een probleem, samen met anderen met hetzelfde probleem. Je voelt je niet meer alleen, dat is waar. Je krijgt steun en herkenning. Maar helaas wordt maar zelden je probleem echt opgelost. Omwille dus van de krabben in de pot.

Wat als jij die krab bent die er misschien wel uit kan?

En begrijp me niet verkeerd. Er is niks mis met een krab zijn in een pot die het daar gezellig vind en er niet uit wil. We hebben allemaal een comfortzone nodig, om tot rust te komen en bij te tanken.

En in een wereld waar iedereen problemen lijkt te hebben met tot rust komen en bijtanken, is het dan misschien wel een logisch gevolg dat er veel krabben in een pot zijn. Houden we onszelf eigenlijk allemaal tegen. Verhinderen we het onszelf om te groeien in ons moeder – zijn, als ouder, als mens. Omdat de behoefte aan comfort doorweegt. Omdat we geen rust vinden.

Niks mis met een krab in een pot.

Maar wat als jij nu die krab bent die er zo graag uit wil kruipen? Want als je iemand bent, die zo hard voelt dat er meer moet zijn in dit leven? Wat als je zo hard voelt dat je meer wil uit dit leven met je kind, dat je meer wil genieten, meer kijken, meer samen zijn, meer verbondenheid voelen met dat wezentje dat ooit in je buik zat maar nu weg lijkt te glippen?

Waar ga je dan heen? Dan is die pot geen goeie omgeving voor jou, want je hoort thuis in de zee. Zo simpel is dat.

En ik kan je alvast garanderen dat het eenzame weg kan zijn. Want in de zee zijn er misschien nog wel krabben. Maar onderweg tussen de pot en de zee, is er meestal niks, en kan je je heel erg alleen voelen. Alleen op ontdekking naar jezelf. Blèh.

Wat als we allemaal krabben zijn die er eigenlijk allemaal uit kunnen?

Hoe zou het zijn, moesten de krabben een voorbeeld nemen aan die ene krab die eruit komt? Hoe zou het zijn, moesten ze mekaar helpen, mekaar een zetje geven, in plaats van mekaar neer te trekken?

Misschien kan in feite elke krab uit de pot klimmen.

Misschien moeten de krabben alleen maar geloven dat ze het kunnen. En stoppen met mekaar terug te trekken. Uit de comfortzone komen die de emmer eigenlijk is. Misschien moeten we, als we iemand zien die uit de pot wil klimmen, zeggen “goed voor jou dat je anders bent”, in plaats van “doe eens normaal”.

Misschien kunnen we dat alvast zeggen tegen onze kinderen. “Goed voor jou, dat je het op een andere manier wil proberen”. In plaats van “zo doen we het altijd en dit werkt het beste”. Want stel je voor dat je kind een andere manier ontdekt die nog beter werkt? Zou dat kunnen?

Misschien moet één krab de eerste zijn, zodat de anderen kunnen zien dat het kan lukken.

Misschien … is opvoeden zonder straffen en zonder belonen op die manier iets dat we allemaal écht wel kunnen. Als we maar geloven dat het kan. En mekaar een zetje geven. Als jij maar die eerste wil zijn uit je omgeving. Als je maar bereid bent, om te leren. Bereid bent om helemaal jezelf te zijn. Echt bereid. En ja, dat wil zeggen tegen jezelf kunnen zeggen “ik vind dat ik dit nog niet goed doe”. Zonder je daarover slecht te voelen. Maar vanuit een standpunt van “dit wil ik graag leren”. Vanuit een standpunt van nieuwsgierigheid. Vanuit een standpunt met een groei mindset.

Maar van wie kan je leren hoe je uit de pot moet klimmen?

Anders opvoeden is niet gemakkelijk. Je hebt vaak geen voorbeelden. Je hebt geen handvatten. Je kan wel wat theorieën vinden in boeken, en in het beste geval inspiratie en praktijkvoorbeelden, maar geen enkele zal ooit helemaal op maat van jou en van je kind gemaakt zijn. Simpelweg omdat je altijd uniek bent. Om te leren, moet je doen. Voelen, ervaren. En dat kan je niet met een boek. Niet met een blog. Niet met een video. Niet met een tijdschrift, niet met een quiz.

Je bent die krab die eruit wil maar je weet niet hoe dat moet en je ziet rondom jou ook niet zo veel krabben die er al uit geraakt zijn. En toegegeven, diegenen die eruit komen, die gaan toch lekker naar de zee? Die kijken meestal niet meer om naar de andere krabben in de pot. Die zijn weg.

De waarheid is, dat we ons maar al te graag lekker veilig omringen met anderen die in hetzelfde schuitje zitten. Met z’n allen zoeken en proberen. Dat wordt dan je nieuwe normaal. Je voelt je niet meer alleen. Maar je schiet eigenlijk nog altijd niet veel op.

Want het meeste kan je leren van iemand die hetzelfde probleem had als jij. Had. Iemand die daar doorheen geraakt is. Die het opgelost heeft. En oh wat kan die persoon zo onveilig aanvoelen. Zo hard triggeren. Want die lijkt “beter” te zijn. Lijkt iets te weten wat jij nog niet weet, over zoiets kwetsbaars als je moedergevoel, je kinderen.

Misschien is het wel daarom dat zoveel mensen weglopen van een opvoedcoach… Misschien is het daarom dat ik zo vaak moet horen “ik volg je al drie jaar en nu kan ik eindelijk de stap zetten om echt in begeleiding te komen”. Een coach is de krab die uit de pot geraakt is, en die achterblijft om anderen uit de pot te helpen. Die in de zee leeft maar heel regelmatig even terug keert naar de pot, de krabben eruit helpt die er echt uit willen, en die de weg wijst naar de zee.

Alleen maar een hulp en een wegwijzer. Niet meer, niet minder.

De waarheid over mij en mijn kinderen

Een coach is dus ook maar gewoon een mens met kinderen met problemen. Ik hoor zelf vaak van anderen dat ze denken dat het hier allemaal goed gaat, omdat ik er “veel van ken”. Maar een andere coach vertelde me ooit “bij de beste loodgieter lekt de kraan het hardst”. En daar moet ik nog altijd zo om lachen.

Want het is waar.

Het is hier evengoed vallen en opstaan. Proberen, mislukken en lukken.

Basics heb ik wel onder de knie, zoals zelfzorg en mijn geduld niet verliezen (helpt toch niet, en zo iets simpels, maar oh hoe lang heb ik moeten leren – werken – studeren om mijn geduld niet meer of zelden te verliezen? 10 jaar?).

Die basics leer ik je alvast heel erg graag. En zo zijn er nog vele watertjes die wij al door zwommen hebben waar ik je veilig doorheen kan loodsen.

Dat is de waarheid. Vele watertjes. En ik ben geen haar “beter” dan jij.

Ik kan anderen goed helpen, omdat ik zelf al heel veel heb meegemaakt.

Maar ik zeg dat niet altijd, dat is waar.

Want ik ben geen klager. Ik hou niet van bij de pakken blijven zitten en treuren. Ik wil graag vooruit in het leven. Ik wil groeien. Ook al betekent dat dat ik af en toe op mijn bek moet gaan zoals ze dat zeggen.

So be it.

Ik weet dat ik mezelf altijd weer kan oprapen.

Als tiener heb ik veel gerolschaatst. Toen zei ik het ook al tegen mezelf. Als je nooit valt, dan schaats je niet op de grens van je kunnen. Nu klim ik graag. Voorlopig nog op muren maar rotsen daar zou ik ook graag mee starten. Vrij in de natuur. En wanneer ik klim, val ik geregeld. Daarvoor dient ook dat touw. Ik kan me niet voorstellen om een sessie te klimmen zonder te vallen.

Ik wil leven, op de grens van mijn kunnen.

Af en toe vallen hoort daarbij.

Ook voor jou.

En daar is niks mis mee.

Want het is net dat dat maakt dat je zoveel meer kan leren.

Want grenzen aftasten kan heel erg leuk zijn. In het klimmen is dat duidelijk. In het opvoeden is het iets minder duidelijk maar het is eigenlijk hetzelfde.

En zo kan je echt wel leren om volop te leven, te genieten, … met alles wat bij het leven hoort.

Ik wens het je toe, lieve mama. 

Je had het, en toen was het weg

Je had het

Misschien heb je het ook al ooit meegemaakt. Iets, eender wat, dat je heel graag wou, een gevoel, dat je zo graag wou. Of kennis of een vaardigheid dat je heel graag wou. En toen ineens had je het! Beleefde je het volop, kon je genieten, stralen, zo heerlijk! Het voelt alsof je in een bad met zonnestralen ligt. Zo warm, veilig, omringd.

En toen was het weg

En dan voel je het wegglippen. Misschien wist je dat het ging komen. Weigerde je nog even te geloven dat het zo moest zijn. Misschien overviel het je toch, ook al was er dat stemmetje al geweest dat zei “dit is te mooi om waar te zijn” of “zo goed kan het niet blijven duren” of “mooie liedjes duren niet lang”.  Hou je vast, krampachtig, terwijl je het voelt wegglippen door je vingers. Roep je nog even van “neeeeeee”, maar voel je dat het niet anders lijkt te kunnen.

En laat je dus toch maar los, staar je het mooie gevoel nog even na, om vervolgens in tranen uit te barsten en te treuren over dat wat je kwijt bent. Dat wat weg is.

Twee weken niet geroepen op je kind met vakantie. Eén dag terug thuis en het is alweer van dat. Waar is de innerlijke rust gebleven? Ik wil het niet, ik wil niet terug zijn, ik wil voor altijd dààr blijven. Daar op die plek waarvan ik weet dat ik niet kan zijn de hele tijd.

Een voorbeeld

Ik deed onlangs mijn eerste vastenkuur. Ik noem het vasten voor woesies (wat vanalles zegt over mij en niks over anderen die vasten of niet vasten), want je mag een maaltijd hebben op dag 2, een maaltijd zonder koolhydraten. Even heel kort uitleggen (stay with me) zodat je het verhaal kan volgen, ik hou het kort.

Ons voedsel bestaat uit drie componenten: koolhydraten, eiwitten en vetten (natuurlijk ook vitamines, mineralen, …. maar los daarvan).

Ons lichaam heeft twee manieren om energie te creëren, om te bewegen, te denken, te leven.  Twee systemen, twee metabolisme systemen. Twee “soorten” metabolisme. Het eerste systeem voor wanneer er genoeg voedsel is en alles goed gaat. Het tweede systeem als back-up, voor wanneer er geen voedsel is. Evolutionair gezien (denk oermens), heel handig.

In principe zit je in het eerste systeem, bouw je daar ook reserves op, die kunnen worden aangesproken wanneer je het eerste systeem niet kan gebruiken en naar het tweede moet. Doordat er twee systemen zijn, kan je optimaal inspelen op andere leefomstandigheden.

Het eerste kennen we allemaal heel goed, je lichaam haalt dan energie uit koolhydraten. De eiwitten gebruikt je lichaam als bouwstenen en vetten, wel, dat is reserve. Met het tweede systeem, dat de meeste mensen niet gebruiken, dat is het systeem waarbij je lichaam energie haalt uit vetten. Mensen die een keto – dieet volgen, gebruiken dat. En als je vast (niks eet), dan gaat je lichaam ook naar dat metabolisme om te overleven. En zo kan je dus effectief 30 dagen zonder te eten.

Wanneer je lichaam alle koolhydraten opgebruikt heeft, gaat je lijf ketonen produceren (vandaar de term keto – dieet), en die zorgen ervoor dat je energie kan halen uit vetten. Dat je lijf kan switchen naar dat tweede metabolisme, je back-up.

Wanneer je vast, kan je die switch van metabolisme voelen. En dat mocht ik dus ervaren. Je voelt letterlijk dat je brandstof opgeraakt, je voelt je dan effe slecht (ze noemen het ook wel eens de keto – griep) en dan voel je je weer beter.

Je krijgt meer energie en je hongergevoel neemt af. Evolutionair gezien heel handig, want als voedsel schaars is, heb je meer energie nodig om toch voedsel te vinden.

Nu het ging me niet om het metabolisme

Maar om de energie. “Ze” zeggen dat als je vast, je je meer verbonden voelt met je hogere zelf, het universum, God of hoe jij het ook wil noemen. Vasten is, spiritueel, al een ritueel in alle religies, voor zolang de mensheid bestaat. En als wetenschapper heb ik het altijd al een raar beestje gevonden, dat spirituele, ook al voelde ik me er altijd erg toe aangetrokken.

En dat wou ik nader bekijken, zoals altijd met een nieuwsgierige en open onderzoeks mindset. Dus ik vernietigde en ontcreëerde alle verwachtingen die ik had over vasten en ging aan de slag.

Ik ontdekte dat elk metabolisme een eigen energie heeft. Wat logisch is aangezien je lijf inderdaad energie creëert uit je voeding op een andere manier. Dus de energie die past bij het systeem van koolhydraten verbranden, voelt anders dan de energie die past bij het systeem van vet verbranden. Je voelt letterlijk dat je anders functioneert in beide systemen.

En dat was op zijn zachtst gezegd een openbaring. Ik ben al heel geconnecteerd met mezelf, dus voor mij klopte dat niet zo, dat “betere contact met het univsersum”. Wat dus logisch is gezien waar ik ben in mijn persoonlijke ontwikkeling. Wat ik wel heel verrassend vond dat is om te voelen hoe anders mijn hersenen werkten. De ketonen gaan massaal naar je hersenen dus fysiek is dat logisch. Maar als hooggevoelig mens heb ik zo goed het verschil gevoeld. Ja, er is meer flow en intuïtie in het systeem van vet verbranden. Ik kon nog beter dan anders naar mijn lichaam luisteren. Wist intuïtief wat nodig was. Ik wist nog veel beter dan anders of ik het spelletje solitaire ging kunnen uitspelen of niet van te voren.

Maar vroeg me niet om een rekensom te maken of een gesprek met manlief. Mijn rationeel denken leek verdwenen, en ik kwam moeilijk uit mijn woorden. Evolutionair gezien, geen probleem, dus te snappen. Mijn hersenen werden op een andere manier gevoed en gingen dus ook anders werken of beter gezegd waarschijnlijk andere hersengebieden gebruiken.

Bovenal had ik een gevoel van innerlijke vrede, dat ik nog nooit eerder had ervaren. Kon ik zoveel beter aanwezig zijn bij de kinderen, ook als die ruzie aan het maken waren, ook als er frustraties waren, ook als er eentje het moeilijk had met huiswerk, … ik kon er gewoon naast zitten, helemaal aanwezig zijn. Moeiteloos was het om niet in die energie te stappen. Dat ging helemaal vanzelf. Ik genoot met volle teugen van het leven met innerlijke rust, innerlijke vrede. Ik beleefde het leven op een andere manier, het badwater voelde anders, de muziek was anders, het fluiten van de vogels, … alles was veel dieper, veel intenser en veel rustiger tegelijk. De hemel op aarde. Inner peace to the max.

Terug naar af

En toen was ik zo blij dat ik terug mocht eten, haha, maar toen kwam ook de instant switch terug naar het oude, vertrouwde systeem van koolhydraten verbranden. Met de energie die daarbij hoort.

De energie die ik zo goed kende. Waarbij het moeilijk is om bij jezelf te blijven, je hard je best moet doen om aanwezig te zijn bij de kinderen en moet werken aan rustig blijven en niet in de emotie van de ander te stappen.

Ik had bereikt waar ik al een leven lang naar op zoek ben, op een paar dagen.

En toen

moest ik het terug afgeven.

Wou ik zo graag nog even vasthouden.

Voelde ik het wegglippen tussen mijn vingers.

Kon ik het niet meer vasthouden.

En moest ik het loslaten.

En dat, lieve mama, heb ik gewoon kei hard gevoeld.

En was het huilen. Verdriet om wat ik niet meer had. Soms mag je even gewoon lekker medelijden hebben met jezelf en met de anderen die ook de gevolgen dragen omdat ze iets konden krijgen van jou, dat je nu niet meer kan geven.

Even de emotie te beleven in al diens puurheid, mooiheid, intensheid die erbij hoort.

Zonder weerstand, vol overgave.

Omdat verdrietig zijn mag. Ik vind het persoonlijk ook helemaal niet erg meer, om verdrietig te zijn. En dat maakt het beleven van de emotie moeiteloos.

Want uiteindelijk zou het moeten gaan om de ervaring die je had. Want die neem je altijd mee. De mooie herinnering aan hoe het was. En ook een herinnering aan wat belangrijk is voor je. En ook het vertrouwen, en de wetenschap, dat je de ervaring, als je daarvoor kiest, opnieuw kan creëren, wanneer je daar behoefte aan hebt.

Vasten is in vele religies een terugkerend ritueel. Mensen die ik ken die vasten, die doen het ook allemaal verschillende keren.

Ik snap nu waarom, niet alleen met mijn hoofd en uit empathie, maar ook uit ervaring. En dat is heel anders.

Weer een beetje rijker (zonder dat ik er geld voor nodig had ;-)).

Weer iets bijgeleerd, weer iets om trots op te mogen zijn.

En dat is wat telt.

Zo helpend, wanneer je iets had, maar het weer moest loslaten.

Blijf niet hangen in het verdriet over wat je had.

Geef jezelf tijd, en een knuffel.

Dan kan je weer veel beter de dankbaarheid voelen om wat er was.

En fier zijn op jezelf, voor wat je hebt bereikt.

Zodat je je sterker kan voelen weer in het leven, meer zelfvertrouwen kan hebben en nog meer open voor nog meer.

Zodat je ook daar weer doorheen kan, en ervaren, en voelen, en sterker worden, en dankbaar zijn.

Geen ontkomen meer aan

Ken je dat? Je werkt heel hard aan iets, het lijkt te lukken, het gaat steeds beter en beter, en dan … lijkt alles als een kaartenhuisje in elkaar te vallen.

Hoofd, lijf en energie zijn één

In december vorig jaar was er geen ontkomen meer aan. Ik weet al heel lang dat hoofd, lijf en energie samen gaan, hand in hand. Dat elk een deel is van wie ik ben. En in verandering zijn alle delen belangrijk. Aan de slag met je hoofd is voor veel mensen gekend. Je kijkt naar je manier van denken. Probeert anders te denken. De meeste psychologen en therapeuten gaan ook aan de slag met je hoofd. Met andere woorden, redelijk bekend terrein. Mainstream. Dus voor de hand liggend, ik begon daar. Al voor zolang ik me kan herinneren, alle begeleiding die ik deed in mijn prille jaren, laten we zeggen toen ik twintiger was, zat zo ergens in die regio. En het is leuk, want je kan veel trucjes leren om anders te denken. Dat is hoe ik ernaar kijk, vanuit mijn standpunt dat persoonlijke ontwikkeling een lievelingshobby is.

Ik leerde voelen

In mijn dertiger jaren, leerde ik voelen. Aha, dat is lichaam, dacht ik. En ja dat is ook wel voor een stukje zo. Het is het stukje van je lijf dat echt aan je hoofd hangt. Want met gedachten kan je gevoelens beïnvloeden, en gevoelens beïnvloeden je gedachten.  Ook heel leuk, en ook veel trucjes te leren daar.

Ik leerde energiewerk

Toen ik zo ongeveer veertig was, verdiepte ik me heel bewust in de wereld van energie. Waw. Zoveel meer mogelijkheden. Ik was intussen al professioneel coach, dus ik kon zoveel leren, had intussen zoveel bronnen om mezelf te verrijken, zoveel kennis en zo een mooi netwerk. Ik beken, het was (en is nog steeds), echt smullen.

En toen … geen ontkomen meer aan

December vorig jaar voelde ik dat het tijd was. Tijd voor dat stuk waar ik tot dan toe aardig van aan het weglopen was. En dat klinkt misschien gek. Maar ik deel het maar. Want we hebben wel allemaal zo een stuk. Zo het stuk waar je liever niet naar kijkt. Waarvan je jezelf wijsmaakt dat het niet belangrijk is. Voor jou is dat misschien een ander stuk dan voor mij, maar we hebben allemaal zo een stuk en diep vanbinnen weet je dat.

Mijn lijf liet me weten dat het tijd was, of beter gezegd mijn gevoel bij mijn lijf. Mijn lijf liet me voelen dat het tijd was. Ze zeggen dat wel eens, dat tot je veertigste je lijf voor jou zorgt, en daarna dat jij voor je lijf moet zorgen. Wel, dat voelde ik heel duidelijk.

Ik was niet meer blij met mijn lijf. Ondanks alle liefde voor mezelf. Want ik was lang bezig geweest met te leren om mezelf weer graag te zien. En nu zag ik mezelf graag. En ik geef toe dat ik nooit veel problemen had met naar mezelf te kijken in de spiegel. Naar dat vrouwenlijf, anders dan in de boekjes. Met de ronde heupen, het ronde buikje met links en rechts een paar striemen. De striemen als stille getuigen van de thuis die mijn buik was, voor twee kinderen. De rimpels links en rechts, de opkomende dubbele kin en de “love handles”, lol. Mijn gewicht was aan de hoge kant voor mijn doen maar netjes binnen de normen van wat de maatschappij zegt dat oké is. De maatschappij vond dat het oké was, maar … ik vond van niet. En daar moest ik echt wel even uitstappen, uit die verwachting van de maatschappij, en mijn eigen verwachting formuleren.

Want mijn lijf vertelde me dat ik meer kon. Dat het tijd was om de lat iets hoger te leggen. Dat dat mijn volgende stap was op de reis naar mijn ware zelf. En wat begon als “misschien een paar kilootjes verliezen en gaan sporten” werd een ware transformatie van mijn hele zijn.

Body transformation

Dus verdiepte ik me in de wondere wereld van body transformation. Het stukje lijf waar ik nog niet aan toegekomen was. Ik ontdekte yoga, waar ik vroeger de kriebels van kreeg. Ik ontdekte waarom ik vroeger de kriebels kreeg van yoga. Ik matchte het met wie ik ben en wat het voor mij kon betekenen. Ik ontdekte het belang van gezonde voeding, voelde echt de impact op mijn lijf met elke vezel van dat hooggevoelige lijf. Ik ontdekte stap voor stap dat voor elke kilo minder, mijn hele systeem een aanpassing nodig had. Een andere manier van bewegen. Een andere manier van denken. Een andere manier van zijn.

Elke dag opnieuw, stelde ik mezelf de vraag, wie moet ik zijn, om deze kilo te verliezen? Wat heb ik te leren? Ik pakte het aan van binnenuit.

Geleerde levenslessen

Voeding = brandstof voor je lichaam. Niet meer, en niet minder. Wat je erin stopt, wordt gebruikt. Wat je niet kan gebruiken, komt er weer uit of blijft zitten, in de vorm van toxines of vet. Toch is het oké om lekkere dingen te eten en te genieten. Want je bent per slot van rekening meer dan een lijf. Als je naar je hele zijn kijkt, dan ben je meer. Dus praktisch toch maar die 80 / 20 regel. Zodat je kan blijven genieten, en toch je lijf voorzien van de broodnodige brandstof.

Hooggevoelige mensen hebben meer eiwitten nodig. Ons centraal zenuwstelsel werkt minstens even hard als dat van een topsporter. Hooggevoelig zijn, is topsport op zich. Dus reden te meer om je lichaam te voorzien van de juiste brandstof. Je doet ook geen diesel in een Ferrari hé (denk ik toch, ik ken niks van auto’s, lol).

Geniet van het proces. Het leven is een aaneenschakeling van dingen willen, dingen kunnen, doelen bereiken en doelen nog niet bereiken. Een reis van verwachtingen bijstellen en niet lukken. Van vallen en weer opstaan.

We vergeten te vaak dat bij leren ook terugval komt kijken. Plateau’s waar je vast lijkt te zitten en niet meer verder kan. Alsof er niets vooruit gaat en alles voor eeuwig en altijd hetzelfde blijft. Wanneer je daar echter nieuwsgierig naar kan kijken, verandert er zoveel.

Er zijn zoveel laagjes in eender welk leerproces.

Afvallen =

  • leren omgaan met emoties
  • leren dat je bord niet leeg moet
  • leren om ruimte in te nemen, zeker mensen met overgewicht eten vaak uit compensatie omdat ze geen ruimte durven innemen

Ik noem een leerproces dat ook wel eens een ijsberg. Boven de oppervlakte zie je een bepaald gedrag dat je wil veranderen. En vaak gaan we alleen daarmee aan de slag. Maar in feite zijn er vele laagjes. Of is er een groot stuk onder het wateroppervlak. Dingen die niet altijd meteen zichtbaar zijn maar wie wel in grote mate bijdragen aan het gedrag dat je ziet aan de oppervlakte.

Grenzen stellen wordt gemakkelijker.

Een steviger lijf (meer spieren) betekent echt wel beter grenzen kunnen aangeven. Je bent letterlijk harder. Je hebt meer vertrouwen. En ik die vroeger dacht dat leren grenzen aangeven, iets was dat je kon leren met je hoofd. Eigenlijk is dat maar een klein stukje. Grenzen aangeven leer je met je hoofd, met je lijf én met je energie.

Ook met opvoeden is het vaak zo.

Wat zit Helga nu te schrijven over afvallen, denk je misschien. En als je dat inderdaad denkt, super dan dat je tot hier gelezen hebt. Haha. Dankjewel.

Eigenlijk gaat het niet alleen over afvallen. En over een handiger lijf creëren. Het gaat om leven. Het gaat om opvoeden. Het gaat om iets leren op een duurzame manier.

Ook met opvoeden is het vaak zo, dat we weglopen van dat ene stukje waar we zoveel kunnen betekenen. Waarbij we, al we er ons gewoon aan kunnen overgeven, we zoveel meer kunnen zijn. In opvoeden zijn het vaak patronen waar we van weglopen. Waar we onszelf wijsmaken dat we niets kunnen veranderen. Want we zijn zo opgevoed. En hoewel het een klein ding lijkt, zoals bijvoorbeeld roepen op je kind, er zit zoveel onder. Er zijn zoveel laagjes om te leren. Wat overweldigend kan lijken, maar wanneer je je eraan overgeeft, zo boeiend en interessant.

En is net dat ene dingetje waar je het liefst van al van wegloopt, net dat ene dingetje dat je zo hard vooruit kan helpen.

Je mag zijn zoals je bent

Je mag er zijn zoals je bent, en je ruimte innemen. Ruimte nemen voor wie je bent en wat je voelt.
Gemis kunnen voelen, verdriet kunnen ervaren en tranen laten stromen, zijn voor 500 % zeker een teken van kracht. Laat niemand je ooit iets anders wijsmaken.
Want wanneer je alles kan tonen en ervaren, wanneer je voor 500 % kwetsbaar kan zijn, kan niets of niemand je nog raken… En kan je jezelf helemaal toestemming geven om te zijn wie je bent.