was successfully added to your cart.

Winkelmand

Category

gratis tips

Een anker voor een rollercoaster

Het is vrijdag, wanneer ik dit schrijf. De voorlopig (?) laatste dag van ons thuisonderwijs. Het mooie, uitdagende, lastige, prachtige thuisonderwijs dat we kregen door corona.

Sommigen hadden geen thuisonderwijs. Anderen deden gewoon verder omdat ze al thuisonderwijs gaven. Voor velen was het zoeken, proberen, vinden. Moeilijke dingen, leuke dingen.

Ik kan ook moeilijke dingen.

Is iets dat we alvast ontdekten. De kinderen en ik. Want evident was het verre van. Nog steeds. Ook op deze laatste dag. Lukt het me niet om een blog te schrijven (nu ja wat is een blog eigenlijk). Dus schrijf ik maar een brief voor jou, bij deze, met wat er in mijn hart opkomt.

Misschien heb je er iets aan.

Soms lijkt je leven op een rollercoaster. De afgelopen tijd zal het vast voor veel mensen zo geweest zijn. Ook al was er meer rust. Alles was zo … anders. Het is dat anders dat ervoor kan zorgen dat je veel beweging voelt. In je energie. Het kan lijken of je meer meegaat met anderen, omdat alles zo anders voelt en is. Anderen anders doen. Er is letterlijk meer beweging. En je systeem neemt dat waar, en zo kan het leven soms voelen als een rollercoaster.

En misschien geloof je nog graag dat alles weer het oude wordt. Stilletjes aan. En misschien is dat ook wel zo, geen idee. Misschien zijn we dit binnen een jaar allemaal vergeten.

Toen ik hoorde dat mijn kinderen terug naar school mochten, had ik gemengde gevoelens daarbij. Geen angst, want zo zit ik niet in elkaar. Wel een soort verdriet dat ik ze niet meer de hele tijd bij me zou hebben. Een soort opluchting dat ik ze niet meer de hele tijd bij me zou hebben.

Die plus en die min.

Weer beweging. Beweging in emotie deze keer. 

Terwijl ik zo graag even stilte wil. Een anker. Even niet bewegen. De stilte vinden. En oh ik deed al zo hard mijn best. Mediteerde veel. Ging elke ochtend als de zon scheen (en dat waren er heel wat de afgelopen tijd) in de zon zitten met mezelf en een tas koffie.

De stilte vindend. Een anker. Even stilte in de beweging. Even rust.

Maandag zal de stilte ongetwijfeld als een bom op me inslaan. Wanneer ze weer op school zijn. Misschien kan ik mezelf nog even afleiden met andere taakjes. Misschien ga ik dat doen, misschien ga ik dat helemaal niet willen.

Misschien ga ik tijd maken om in mezelf te keren. De stilte toe te laten. Misschien ga ik daar nog niet aan toe zijn.

Het is oké om het niet te weten, of om te doen alsof je het nog niet weet.

Het is oké.

Beweging.

Stilte. Een anker.

Klaar om te gebruiken, wanneer jij dat wil. Wanneer jij dat nodig hebt. Wanneer jij eraan toe bent.

Geef jezelf tijd. Maak tijd voor jezelf. Tijd is het enige dat je nodig hebt om stilte te creëren, wanneer jij eraan toe bent.

Tijd is het enige dat je nodig hebt om beweging te creëren.

Wat heb jij nodig? Stilte, of beweging?

Wanneer je gewoon die lieve mama wil zijn

Hey lieve mama,

Heb jij dat soms ook? Dat “pffff” gevoel, zacht en sluimerend of net heel hard aanwezig, waarbij je je bedenkt “ik wil gewoon een lieve mama zijn”.

Dat is eigenlijk alles wat ik wil. Gewoon een lieve mama zijn. 

Gewoon een lieve mama zijn, hoe moeilijk kan het zijn? En voelen dat je een lieve mama bent, hoe moeilijk kan het zijn? Er is een verschil tussen de twee weet je …

Soms wil je gewoon die lieve mama zijn

… die niet zeurt

… die niet zaagt

… die niet roept

… die niet (voor de zoveelste keer die dag) haar geduld verliest

… die niet de agent uithangt

noch de scheidsrechter

… die de regels niet hoeft te bewaken de hele tijd

… die niet de brandjes moet blussen

… die niet zegt dat (nog een) koek niet mag

… die niet hoeft aan te moedigen

aan te sporen

te motiveren

om nog maar eens dat huiswerk te maken.

De lieve mama, die niet de hele tijd (of zo lijkt het wel), loopt te zeggen

blijf daar af

was je handen

doe nu eens eindelijk je pyjama aan!

maak niet zo’n drama

tis toch niet erg

doe dit nu gewoon even lief kind?

Zodat ik een lieve mama kan zijn.

Een mama die kan lachen, die blij kan zijn of nog beter, die gewoon kan zijn.

Lekker ontspannen.

Een lieve mama die kan loslaten, die een oogje kan toeknijpen, die mee gek kan doen.

Een lieve mama, die bloemen krijgt uit de tuin EN die voelt dat ze dat ook verdient.

Wanneer we denken, zeggen, doen: “help je me lief kind, zodat ik een lieve mama kan zijn?”. Help me lief kind, door te luisteren, te doen wat ik zeg, je eigen hoofd te gebruiken, mee te werken, … .

Wanneer we die hulp verwachten, vragen, zoeken … van ons kind …

Verwachten we dan te veel? 

Ja.

Dan verwachten we teveel. En dan is het nodig dat we onszelf te vraag stellen:

Wat heb ik nu nodig? 

Wat heb jij nodig, lieve mama, om de lieve mama te zijn die je al bent? Wat heb je nodig, om die lieve mama die in je zit, te kunnen tonen? Wat heb je nodig, om jezelf daarbovenop ook nog eens een lieve mama te durven voelen?

Geef dat aan jezelf. Kies bovenal iets dat je kan geven aan jezelf, maak jezelf niet afhankelijk van anderen om lief te kunnen zijn. Zorg er zelf voor, dat je lief kan zijn. Je hebt die kracht. En gun je kind een lieve mama, die goed zit in haar vel.

Krabben in een pot

Krabben in een pot

Zo in Frankrijk aan de kust, in het noorden, aan de keienstranden, daar zie je het nog regelmatig. Volwassenen, en ook kinderen, die krabben aan het vangen zijn. Je kan de diertjes gewoon opvissen tussen de rotsen, en in een pot doen, in een emmer.

Al gezien? Die krabben, in een pot? Je hoeft daar geen deksel op te doen, op die pot. Want de meeste krabben die lijken er niet uit te kunnen. Ik bestudeerde ze al vaak, die krabben in die potten. Want die beestjes die hebben toch scharen, poten? Oké, allicht weinig hersenen 😉 maar toch, kunnen ze er niet uit, fysiek, of wat gebeurt er?

Als je goed kijkt, valt het je misschien ook op. De meeste krabben, die proberen niet eens uit de emmer te geraken. Het is alsof ze het er allemaal best gezellig vinden, zo samen in die pot. Niet beseffend, dat ze straks voor het avondeten of wat dan ook gebruikt gaan worden.

Maar dat is nog niet het meest wonderlijke van het verhaal. Veel dieren zijn namelijk groepsdieren en vaak doen ze gewoon wat de anderen doen. Wij ook. Heel vaak doen we wat anderen doen. Denken we er niet echt bij na. Willen we erbij horen en een groot deel van erbij horen, is ervoor zorgen dat je niet opvalt. Dat je doet wat de anderen doen. Gaat iedereen naar rechts, dan ga jij ook naar rechts. Springt iedereen in de afgrond, dan spring jij ook.

Roept iedereen op haar kinderen, dan roep jij ook.

Want wat de meesten doen, dat is de norm en daarom noemen we dat normaal. Maar normaal is niet altijd gezond, en normaal is ook niet altijd constructief, en normaal is al zeker niet de beste versie van jezelf zijn.

Het meest wonderlijke van het verhaal is, vind ik, dat er af en toe toch een krab is die uit de pot wil klimmen. Zo eentje die het misschien wel durft. Of gewoon een zotte impuls heeft. Zo eentje die naar links gaat, terwijl iedereen naar rechts gaat.

Misschien herken je jezelf wel in die krab. Ben je kritisch over wat de maatschappij dicteert als de norm. Volg je liever je gevoel, in plaats van je ratio.

Ik herinner me nog zo goed dit voorbeeld

Jaren geleden intussen maar het is me zo hard bijgebleven. Iemand op een forum schreef in een nieuw bericht:

“Hey lieve mama’s! Ik begin binnenkort met de Rapley methode bij mijn baby van zes maanden. Spannend hé. Zijn er hier nog mensen die starten? Kom er dan bij. Dan zoeken we samen wat goed werkt.”

Ik vond het een vreemd bericht (maar ja ik ben zo een zotte krab die eruit wil), maar ik leek wel de enige want het topic stroomde vol. Oh ja, tof! Ik ook! Ik volg! Ik doe mee!

Allemaal mama’s met hetzelfde probleem. Gezellig samen in hun probleem. Als krabben in een pot. Niemand die eruit wou kruipen. Niemand die zei “oh, ik ken een mama die al twee kinderen vaste voeding heeft leren eten met de Rapley methode, ik zal het eens aan haar vragen”.

En zo zijn er talloze voorbeelden op fora en in de vele gratis ouderschapsgroepen op Facebook van moeders met een probleem, samen met anderen met hetzelfde probleem. Je voelt je niet meer alleen, dat is waar. Je krijgt steun en herkenning. Maar helaas wordt maar zelden je probleem echt opgelost. Omwille dus van de krabben in de pot.

Wat als jij die krab bent die er misschien wel uit kan?

En begrijp me niet verkeerd. Er is niks mis met een krab zijn in een pot die het daar gezellig vind en er niet uit wil. We hebben allemaal een comfortzone nodig, om tot rust te komen en bij te tanken.

En in een wereld waar iedereen problemen lijkt te hebben met tot rust komen en bijtanken, is het dan misschien wel een logisch gevolg dat er veel krabben in een pot zijn. Houden we onszelf eigenlijk allemaal tegen. Verhinderen we het onszelf om te groeien in ons moeder – zijn, als ouder, als mens. Omdat de behoefte aan comfort doorweegt. Omdat we geen rust vinden.

Niks mis met een krab in een pot.

Maar wat als jij nu die krab bent die er zo graag uit wil kruipen? Want als je iemand bent, die zo hard voelt dat er meer moet zijn in dit leven? Wat als je zo hard voelt dat je meer wil uit dit leven met je kind, dat je meer wil genieten, meer kijken, meer samen zijn, meer verbondenheid voelen met dat wezentje dat ooit in je buik zat maar nu weg lijkt te glippen?

Waar ga je dan heen? Dan is die pot geen goeie omgeving voor jou, want je hoort thuis in de zee. Zo simpel is dat.

En ik kan je alvast garanderen dat het eenzame weg kan zijn. Want in de zee zijn er misschien nog wel krabben. Maar onderweg tussen de pot en de zee, is er meestal niks, en kan je je heel erg alleen voelen. Alleen op ontdekking naar jezelf. Blèh.

Wat als we allemaal krabben zijn die er eigenlijk allemaal uit kunnen?

Hoe zou het zijn, moesten de krabben een voorbeeld nemen aan die ene krab die eruit komt? Hoe zou het zijn, moesten ze mekaar helpen, mekaar een zetje geven, in plaats van mekaar neer te trekken?

Misschien kan in feite elke krab uit de pot klimmen.

Misschien moeten de krabben alleen maar geloven dat ze het kunnen. En stoppen met mekaar terug te trekken. Uit de comfortzone komen die de emmer eigenlijk is. Misschien moeten we, als we iemand zien die uit de pot wil klimmen, zeggen “goed voor jou dat je anders bent”, in plaats van “doe eens normaal”.

Misschien kunnen we dat alvast zeggen tegen onze kinderen. “Goed voor jou, dat je het op een andere manier wil proberen”. In plaats van “zo doen we het altijd en dit werkt het beste”. Want stel je voor dat je kind een andere manier ontdekt die nog beter werkt? Zou dat kunnen?

Misschien moet één krab de eerste zijn, zodat de anderen kunnen zien dat het kan lukken.

Misschien … is opvoeden zonder straffen en zonder belonen op die manier iets dat we allemaal écht wel kunnen. Als we maar geloven dat het kan. En mekaar een zetje geven. Als jij maar die eerste wil zijn uit je omgeving. Als je maar bereid bent, om te leren. Bereid bent om helemaal jezelf te zijn. Echt bereid. En ja, dat wil zeggen tegen jezelf kunnen zeggen “ik vind dat ik dit nog niet goed doe”. Zonder je daarover slecht te voelen. Maar vanuit een standpunt van “dit wil ik graag leren”. Vanuit een standpunt van nieuwsgierigheid. Vanuit een standpunt met een groei mindset.

Maar van wie kan je leren hoe je uit de pot moet klimmen?

Anders opvoeden is niet gemakkelijk. Je hebt vaak geen voorbeelden. Je hebt geen handvatten. Je kan wel wat theorieën vinden in boeken, en in het beste geval inspiratie en praktijkvoorbeelden, maar geen enkele zal ooit helemaal op maat van jou en van je kind gemaakt zijn. Simpelweg omdat je altijd uniek bent. Om te leren, moet je doen. Voelen, ervaren. En dat kan je niet met een boek. Niet met een blog. Niet met een video. Niet met een tijdschrift, niet met een quiz.

Je bent die krab die eruit wil maar je weet niet hoe dat moet en je ziet rondom jou ook niet zo veel krabben die er al uit geraakt zijn. En toegegeven, diegenen die eruit komen, die gaan toch lekker naar de zee? Die kijken meestal niet meer om naar de andere krabben in de pot. Die zijn weg.

De waarheid is, dat we ons maar al te graag lekker veilig omringen met anderen die in hetzelfde schuitje zitten. Met z’n allen zoeken en proberen. Dat wordt dan je nieuwe normaal. Je voelt je niet meer alleen. Maar je schiet eigenlijk nog altijd niet veel op.

Want het meeste kan je leren van iemand die hetzelfde probleem had als jij. Had. Iemand die daar doorheen geraakt is. Die het opgelost heeft. En oh wat kan die persoon zo onveilig aanvoelen. Zo hard triggeren. Want die lijkt “beter” te zijn. Lijkt iets te weten wat jij nog niet weet, over zoiets kwetsbaars als je moedergevoel, je kinderen.

Misschien is het wel daarom dat zoveel mensen weglopen van een opvoedcoach… Misschien is het daarom dat ik zo vaak moet horen “ik volg je al drie jaar en nu kan ik eindelijk de stap zetten om echt in begeleiding te komen”. Een coach is de krab die uit de pot geraakt is, en die achterblijft om anderen uit de pot te helpen. Die in de zee leeft maar heel regelmatig even terug keert naar de pot, de krabben eruit helpt die er echt uit willen, en die de weg wijst naar de zee.

Alleen maar een hulp en een wegwijzer. Niet meer, niet minder.

De waarheid over mij en mijn kinderen

Een coach is dus ook maar gewoon een mens met kinderen met problemen. Ik hoor zelf vaak van anderen dat ze denken dat het hier allemaal goed gaat, omdat ik er “veel van ken”. Maar een andere coach vertelde me ooit “bij de beste loodgieter lekt de kraan het hardst”. En daar moet ik nog altijd zo om lachen.

Want het is waar.

Het is hier evengoed vallen en opstaan. Proberen, mislukken en lukken.

Basics heb ik wel onder de knie, zoals zelfzorg en mijn geduld niet verliezen (helpt toch niet, en zo iets simpels, maar oh hoe lang heb ik moeten leren – werken – studeren om mijn geduld niet meer of zelden te verliezen? 10 jaar?).

Die basics leer ik je alvast heel erg graag. En zo zijn er nog vele watertjes die wij al door zwommen hebben waar ik je veilig doorheen kan loodsen.

Dat is de waarheid. Vele watertjes. En ik ben geen haar “beter” dan jij.

Ik kan anderen goed helpen, omdat ik zelf al heel veel heb meegemaakt.

Maar ik zeg dat niet altijd, dat is waar.

Want ik ben geen klager. Ik hou niet van bij de pakken blijven zitten en treuren. Ik wil graag vooruit in het leven. Ik wil groeien. Ook al betekent dat dat ik af en toe op mijn bek moet gaan zoals ze dat zeggen.

So be it.

Ik weet dat ik mezelf altijd weer kan oprapen.

Als tiener heb ik veel gerolschaatst. Toen zei ik het ook al tegen mezelf. Als je nooit valt, dan schaats je niet op de grens van je kunnen. Nu klim ik graag. Voorlopig nog op muren maar rotsen daar zou ik ook graag mee starten. Vrij in de natuur. En wanneer ik klim, val ik geregeld. Daarvoor dient ook dat touw. Ik kan me niet voorstellen om een sessie te klimmen zonder te vallen.

Ik wil leven, op de grens van mijn kunnen.

Af en toe vallen hoort daarbij.

Ook voor jou.

En daar is niks mis mee.

Want het is net dat dat maakt dat je zoveel meer kan leren.

Want grenzen aftasten kan heel erg leuk zijn. In het klimmen is dat duidelijk. In het opvoeden is het iets minder duidelijk maar het is eigenlijk hetzelfde.

En zo kan je echt wel leren om volop te leven, te genieten, … met alles wat bij het leven hoort.

Ik wens het je toe, lieve mama. 

Je had het, en toen was het weg

Je had het

Misschien heb je het ook al ooit meegemaakt. Iets, eender wat, dat je heel graag wou, een gevoel, dat je zo graag wou. Of kennis of een vaardigheid dat je heel graag wou. En toen ineens had je het! Beleefde je het volop, kon je genieten, stralen, zo heerlijk! Het voelt alsof je in een bad met zonnestralen ligt. Zo warm, veilig, omringd.

En toen was het weg

En dan voel je het wegglippen. Misschien wist je dat het ging komen. Weigerde je nog even te geloven dat het zo moest zijn. Misschien overviel het je toch, ook al was er dat stemmetje al geweest dat zei “dit is te mooi om waar te zijn” of “zo goed kan het niet blijven duren” of “mooie liedjes duren niet lang”.  Hou je vast, krampachtig, terwijl je het voelt wegglippen door je vingers. Roep je nog even van “neeeeeee”, maar voel je dat het niet anders lijkt te kunnen.

En laat je dus toch maar los, staar je het mooie gevoel nog even na, om vervolgens in tranen uit te barsten en te treuren over dat wat je kwijt bent. Dat wat weg is.

Twee weken niet geroepen op je kind met vakantie. Eén dag terug thuis en het is alweer van dat. Waar is de innerlijke rust gebleven? Ik wil het niet, ik wil niet terug zijn, ik wil voor altijd dààr blijven. Daar op die plek waarvan ik weet dat ik niet kan zijn de hele tijd.

Een voorbeeld

Ik deed onlangs mijn eerste vastenkuur. Ik noem het vasten voor woesies (wat vanalles zegt over mij en niks over anderen die vasten of niet vasten), want je mag een maaltijd hebben op dag 2, een maaltijd zonder koolhydraten. Even heel kort uitleggen (stay with me) zodat je het verhaal kan volgen, ik hou het kort.

Ons voedsel bestaat uit drie componenten: koolhydraten, eiwitten en vetten (natuurlijk ook vitamines, mineralen, …. maar los daarvan).

Ons lichaam heeft twee manieren om energie te creëren, om te bewegen, te denken, te leven.  Twee systemen, twee metabolisme systemen. Twee “soorten” metabolisme. Het eerste systeem voor wanneer er genoeg voedsel is en alles goed gaat. Het tweede systeem als back-up, voor wanneer er geen voedsel is. Evolutionair gezien (denk oermens), heel handig.

In principe zit je in het eerste systeem, bouw je daar ook reserves op, die kunnen worden aangesproken wanneer je het eerste systeem niet kan gebruiken en naar het tweede moet. Doordat er twee systemen zijn, kan je optimaal inspelen op andere leefomstandigheden.

Het eerste kennen we allemaal heel goed, je lichaam haalt dan energie uit koolhydraten. De eiwitten gebruikt je lichaam als bouwstenen en vetten, wel, dat is reserve. Met het tweede systeem, dat de meeste mensen niet gebruiken, dat is het systeem waarbij je lichaam energie haalt uit vetten. Mensen die een keto – dieet volgen, gebruiken dat. En als je vast (niks eet), dan gaat je lichaam ook naar dat metabolisme om te overleven. En zo kan je dus effectief 30 dagen zonder te eten.

Wanneer je lichaam alle koolhydraten opgebruikt heeft, gaat je lijf ketonen produceren (vandaar de term keto – dieet), en die zorgen ervoor dat je energie kan halen uit vetten. Dat je lijf kan switchen naar dat tweede metabolisme, je back-up.

Wanneer je vast, kan je die switch van metabolisme voelen. En dat mocht ik dus ervaren. Je voelt letterlijk dat je brandstof opgeraakt, je voelt je dan effe slecht (ze noemen het ook wel eens de keto – griep) en dan voel je je weer beter.

Je krijgt meer energie en je hongergevoel neemt af. Evolutionair gezien heel handig, want als voedsel schaars is, heb je meer energie nodig om toch voedsel te vinden.

Nu het ging me niet om het metabolisme

Maar om de energie. “Ze” zeggen dat als je vast, je je meer verbonden voelt met je hogere zelf, het universum, God of hoe jij het ook wil noemen. Vasten is, spiritueel, al een ritueel in alle religies, voor zolang de mensheid bestaat. En als wetenschapper heb ik het altijd al een raar beestje gevonden, dat spirituele, ook al voelde ik me er altijd erg toe aangetrokken.

En dat wou ik nader bekijken, zoals altijd met een nieuwsgierige en open onderzoeks mindset. Dus ik vernietigde en ontcreëerde alle verwachtingen die ik had over vasten en ging aan de slag.

Ik ontdekte dat elk metabolisme een eigen energie heeft. Wat logisch is aangezien je lijf inderdaad energie creëert uit je voeding op een andere manier. Dus de energie die past bij het systeem van koolhydraten verbranden, voelt anders dan de energie die past bij het systeem van vet verbranden. Je voelt letterlijk dat je anders functioneert in beide systemen.

En dat was op zijn zachtst gezegd een openbaring. Ik ben al heel geconnecteerd met mezelf, dus voor mij klopte dat niet zo, dat “betere contact met het univsersum”. Wat dus logisch is gezien waar ik ben in mijn persoonlijke ontwikkeling. Wat ik wel heel verrassend vond dat is om te voelen hoe anders mijn hersenen werkten. De ketonen gaan massaal naar je hersenen dus fysiek is dat logisch. Maar als hooggevoelig mens heb ik zo goed het verschil gevoeld. Ja, er is meer flow en intuïtie in het systeem van vet verbranden. Ik kon nog beter dan anders naar mijn lichaam luisteren. Wist intuïtief wat nodig was. Ik wist nog veel beter dan anders of ik het spelletje solitaire ging kunnen uitspelen of niet van te voren.

Maar vroeg me niet om een rekensom te maken of een gesprek met manlief. Mijn rationeel denken leek verdwenen, en ik kwam moeilijk uit mijn woorden. Evolutionair gezien, geen probleem, dus te snappen. Mijn hersenen werden op een andere manier gevoed en gingen dus ook anders werken of beter gezegd waarschijnlijk andere hersengebieden gebruiken.

Bovenal had ik een gevoel van innerlijke vrede, dat ik nog nooit eerder had ervaren. Kon ik zoveel beter aanwezig zijn bij de kinderen, ook als die ruzie aan het maken waren, ook als er frustraties waren, ook als er eentje het moeilijk had met huiswerk, … ik kon er gewoon naast zitten, helemaal aanwezig zijn. Moeiteloos was het om niet in die energie te stappen. Dat ging helemaal vanzelf. Ik genoot met volle teugen van het leven met innerlijke rust, innerlijke vrede. Ik beleefde het leven op een andere manier, het badwater voelde anders, de muziek was anders, het fluiten van de vogels, … alles was veel dieper, veel intenser en veel rustiger tegelijk. De hemel op aarde. Inner peace to the max.

Terug naar af

En toen was ik zo blij dat ik terug mocht eten, haha, maar toen kwam ook de instant switch terug naar het oude, vertrouwde systeem van koolhydraten verbranden. Met de energie die daarbij hoort.

De energie die ik zo goed kende. Waarbij het moeilijk is om bij jezelf te blijven, je hard je best moet doen om aanwezig te zijn bij de kinderen en moet werken aan rustig blijven en niet in de emotie van de ander te stappen.

Ik had bereikt waar ik al een leven lang naar op zoek ben, op een paar dagen.

En toen

moest ik het terug afgeven.

Wou ik zo graag nog even vasthouden.

Voelde ik het wegglippen tussen mijn vingers.

Kon ik het niet meer vasthouden.

En moest ik het loslaten.

En dat, lieve mama, heb ik gewoon kei hard gevoeld.

En was het huilen. Verdriet om wat ik niet meer had. Soms mag je even gewoon lekker medelijden hebben met jezelf en met de anderen die ook de gevolgen dragen omdat ze iets konden krijgen van jou, dat je nu niet meer kan geven.

Even de emotie te beleven in al diens puurheid, mooiheid, intensheid die erbij hoort.

Zonder weerstand, vol overgave.

Omdat verdrietig zijn mag. Ik vind het persoonlijk ook helemaal niet erg meer, om verdrietig te zijn. En dat maakt het beleven van de emotie moeiteloos.

Want uiteindelijk zou het moeten gaan om de ervaring die je had. Want die neem je altijd mee. De mooie herinnering aan hoe het was. En ook een herinnering aan wat belangrijk is voor je. En ook het vertrouwen, en de wetenschap, dat je de ervaring, als je daarvoor kiest, opnieuw kan creëren, wanneer je daar behoefte aan hebt.

Vasten is in vele religies een terugkerend ritueel. Mensen die ik ken die vasten, die doen het ook allemaal verschillende keren.

Ik snap nu waarom, niet alleen met mijn hoofd en uit empathie, maar ook uit ervaring. En dat is heel anders.

Weer een beetje rijker (zonder dat ik er geld voor nodig had ;-)).

Weer iets bijgeleerd, weer iets om trots op te mogen zijn.

En dat is wat telt.

Zo helpend, wanneer je iets had, maar het weer moest loslaten.

Blijf niet hangen in het verdriet over wat je had.

Geef jezelf tijd, en een knuffel.

Dan kan je weer veel beter de dankbaarheid voelen om wat er was.

En fier zijn op jezelf, voor wat je hebt bereikt.

Zodat je je sterker kan voelen weer in het leven, meer zelfvertrouwen kan hebben en nog meer open voor nog meer.

Zodat je ook daar weer doorheen kan, en ervaren, en voelen, en sterker worden, en dankbaar zijn.

Geen ontkomen meer aan

Ken je dat? Je werkt heel hard aan iets, het lijkt te lukken, het gaat steeds beter en beter, en dan … lijkt alles als een kaartenhuisje in elkaar te vallen.

Hoofd, lijf en energie zijn één

In december vorig jaar was er geen ontkomen meer aan. Ik weet al heel lang dat hoofd, lijf en energie samen gaan, hand in hand. Dat elk een deel is van wie ik ben. En in verandering zijn alle delen belangrijk. Aan de slag met je hoofd is voor veel mensen gekend. Je kijkt naar je manier van denken. Probeert anders te denken. De meeste psychologen en therapeuten gaan ook aan de slag met je hoofd. Met andere woorden, redelijk bekend terrein. Mainstream. Dus voor de hand liggend, ik begon daar. Al voor zolang ik me kan herinneren, alle begeleiding die ik deed in mijn prille jaren, laten we zeggen toen ik twintiger was, zat zo ergens in die regio. En het is leuk, want je kan veel trucjes leren om anders te denken. Dat is hoe ik ernaar kijk, vanuit mijn standpunt dat persoonlijke ontwikkeling een lievelingshobby is.

Ik leerde voelen

In mijn dertiger jaren, leerde ik voelen. Aha, dat is lichaam, dacht ik. En ja dat is ook wel voor een stukje zo. Het is het stukje van je lijf dat echt aan je hoofd hangt. Want met gedachten kan je gevoelens beïnvloeden, en gevoelens beïnvloeden je gedachten.  Ook heel leuk, en ook veel trucjes te leren daar.

Ik leerde energiewerk

Toen ik zo ongeveer veertig was, verdiepte ik me heel bewust in de wereld van energie. Waw. Zoveel meer mogelijkheden. Ik was intussen al professioneel coach, dus ik kon zoveel leren, had intussen zoveel bronnen om mezelf te verrijken, zoveel kennis en zo een mooi netwerk. Ik beken, het was (en is nog steeds), echt smullen.

En toen … geen ontkomen meer aan

December vorig jaar voelde ik dat het tijd was. Tijd voor dat stuk waar ik tot dan toe aardig van aan het weglopen was. En dat klinkt misschien gek. Maar ik deel het maar. Want we hebben wel allemaal zo een stuk. Zo het stuk waar je liever niet naar kijkt. Waarvan je jezelf wijsmaakt dat het niet belangrijk is. Voor jou is dat misschien een ander stuk dan voor mij, maar we hebben allemaal zo een stuk en diep vanbinnen weet je dat.

Mijn lijf liet me weten dat het tijd was, of beter gezegd mijn gevoel bij mijn lijf. Mijn lijf liet me voelen dat het tijd was. Ze zeggen dat wel eens, dat tot je veertigste je lijf voor jou zorgt, en daarna dat jij voor je lijf moet zorgen. Wel, dat voelde ik heel duidelijk.

Ik was niet meer blij met mijn lijf. Ondanks alle liefde voor mezelf. Want ik was lang bezig geweest met te leren om mezelf weer graag te zien. En nu zag ik mezelf graag. En ik geef toe dat ik nooit veel problemen had met naar mezelf te kijken in de spiegel. Naar dat vrouwenlijf, anders dan in de boekjes. Met de ronde heupen, het ronde buikje met links en rechts een paar striemen. De striemen als stille getuigen van de thuis die mijn buik was, voor twee kinderen. De rimpels links en rechts, de opkomende dubbele kin en de “love handles”, lol. Mijn gewicht was aan de hoge kant voor mijn doen maar netjes binnen de normen van wat de maatschappij zegt dat oké is. De maatschappij vond dat het oké was, maar … ik vond van niet. En daar moest ik echt wel even uitstappen, uit die verwachting van de maatschappij, en mijn eigen verwachting formuleren.

Want mijn lijf vertelde me dat ik meer kon. Dat het tijd was om de lat iets hoger te leggen. Dat dat mijn volgende stap was op de reis naar mijn ware zelf. En wat begon als “misschien een paar kilootjes verliezen en gaan sporten” werd een ware transformatie van mijn hele zijn.

Body transformation

Dus verdiepte ik me in de wondere wereld van body transformation. Het stukje lijf waar ik nog niet aan toegekomen was. Ik ontdekte yoga, waar ik vroeger de kriebels van kreeg. Ik ontdekte waarom ik vroeger de kriebels kreeg van yoga. Ik matchte het met wie ik ben en wat het voor mij kon betekenen. Ik ontdekte het belang van gezonde voeding, voelde echt de impact op mijn lijf met elke vezel van dat hooggevoelige lijf. Ik ontdekte stap voor stap dat voor elke kilo minder, mijn hele systeem een aanpassing nodig had. Een andere manier van bewegen. Een andere manier van denken. Een andere manier van zijn.

Elke dag opnieuw, stelde ik mezelf de vraag, wie moet ik zijn, om deze kilo te verliezen? Wat heb ik te leren? Ik pakte het aan van binnenuit.

Geleerde levenslessen

Voeding = brandstof voor je lichaam. Niet meer, en niet minder. Wat je erin stopt, wordt gebruikt. Wat je niet kan gebruiken, komt er weer uit of blijft zitten, in de vorm van toxines of vet. Toch is het oké om lekkere dingen te eten en te genieten. Want je bent per slot van rekening meer dan een lijf. Als je naar je hele zijn kijkt, dan ben je meer. Dus praktisch toch maar die 80 / 20 regel. Zodat je kan blijven genieten, en toch je lijf voorzien van de broodnodige brandstof.

Hooggevoelige mensen hebben meer eiwitten nodig. Ons centraal zenuwstelsel werkt minstens even hard als dat van een topsporter. Hooggevoelig zijn, is topsport op zich. Dus reden te meer om je lichaam te voorzien van de juiste brandstof. Je doet ook geen diesel in een Ferrari hé (denk ik toch, ik ken niks van auto’s, lol).

Geniet van het proces. Het leven is een aaneenschakeling van dingen willen, dingen kunnen, doelen bereiken en doelen nog niet bereiken. Een reis van verwachtingen bijstellen en niet lukken. Van vallen en weer opstaan.

We vergeten te vaak dat bij leren ook terugval komt kijken. Plateau’s waar je vast lijkt te zitten en niet meer verder kan. Alsof er niets vooruit gaat en alles voor eeuwig en altijd hetzelfde blijft. Wanneer je daar echter nieuwsgierig naar kan kijken, verandert er zoveel.

Er zijn zoveel laagjes in eender welk leerproces.

Afvallen =

  • leren omgaan met emoties
  • leren dat je bord niet leeg moet
  • leren om ruimte in te nemen, zeker mensen met overgewicht eten vaak uit compensatie omdat ze geen ruimte durven innemen

Ik noem een leerproces dat ook wel eens een ijsberg. Boven de oppervlakte zie je een bepaald gedrag dat je wil veranderen. En vaak gaan we alleen daarmee aan de slag. Maar in feite zijn er vele laagjes. Of is er een groot stuk onder het wateroppervlak. Dingen die niet altijd meteen zichtbaar zijn maar wie wel in grote mate bijdragen aan het gedrag dat je ziet aan de oppervlakte.

Grenzen stellen wordt gemakkelijker.

Een steviger lijf (meer spieren) betekent echt wel beter grenzen kunnen aangeven. Je bent letterlijk harder. Je hebt meer vertrouwen. En ik die vroeger dacht dat leren grenzen aangeven, iets was dat je kon leren met je hoofd. Eigenlijk is dat maar een klein stukje. Grenzen aangeven leer je met je hoofd, met je lijf én met je energie.

Ook met opvoeden is het vaak zo.

Wat zit Helga nu te schrijven over afvallen, denk je misschien. En als je dat inderdaad denkt, super dan dat je tot hier gelezen hebt. Haha. Dankjewel.

Eigenlijk gaat het niet alleen over afvallen. En over een handiger lijf creëren. Het gaat om leven. Het gaat om opvoeden. Het gaat om iets leren op een duurzame manier.

Ook met opvoeden is het vaak zo, dat we weglopen van dat ene stukje waar we zoveel kunnen betekenen. Waarbij we, al we er ons gewoon aan kunnen overgeven, we zoveel meer kunnen zijn. In opvoeden zijn het vaak patronen waar we van weglopen. Waar we onszelf wijsmaken dat we niets kunnen veranderen. Want we zijn zo opgevoed. En hoewel het een klein ding lijkt, zoals bijvoorbeeld roepen op je kind, er zit zoveel onder. Er zijn zoveel laagjes om te leren. Wat overweldigend kan lijken, maar wanneer je je eraan overgeeft, zo boeiend en interessant.

En is net dat ene dingetje waar je het liefst van al van wegloopt, net dat ene dingetje dat je zo hard vooruit kan helpen.

Je mag zijn zoals je bent

Je mag er zijn zoals je bent, en je ruimte innemen. Ruimte nemen voor wie je bent en wat je voelt.
Gemis kunnen voelen, verdriet kunnen ervaren en tranen laten stromen, zijn voor 500 % zeker een teken van kracht. Laat niemand je ooit iets anders wijsmaken.
Want wanneer je alles kan tonen en ervaren, wanneer je voor 500 % kwetsbaar kan zijn, kan niets of niemand je nog raken… En kan je jezelf helemaal toestemming geven om te zijn wie je bent.

Wanneer teveel teveel is, dan …

Met bijna tranen in de ogen knip ik de kaartjes die de kine doorstuurde met de oefeningen voor de kinderen. Psychomotoriek. Kan dit er ook nog bij? Eigenlijk niet. Maar wel weer belangrijk dus wat doe je dan?

Wat doen we veel. Zelf (thuis) werken. Huiswerk (laten) maken. Zeker niet altijd evident, als je dan ook nog eens een kind hebt met faalangst, problemen met lezen, aandacht, … zo eentje waar je eigenlijk de hele tijd naast moet zitten. Let op, doe voort, hier brand de lamp, je kan het wel. Hoe kunnen we het makkelijker maken? Ik help je, ik ben hier.

En dan zegt de juf goedbedoeld dat die taak die niet af was, misschien wel in het weekend ingehaald kan worden?

Stuurt de kine opdrachten door want ja, de therapie ligt anders ook stil.

Ons eigen werk is eigenlijk al genoeg. Het huiswerk komt erbij. Differentiëren als je kind de standaard niet volgt, komt er ook nog eens bij. De andere ondersteuning die je kind normaal gezien van anderen krijgt, komt er ook nog eens bij, op jouw bordje.

Ik ben mama (maar doe ik het wel goed?).

Ik ben een juf die constant aanpast en differentieert (maar weet ik veel hoe dat moet).

Ik ben psychomotorisch therapeut (ik ken wel iets maar …).
Ik ben kindercoach (doe mijn best maar heb maar zoveel geduld).
Ik ben partner van (wanneer heb ik je ook al weer nog eens gevoeld?).

ik ben zoveel en niks tegelijk.

Ik ben mama.

Ik ben …

mama.

Want dat kan niemand in mijn plaats zijn. En als ik moet kiezen, dan is de rol van mama toch nog altijd het belangrijkste, toch?

Oh wat wou ik dat ik niet moest kiezen …

Verder knippen maar. En morgen een lui dagje voorzien. De muziek eens lekker luid zetten. Wat dansen, sporten, lekker even helemaal los gaan.

Voor alle mama’s die moeten kiezen … kies om mama te zijn, altijd en eerst altijd mama. Want dat kan niemand maar echt niemand anders in jouw plaats doen. Maak je prioriteiten heel erg duidelijk, en stick with it.

Yes, we can! Meestal toch. En soms even niet.

Dik oké zo.

Dit is jouw tijd

Neem je tijd lieve mama, want dit is jouw tijd.

Ik neem ook tijd, samen met jou.
even tijd

om er te zijn
hier te zijn
gewoon te zijn

even niks te moeten
en vanalles te mogen
maar even hélemaal niks te moeten

welkom aan iedereen die dit leest, zo fijn dat ook jij erbij bent

met jouw tijd
onze tijd
die we samen delen

moeders onder elkaar

wij zijn mooi
wij zijn sterk
wij zijn krachtig

wij zijn alles wat we verondersteld werden en worden te zijn
niks meer, en ook niks minder

alles is goed zoals het nu is

in deze tijd
boordevol tijd
een overvloed aan tijd
een zee van tijd

tijd voor jou
tijd voor mij
tijd voor ons
samen

Geniet van de zonnestraaltjes van de dag, elke dag. Want de zon schijnt ook voor jou.

Help je kind huiswerk maken

Het is vandaag 17 april. 2020. Vrijdag. Sinds gisteren weten we dat na de paasvakantie, de scholen nog minstens twee weken gesloten blijven.

En zijn sommige ouders opgelucht.

Anderen in paniek.

Velen hun geduld was eigenlijk al op voor de scholen sloten.

Een beetje juf zijn

Hoe gaan we nu verder? Zeker is dat de scholen niet stilzitten. En je kind dus ook niet. Er moeten lessen geleerd worden. Huiswerk gemaakt. Kinderen moeten nog steeds leren lezen, leren schrijven, leren rekenen. Als ouder moeten we plots een beetje juf of meester zijn, terwijl we helemaal niet weten hoe dat moet. Gelukkig wordt het voor ons zo hapklaar mogelijk klaar gezet allemaal, maar met zoveel dingen kan de juf of meester vanop afstand niet veel doen.

Waar loop jij tegenaan?

Obstakel nummer 1. Je moet zelf werken. Liefst van negen tot vijf. Of zoiets. En het huiswerk van je kind, dat moet daar zo even bij. Of tussen. Ervoor. Of erna? Je wil het goed doen, dus je maakt graag tijd, maar waar is die tijd eigenlijk?

Obstakel nummer 2. Huiswerk is saai. Je hebt er stiekem geen zin in en je kind al helemaal niet. Dus doe je alsof het leuk is en probeer je je kind te motiveren terwijl je zelf de motivatie niet voelt (schuldgevoel omdat je kind achterop raakt als jij er niet achter zit – das geen motivatie). Werkt niet.

Obstakel nummer 3, 4, 5, … het andere kind (eren). Want terwijl je ene kind eindelijk huiswerk aan het maken is, moet dat andere kind liefst stil zijn. En niet alle kinderen hebben evenveel huiswerk en dat kan zo oneerlijk voelen voor een kinderlijfje.

Volgende obstakel. Je bent geen juf of meester. En je kind is het gewend om die schoolse dingen te leren van een juf of meester. Je hebt die rol niet, die autoriteit niet. Zeker voor heel jonge kinderen die weinig tot geen huiswerk moesten maken toen de scholen nog open waren, kan dit op zijn minst heel vreemd zijn.

Next. Planning. Superleuk (maar niet echt) als je zelf moet werken, verschillende kinderen hebt en die kinderen ook nog eens op een andere school zitten, en je dus verschillende juffen en meesters hebt die compleet geen rekening kunnen houden met elkaar. De persoon die alles kan oplossen, de persoon die overzicht heeft? Juist. Jij. Of je daar nu zin in hebt of niet.

We kunnen zo nog wel een tijdje doorgaan. Maar ik denk liever in termen van oplossingen. Per slot van rekening bestaan er voor elk probleem meestal wel verschillende oplossingen en zijn er dus per definitie meer oplossingen dan problemen, haha! Ik giet ze graag even in een paar tips voor je.

Tip 1: jij bent een buffer

Realiseer je dat jij staat tussen je kind en de school. Wat van school komt, komt eerst bij jou en gaat dan pas door naar je kind. Is je kind groter en krijgt hij of zij rechtstreeks opdrachten, kijk dan zeker volop mee, en al helemaal als het niet zo vlotjes loopt allemaal (waar ik even op gok, anders was je dit niet aan het lezen).

Als buffer zorg je ervoor dat de opdracht duidelijk is. Laat je kind eens vertellen wat het moet doen. En als je kind zegt “ik weet het niet” ga er dan vanuit dat dat klopt. Zo had ik er eentje hier die oprecht in de war was, omdat de juf zei “maak de oefening en als dat moeilijk is, lees dan eerst de kader nog eens”. Dat kind begon aan de oefening, kwam er al snel achter dat het te moeilijk was, en zat voor we het allemaal goed en wel doorhadden, in de negatieve faalangst spiraal. Te vermijden door de opdracht anders te formuleren, namelijk “lees de kader” en dan “maak de oefening”. Zeker kinderen die het moeilijker hebben met lezen, met aandacht, … dat vraagt vaak teveel van hen om opdrachten in de juiste, voor hen logische volgorde te krijgen.

Als buffer zorg je er ook voor dat er alleen doorkomt wat erdoor moet komen. Die leuke crea – opdracht van de juf? Heel fijn dat ze dat doet en ongetwijfeld waardevol voor velen! Maar niet verplicht en ook niet nuttig voor jouw kind dat zich geen seconde verveelt. De opdracht begrijpend lezen waar jouw kind gewoon helemaal nog niet aan toe is? Hoef je je kind ook niet mee lastig te vallen, wanneer je even een meer passende differentiatie overeenkomt met de juf. Als buffer bewaak je dus ook differentiatie die je kind normaal gezien op school krijgt, of zou moeten krijgen maar nog niet kreeg. Tis een kans.

Tip 2: de zin en onzin van plannen

Het is uiteraard handig om een overzicht te hebben van wat je spruit allemaal moet leren en maken. Leuk of af te vinken en ontladend om de verscheuren als je er eentje hebt dat er geen zin in heeft. Hier vertrappelden we samen met heel veel plezier de blaadjes begrijpend lezen, toen we een andere, meer passende leesopdracht scoorden voor zoonlief.

En als je dan toch buffer bent, maak je dat even. Misschien is het goed om jezelf daar een beetje tijd voor te geven. Je kind hoeft niet maandagochtend om 9 u te starten met de thuis – school. Je mag best even tijd nemen om zelf te starten met je eigen werk, kijken hoe het huiswerk erbij kan, wat er daar allemaal moet gebeuren en ja, dat overzicht maken.

Maak meteen een overzicht waar je de hele week kan bijschrijven, zo heb je minder werk en meteen een weekoverzicht. Zeker in de eerste drie – vier jaar van de lagere school is dat nog goed te doen.

Zo’n overzicht wordt veel leuker met een paar zonnetjes erbij getekend, bloemetjes, auto’s, lego mannetjes, …  en het woord “succes” in grote, sierlijke krulletters. Ja, ik weet het, dat zijn twee volle minuten extra te besteden. Maar wedden dat je die terugwint samen met de glimlach van je kind, die zeker twee minuten vlotter eraan begint?

Onthou dat een planning voor jou werkt, niet andersom. Een planning moet snel gemaakt zijn en werkbaar. Het moet je het gevoel geven dat je er tijd mee wint, niet verliest. Wanneer je zit te onderverdelen in tijdsblokjes bijvoorbeeld die toch niet gevolgd worden. Dan werk je hard voor weinig resultaat.

Sla dat maar over. Je hoeft niet met afgebakende tijdstippen en blokjes te werken als dat je ding niet is. En je kind hoeft niet iedere dag voor school te werken van 8 u 30 tot 15 u 30. Dat is net het leuke aan thuis werken. Je kiest ook zelf wanneer je jou werk doet, neem gerust die vrijheid. Huiswerk maken om 7 u in de ochtend of om 17 u in de namiddag, het kan allemaal en kan de weerstand van je kind meteen ook een eind verlagen.

Tip 3: ja, je bent een juf

Je bent een mama, of een papa. Maar je bent nu ook even een juf. Of meester. Je hebt twee rollen, twee hoeden om op te zetten. Maak dat maar duidelijk aan je kind.

En draag je hoed met fierheid. Wees nog een beetje dieper mama. En wees soms ook even juf. Soms het ene, soms het andere. Niet allebei tegelijk.

Dus geen gezeur over huiswerk tijdens het voorlezen van het verhaaltje, lieve mama, ook al zit het je misschien hoog van alles wat er in de dag gebeurd is.

Elke dag is een nieuwe dag.

Briefje vol liefde

Hey lieve mama,

Hoe gaat het met jou vandaag? En met je gezin?

Vergeet maar even gisteren.

Vergeet maar even morgen.

Hoe gaat het met jullie? Vandaag. Nu.

Lukt het om fier te zijn op jezelf, voor wat je doet, voor wat je bereikt?

Lukt het om lief te zijn, voor alles wat je niet doet – maar wel zou willen doen? Voor alles wat je nog niet bereikt, dat je graag zou willen bereiken.

Ik had een interessant gesprek met één van mijn cliënten. Het ging over je eenzaam voelen, in de opvoeding van je kind en ook in het voelen van eenzaamheid, wanneer opvalt dat jij het anders wil.

Soms lijkt het, alsof wat het minste is voor jou, het minste wat je kan doen, al zo fanatiek is voor anderen.

Willen we teveel?

Willen we teveel, als we niet willen roepen op ons kind?

Willen we teveel, als we alleen maar willen genieten van kleine dingen, en ons geen zorgen maken over de toekomst?

Willen we te weinig, als we de afwas laten staan? Als we op een dag zeggen, vandaag heb ik echt geen zin om mijn kind bezig te houden. Heb ik echt geen zin om samen te lezen, samen te spelen, … ook al lijkt dat belangrijk. Is dat dan te weinig?

Hoe jij deze tijd ook beleeft, het is goed. Het past precies bij jou. Het is precies wat je nodig hebt.

Om te leren …

… hoe je fier kan zijn op jezelf, voor wat je doet, voor wat je bereikt.

… hoe je lief kan zijn, voor alles wat je nog niet doet – maar wel zou willen doen

… hoe je lief kan zijn, voor alles wat je nog niet hebt bereikt, maar wel graag zou willen bereiken.

Want hoe je het ook draait of keert, dat is het leven. Leren. We leven om te leren. Live & learn. Repeat to repair. Leer je je les niet, dat komt het terug. Opnieuw, opnieuw, opnieuw.

Weet je wat grappig is? Als ik zeg tegen mijn kind “het moet”, dan heb ik meestal gedoe. Als ik zeg “het mag”, dan heb ik veel meer kans op succes. Oké ik moet mss wat langer wachten, mss ontdekken we samen zijpoortjes naar hoe het ook anders kan. Soms gebeurt de taak die ik vraag op een heel andere manier dan ik me ooit had kunnen voorstellen, met mijn beperkt grote mensen brein.

Ook jij moet helemaal niks. Maar je mag wel heel erg veel. Binnen de randvoorwaarden van het leven. Centjes verdienen moet hier voor de volwassenen. Huiswerk maken moet voor de kinderen.

Maar voor de rest … zijn we allemaal opvallend vrij van moeten. Jij ook . Eigenlijk. Vervang maar eens moet door wil of kan. En voel dan …

Wat is er nu nog meer mogelijk?

Waar liggen je kansen?

Waar zijn de opportuniteiten?

Neem ze, ga ervoor.

Wees fier op jezelf, voor wat je doet, voor wat je bereikt.

Wees lief voor jezelf, voor alles wat je nog niet doet, nog niet hebt bereikt.

It’s all good.

Samen komen we er wel. Want je hoeft helemaal niks alleen te doen. Je mag, als je dat wil. Maar je moet … helemaal niks.

Ik stuur je graag wat liefde mee, samen met deze brief. Ik weet dat je het verdient, alleen maar omdat je dit leest. Jij bent een lieve mama . Geloof het maar. En als dat nog niet lukt, geloof ik het voorlopig voor jou. En wacht ik wel samen met jou, tot je klaar bent om het zelf te geloven. Misschien straks, misschien morgen, misschien volgend jaar, misschien geloofde je het gisteren al of tien jaar geleden.

It’s all good. Neem je tijd.

Take breaks as you need them.

Take steps when you want.

Wees fier.

Wees lief.

Helga