was successfully added to your cart.
Category

blog

In balans!

in balans

Wanneer partners in balans zijn, in evenwicht, gaat het in het gezin vaak ook beter. Zijn er minder problemen met de kinderen en lijkt alles meer op wieltjes te lopen. Jij en je partner zitten beter in je vel, waardoor je ook beter kan luisteren naar mekaar waardoor je je meer gehoord voelt waardoor … 🙂 Een positieve spiraal.

Maar de dag van vandaag is dat allemaal niet meer zo evident.

Mannen moeten hun vrouwelijke kant laten zien, en vrouwen moeten “hun mannetje staan”. En dat heeft een impact, op ons leven, onze relatie, onze kinderen. Er zijn zoveel verwachtingen over “wat moet”, wiens taak het allemaal is, wie doet wat, doen we wel beiden evenveel? Vanuit de grote hoop werk die we voor ons zien liggen, en onze eigen vermoeidheid, gaan we werk in de schoenen van de ander willen schuiven, gaan we kijken of het wel eerlijk is, want we willen zeker niet “teveel” doen en de ander moet ook zijn of haar steentje bijdragen. We denken heel erg vaak in termen van “tijd tekort”. Tijd is zo kostbaar geworden, dat we bereid zijn om ervoor te vechten.

Yin Yang

logoDit logo is niet voor niets gebaseerd op een yin-yang afbeelding. Yin symboliseert vrouwelijkheid, en Yang mannelijkheid. Als mens gebruiken we beide. Laten we het gemakshalve even “energie” noemen. Vrouwelijke energie is dan het zorgen, het moederlijke, de lijm, het gezin samenhouden en de conflicten sussen. Vrouwelijke energie is ook vaak een stapje terugzetten, en doen wat goed is voor het gezin, voor het geheel, in plaats van handelen voor jezelf. Vrouwelijke energie speelt een grote rol in hechting van het jonge kind. Het is je vrouwelijke energie, die ervoor zorgt dat je de behoeften van je baby voor kan laten gaan op die van jezelf. Wanneer je baby honger heeft, en jij ook, dan ga je toch eerst die baby eten geven. Dat is gewoon slim voor het overleven van de mens, want die baby heeft dat eten meer nodig dan jij. Wanneer je net moeder bent, kan je die periode van het met wat minder moeten doen, ook prima overbruggen. Je eet misschien wat minder, je slaapt minder. Dat is de natuur, en jouw lichaam is daar prima voor uitgerust en kan daar ook mee om. Het put uit een reserve die daarvoor gemaakt is.

Wanneer jij als kersverse moeder alleen maar voor je baby moet zorgen, is er dus ook geenenkel probleem… Enter de mannelijke energie. Het huishouden moet ook in orde zijn. Het huis en de auto afbetaald. Spulletjes gekocht. Uit werken gaan, want je wil toch wat bereiken in je leven? “Alleen maar moeder zijn”, is voor de meesten niet meer goed genoeg… Op zich ook nog geen probleem, want mannelijke energie hoort ook bij vrouwen en is op zich zeker positief. Het is die energie die mee maakt dat je grenzen kan aangeven, opkomt voor jezelf, en ook aan je eigen behoeften kan denken, wanneer dat nodig is. Wanneer jij op het toilet zit, en je baby huilt, dan moet ie echt wel gewoon even wachten. Wanneer je mannelijke energie dan goed zit, dan kan dat ook zonder schuldgevoel, en dan is er, alweer, niets aan de hand. Je bent in balans.

Als vrouw heb je dus vrouwelijke energie, en mannelijke energie. Beide zijn aanwezig.

Je partner (ik ga er even vanuit dat dat een man is, maar dat hoeft dus niet perse) heeft ook mannelijke energie en vrouwelijke energie. Ook daar is er een balans te bereiken.

De meeste mannen hebben allicht meer mannelijke energie dan vrouwelijke, en de meeste vrouwen hebben meer vrouwelijke energie dan mannelijke. Maar dat hoeft dus niet zo te zijn. Misschien ken je wel een koppel, waarbij je gniffelend denkt van “die vrouw is net een man en die man is net een vrouw”. Vrouwlief maakt carrière en manlief blijft thuis voor de kinderen, dat stereotype. Ook dat kan prima in balans zijn, wanneer beide partijen dat erkennen van elkaar en elkaar daarin aanvullen.

Wat is er dan aan de hand?

Waar loopt het nu mis? Want eigenlijk zitten we gewoon prima in elkaar. Een beetje vrouwelijke energie, een beetje mannelijke energie, beiden in balans, en prima toch? En dat is ook zo, dat zijn die prachtige momenten waarbij je voelt dat er een evenwicht is in jezelf én in je partner. Wat je voelt, is het evenwicht in vrouwelijke en mannelijke energie. Je hebt tijd voor jezelf én tijd voor anderen. Je kan tegemoetkomen aan de behoeften van anderen én die van jezelf. Je kan hard werken én geld verdienen én niets doen. Idem voor je partner.

Maar wat zie ik nu heel vaak gebeuren… Er wordt een kindje geboren. Of vroeger, vaak zie je dit tijdens de zwangerschap al gebeuren. Instinctief krijgt jouw vrouwelijke energie een boost. Die van je partner ook, maar die is niet zo handig in het uiten van die boost aan vrouwelijke energie. Per slot van rekening is je partner waarschijnlijk vooral opgevoed door vrouwen, en niet door (nieuwe) mannen… (een viscieuze cirkel trouwens waar we vandaag ook nog last van hebben, aangezien onze zonen nog steeds vooral door vrouwen worden opgevoed). Dus gaat die dat vertalen in “meer energie” en vaak meer mannelijke energie. Ze willen plots meer geld gaan verdienen, kloppen langere uren op het werk, gaan klussen in het huis, … terwijl je als mama graag meer vrouwelijke energie van je man zou willen ontvangen. Je wil eigenlijk dat hij meer tijd neemt om te praten, om over je dikke buik te aaien, naast jou te komen zitten in de zetel, … .

En wanneer de baby geboren is, wil je dat hij actiever is in het huishouden, dat hij luiers ververst, babies draagt, flesjes geeft wanneer jullie kiezen voor flesjes. Ik ken genoeg ouders die kiezen voor een flesje in plaats van borst of naast borst, omdat ze zeggen van “ja dan kan mijn partner de baby ook eens eten geven”. Terwijl een baby eten geven, toch echt wel de taak van de moeder is volgens de natuur, want die heeft borsten gekregen. Mannen niet. Als vrouw vragen wij op dat moment (te) veel van onze partner. Waarschijnlijk vanuit onze eigen onzekerheid en verwachtingen. We ervaren zelf een shift in die energie, een boost, en we verwachten van onze partner hetzelfde.

Wanneer jij een partner hebt die op zich al goed in balans is, en die zich makkelijk aanpast, dan ervaren jullie waarschijnlijk weinig problemen. Maar heel vaak, voelt die partner zich dan plots onzeker, in die nieuwe verantwoordelijkheden. En ziet hij tegelijkertijd een vrouw voor zich, waarbij het als vanzelf lijkt te gaan. Zijn vrouwelijke energie neemt helemaal niet toe, integendeel, zijn mannelijke energie krijgt een knauw. Hij trekt zich terug, wordt nog onzekerder, en laat het hele opvoedgebeuren het liefst van al aan zijn vrouw over… Ook al wil hij wel “helpen” of “babysitten” maar de verantwoordelijkheid, die legt hij graag bij zijn vrouw.

En daarom worden papa’s, die een afwezige papa hadden, vaak zelf ook een afwezige papa… Zij kunnen niet om met die boost aan vrouwelijke energie die ze bij jou zien. Zij kunnen niet om met jouw verwachtingen. Zij kunnen die vrouwelijke energie die in zichzelf zit, niet zien, niet omarmen, … ze verdrinken er helemaal in.

Opnieuw in balans

Nu we het verhaal kennen van vrouwelijke energie, en mannelijke energie, kunnen we ook tips bedenken, om het evenwicht terug te herstellen. Denk eens aan jezelf als mens met vrouwelijke en mannelijke energie, in plaats van als vrouw. Hoe zit bij jou de balans? Stel dat jij in balans bent, welk effect zou dat hebben op je partner?

Wanneer je een onevenwicht ervaart in je relatie, komt dat heel vaak omdat je bent “doorgeschoten” in je mannelijke energie, of omdat je partner niet mee kan met de boost aan vrouwelijke energie. We leven in een maatschappij waar mannen eigenlijk de norm zijn. Vrouwen moeten hun mannetje staan, vooral op het werk. We moeten doelen halen en resultaten bereiken, al die dingen zijn energetisch mannelijk geladen. Veel mannelijke energie wordt gezien als “goed”, zowel voor vrouwen als voor mannen. Vrouwelijke energie wordt vaker gezien als niet efficiënt, te zacht, te chaotisch, te gevoelig…

De balans van je partner, dat is die van je partner. Begin altijd bij jezelf. Breng je eigen balans in orde, en je zal merken dat je man hierop positief zal reageren.

Een paar tips.

Tip 1: Geef jezelf de tijd om na je werk vooral, bewust terug te “shiften”. Kom uit je mannelijke energie en stap bewust terug in je vrouwelijke. Je kan dit zelfs visualiseren, en effectief fysiek de stap zetten.

Tip 2: Mannen kunnen ook met kinderen omgaan. Ja, ze doen dit anders. En dat mag. Het hoeft niet op jouw manier. Geef hem tijd en ruimte om zijn gang te gaan. Ze leren door te doen. Een baby die even huilt omdat papa niet zo handig is met de luier, is niet zo erg, zeker niet als die papa kan doorzetten en zelfverzekerder met luiers om kan gaan nadien. Een ouder kind kan je aanmoedigen om met papa in gesprek te gaan, om te zeggen wat ze nodig hebben. Leg uit dat jij vaak wel weet zonder woorden wat nodig is, en papa niet. Dat is oké.

Tip 3: Zoek goede mannelijke voorbeelden, als je thuis geen exemplaar hebt rondlopen. Dat kan de papa zijn van een vriendje van op school. Een voetbalcoach die kan zeggen dat hij begrijpt dat het jammer is, wanneer het team geen punten maakt. Een meester op school die goed kan bemiddelen bij conflicten tussen de kinderen. Ze zijn er wel, maar we moeten ze zoeken.

Tip 4: dat klinkt nu melig, maar laat je man eens wat vaker “de baas” zijn. Laat hem initiatief nemen. Laat je verleiden. Laat hem de deur voor je openhouden. Laat hem de kraan repareren, ook als je het zelf beter kan. 😉 Vraag eens “kan jij me hiermee helpen” en zeg “dankjewel”. En dat is niet gehoorzaam zijn, of luisteren, of je onderdanig opstellen. Dat is durven ontvangen. En bewust dankbaar zijn.

Aan de slag!

Op vrijdag 4 mei 2018 is er een oplaadmoment met dit thema, met Special Guest Leen Vangeebergen! Leen en ik grappen vaak onder mekaar dat we eigenlijk dezelfde dingen vertellen. Maar we hebben elk onze eigen insteek. Zij sexualiteit en relaties, ik opvoeden (en daar komen relaties ook vaak bij kijken). Dus vrijdag doen we het oplaadmoment lekker samen! En jij krijgt twee topcoaches in plaats van één. 😉

We gaan heerlijk wandelen in het bos en in het park rond de oude abdij in Kortenberg. We gaan loskomen, lachen, genieten, voelen, doorvoelen, en helemaal aarden, al dan niet met blote voeten. 😉 (zal van het weer afhangen)

Omdat we willen dat iedereen erbij kan zijn, hebben we de investering laten zakken. Zodat het oplaadmoment ook toegankelijk is voor mama’s die het moeilijk vinden om te investeren in zichzelf. 5 € en een halve dag is all you need. Afspraak om 10u op de parking van de sporthal, ter hoogte van het grote fietsenrek.

Ik kijk ernaar uit je dan te zien! Laat even weten dat je komt, via het evenement op Facebook , een mailtje naar hallo@opvoedenopmaat.com, of een smsje naar 0472 40 33 25.

En lees zeker ook de blog van Leen!

 

Een goede moeder, anno 2018

goede moeder

Wanneer ben je nu nog een goede moeder, de dag van vandaag? Het lijkt alsof alles veel ingewikkelder is dan vroeger. Er zijn veel verwachtingen. Van je partner, van je eigen moeder, je zus, je vriendinnen, je collega’s, je baas en ga zo maar door. Meer en meer zien we lastige tegenstellingen.

Kinderen moeten gehoorzamen, maar ze moeten ook mondig zijn. Ze hebben leuke hobbies nodig, maar steeds meer kinderen hebben last van te veel prikkels. Als moeder moet je tijd maken voor je kinderen, maar je baas wil dat je die acht uren per dag op kantoor bent.

Je zou je voor minder gaan afvragen, of je het nog wel goed doet. En wat dat eigenlijk nog betekent, de dag van vandaag, in deze maatschappij, “een goede moeder zijn”.

Vroeger leek het gemakkelijker. Je was een goede moeder als de kinderen schone kleren hadden, je huishouden in orde was, en iedereen op tijd en stond gegeten had en gewassen was. Je gaf je kind een koekje bij de thee, liefst bakte je die nog zelf, maar dat was het dan. Buitenshuis gaan werken hoefde niet, dat deed je echtgenoot al.

Stijgende verwachtingen van de rol van de vrouw

Maar toen werd er van vrouwen verwacht dat ze ook gingen werken. Onder andere om meer materiële zaken te kunnen kopen. Omdat er nu eenmaal meer was, dus meer dingen om “nodig” te hebben. Vrouwen wilden nu ook vrijheid, carrière maken, zichzelf ontwikkelen, … En de verwachtingen stegen, ook in het opvoeden.

De kleren moesten niet alleen schoon zijn, maar ook mooi, en niet iedere dag hetzelfde. Kleren nieuw kopen voor het eerste kind, en doorgeven aan het volgende, daar staan we bij stil. Is dat wel eerlijk? Heeft dat volgende kind ook geen “recht” op nieuwe spullen? Vroeger was doorgeven simpelweg een evidentie.

Het huishouden moet nog steeds in orde zijn, ook al heb je er minder tijd voor. We verwachten dat we er met technieken komen: we leren over time management, multi-tasken en focussen. Maar keer op keer stellen we vast, dat teveel gewoon teveel is.

Een nieuwe beweging komt op gang, over single-tasken, en ontfocussen. Maar hebben we daar wel tijd voor?

Botsen tegen eigen grenzen

Het koekje bij de thee werd vervangen door gezonde voeding in het algemeen. Voeding moet gevarieerd zijn, gezond en vers natuurlijk, en het oog wil toch ook wat. Meer en meer gezinnen kiezen voor maaltijdboxen, omdat het ze aan tijd en energie ontbreekt om zich zelfs maar af te vragen, wat de pot eens zou kunnen schaffen vandaag. Ik ken gezinnen waar er niet één potje gekookt wordt, maar twee of zelfs drie. Want anders lusten de kinderen het niet…

En dan komt er nog bij: die leuke hobbies (waar je je kind naartoe moet krijgen zonder ze te verplichten), voorlezen voor je kind, je kind zelfstandig leren zijn, op tijd kunnen rollen, zitten, stappen, praten. Goede punten halen op school. Goed kunnen puzzelen. Alleen spelen. En ga zo maar door.

Oei, mijn kind puzzelt niet. Wat nu?

En zodoende, botsen we tegen onze eigen grenzen, en die van onze kinderen. Kinderen geraken, samen met hun ouders, overprikkeld, overstressed, het is gewoon teveel! En dan moeten we daar oplossingen voor zoeken, en doen we nog een schepje bovenop de verwachtingen. Want een kind dat gilt, tiert, slaat, dat kan toch ook niet. Integendeel. We willen nog steeds rustige, volgzame kinderen eigenlijk. En tonen aan de buitenwereld, hoe goed we het allemaal voor elkaar hebben.

Vergeet wat je weet… ontdek wat je voelt.

Hoe zou het zijn, moesten we eens alles vergeten? Vergeet alles wat je weet over “een goede moeder zijn”. En draai alles eens om. Begin “achteraan”. Begin met die emoties, hoe ga je om met boosheid? Want kan je nu doen, als je verdrietig bent? Verminder prikkels drastisch, en leer omgaan met weinig prikkels, en dan pas met veel prikkels.

Emoties zitten in ons zoogdierenbrein. Je mag erover nadenken tot je een ons weegt, ze gaan er altijd zijn, en met ratio kan je juist niets oplossen. Eenmaal je zoogdierenbrein geactiveerd wordt, of nog erger, je reptielenbrein, is al de ratio zoek. Is je kind niet meer bereikbaar, niet meer vatbaar voor communicatie.

Laten we daar beginnen, en de rest (even) vergeten, tot er ruimte is voor de rest. Als er ruimte is, kan je terug gaan voelen. Ontdekken wat nu echt belangrijk is. Eerder niet.

Pas vanuit rust, kan je verder.

Dus, wanneer ben je een goede moeder, in 2018?

Volgens mij ben je een goede moeder, als je zelf werkt aan het regelen van je emoties. Zodat je zelf je boosheid en je verdriet kan (h) erkennen, en constructief kan uiten. Pas dan, kan je de emoties van je kind gaan (h) erkennen en je kind ermee leren om gaan. Pas dan, kan je je kind iets leren over grenzen, eigenwaarde, geluk, en omgaan met prikkels.

En dat is wat onze maatschappij nodig heeft. Moeders die hun kinderen leren om veel eigenwaarde te hebben, veel zelfvertrouwen. Assertiviteit en respect voor anderen. Zodat kinderen hun grenzen kunnen aangeven, en leren omgaan met prikkels.

Zodat ze gelukkig kunnen zijn.

Dit artikel werd voor het eerst gepubliceerd bij Nieuwetijdskind.

Wil je meer halen uit het leven met je kind? Vraag een gratis kennismakingsgesprek.

5 signalen dat het hoog tijd is om te stoppen (waar je mee bezig bent)

tijd om te stoppen

Over durven stoppen.

Je kent het vast wel… doordoen, doorhollen, nog eventjes en het is vakantie! Dan hoeven we niet op tijd op school te zijn en kan het wat rustiger aan… Intussen blijven de to-do’s zich opstapelen, ben je aan het dweilen met de kraan open, is het druk, … Maar ja, toch nog maar even doordoen hé, niet?

Hieronder vind je vijf belangrijke signalen. Merk je er eentje van, sta dan even stil bij hoe het nu echt met je gaat. Merk je er drie of vier van, trek dan gerust aan de alarmbel, en laat alles even voor wat het is. Zoals ik ook deed, de afgelopen week. Het was echt nodig. Ik wilde wachten tot de vakantie, maar als ik eerlijk was met mezelf, dan kon het niet meer wachten. Toch niet wilde ik mezelf er ook snel weer bovenop krijgen.

Je voelt je moe

Dat is een open deur intrappen, hoor ik je zeggen. Maar hoe reageer jij eigenlijk, als je je moe voelt? Neem je de rust die je nodig hebt, of steek je een tandje bij?

Je hebt rugpijn

Rugpijn is een belangrijk stressignaal. Hoe lager de pijn zit, hoe chronischer waarschijnlijk je stress. Heb je een drukke dag gehad op het werk, dan voel je vaak de pijn in je schouders of in je nek. Heb je iedere dag wel stress, neem je onvoldoende actie om te stress aan te pakken, dan kan je dat voelen in je onderrug. Wanneer je wel vaker last hebt van pijn in je onderrug, is het dus zeker een goed idee om te kijken naar onderliggende oorzaken van je stressgevoel… misschien moet er écht iets veranderen?

Je voelt je overweldigd door kleine dingen

Het is druk op je werk en het gaat niet zo geweldig met je partner. Maar je lijkt het wel te bolwerken allemaal. Tot je jezelf eraan herinnert dat je ook nog eens met je kind naar de tandarts moet, het hoog tijd is om boodschappen te doen, je je kind morgen een rugzakje moet meegeven in plaats van een boekentas (uitstap), en je ook nog eens moet bellen voor de wasmachine te laten maken. Help! De stoppen slaan door, ogenschijnlijk voor kleine dingen. Wat is er aan de hand?

Je kind doet vervelend

Oh wat een mooie spiegel. 😉 Wanneer jij het erg druk bent, en je moe voelt, dan gaat je kind waarschijnlijk nog veel meer dwarsliggen. Want die pikken dat op. Hoe mooi zou het zijn, als onze jonge kinderen empatisch rekening zouden houden met ons? We zouden minder groeien als ouder, dat staat vast.

Je doet vervelend terug

Auw. Waar is je mooie voorraad geduld naartoe? Weg. Helemaal weg, en je lijkt ‘t effe niet terug te vinden. Dus doe je maar vervelend terug, en kruip je lekker in die negatieve spiraal. Hoe langer je erin zit, hoe moeilijker het is om eruit te geraken…

Durf jij stoppen? 

Dat is nu de volgende vraag. Stoppen waar je mee bezig bent, vraagt moed. Veel moed. Misschien heb je genoeg aan een half uurtje mediteren. Of een halve dag zetelhangen. Misschien is het nodig om een paar weken vrij te vragen aan de dokter, van je werk. Misschien voel je vanbinnen, dat je eigenlijk en hele andere weg op moet gaan, wil je dit ooit oplossen.

Mama’s vragen me wel eens, ik wil zo graag een ander leven, maar hoe begin ik er nu aan? Ik antwoord dan meestal (in veel of weinig woorden, al naargelang): eerst stoppen. Dan kijken waar je staat (moeilijk, want confronterend). Vervolgens kijken waar je naartoe wil (moeilijk, want dat is durven dromen). En dan pas, kan je stappen zetten in de goede richting, op een constructieve manier.

Durf jij stoppen? Zo bijvoorbeeld een half uur ergens gaan zitten, staking, helemaal niets doen? Een half uur stoppen, wachten, voor je uit kijken? Durf je dat?

Durf je nog niet maar wil je wel graag proberen? Vraag een gratis kennismaking aan, en we bekijken samen wat je tegenhoudt. Zodat ook jij kan springen naar een nieuw leven.

Straatje vanzelf

straatje vanzelf

Een mama vertelt… Mijn kind doet vervelend, lastig of boos. Eerst kan ik nog rustig blijven, maar daarna begin ik altijd te roepen. Dat gaat vanzelf. Soms lukt het me om langer rustig te blijven. Ik weet hoe belangrijk dat is, rustig blijven. Maar ik eindig altijd in roepen. Dat gaat vanzelf. Ik kan er niets aan doen. Ik wil graag stoppen met roepen, maar ik weet niet hoe…

Straatje vanzelf

Haja, zeg ik dan. Straatje vanzelf, noem ik dat. In de opvoeding van onze kindjes (en bij uitbreiding in het leven eigenlijk), zijn er altijd dingen die vanzelf gaan. Goede dingen, maar ook minder goede dingen die we niet willen, zoals bijvoorbeeld roepen, of boos gaan doen.

Wat vanzelf gaat, is wat jij geleerd hebt als kind. Geleerd, uit de voorbeelden van rolmodellen die je had. Of geleerd uit ervaring, omdat je als kind merkte dat sommige reacties van jou je meer beschermden dan andere.

Misschien had je een vader, die veel riep, omdat hij niet wist hoe hij op een andere manier tot je kon doordringen. Of omdat hij zelf niet omkon met zijn emoties.

Misschien leerde je zelf in een conflict om te zwijgen, en je terug te trekken… als kind lijkt dat een veilige strategie om te ontsnappen aan de negatieve kantjes van de (meestal goedbedoelde) opvoeding van je ouders. Vandaag, als volwassene, ga je dan nog steeds in een conflict (met je kind, maar misschien ook met je partner, je baas, …) je in eerste instantie terugtrekken en zwijgen: je probeert alleen maar rustig te blijven. Zo lang mogelijk! Tot dat niet meer lukt, de druk af de ketel moet, en je gaat roepen of boos doen.

Het nieuwe pad inslaan voor bijvoorbeeld roepen

Het gaat er dus niet om dat je probeert om niet meer te roepen. Om het roepen (of wat het bij jou dan ook is) uit te stellen of om er mee te stoppen. Waar het wel om gaat, dat is om je focus te verleggen, weg van roepen. Om bewust alternatieven te gaan bedenken én die ook uit te voeren. Wanneer je vervolgens bewust kiest voor een alternatief, dan kies je bewust je nieuwe pad. Op dat moment, ben je (even) weg uit straatje vanzelf.

Wat kan je nu zoal doen, in plaats van roepen (om maar even bij ons voorbeeld te blijven)?

Bedenk eerst even hoeveel energie er meespeelt. In ons voorbeeld gaat het over roepen. Daar zit best wat kracht achter. Kan heftig zijn ook. Veel energie dus. Kies dan als alternatief iets dat veel energie vraagt. Iets waarbij je niet hoeft na te denken. Misschien iets repetitiefs. De living krachtig vegen bijvoorbeeld, is iets dat voor mij werkt (een stofzuiger komt hier niet binnen ;-)).

Een nieuw straatje vanzelf maken voor jezelf

Hoe zou het zijn, moest dat nieuwe pad dat je koos, helemaal vanzelf gaan? Schitterend toch? Dat willen we allemaal wel! En velen onder ons proberen, en velen onder ons geven op, want het nieuwe pad lijkt niet te werken. Het lijkt smal, met struiken, wortels en doorns onderweg. Waardoor je struikelt, valt, je soms pijn doet, je weer moet recht krabbelen enzovoorts. En dan lijkt dat oude straatje vanzelf toch weer even fijn en makkelijk…

Maar kijk, in alle eerlijkheid, zo gaat dat, met nieuwe paden maken. Die zijn in het begin bezaaid met obstakels en nauw en smal en moeilijk. Misschien stel je vast, dat als je gaat vegen bijvoorbeeld, in plaats van roepen, dat je een blik kan werpen in jezelf, die je misschien niet zo fijn vind. Misschien vind je er frustratie en verdriet, omdat het je nog niet lukt je kind op een aangename manier te laten luisteren. Of misschien vind je er een nieuw inzicht, dat best even moeilijk is.

Wees daarom lief en geduldig met jezelf. Nieuwe paden, maak je niet zomaar even. Nieuwe paden maken, is niet alleen maar wennen aan nieuwe dingen doen. Het is ook obstakels opruimen, oftewel bagage van vroeger. Zowel het wennen als het opruimen, vraagt energie.

10 dagen duurt het, om te weten of dat nieuwe ding dat je nu doet in plaats van roepen, enigszins goed voelt en of het helpend zou kunnen zijn in de toekomst, eenmaal je eraan gewend bent. Na 10 dagen ben je er echt nog niet aan gewend, dat vraagt meer tijd.

30 dagen duurt het, om van het nieuwe ding een beetje een gewoonte te maken.

66 dagen duurt het, om het nieuwe pad vertrouwd te maken in je hersenen.

100 dagen duurt het, vooraleer dat nieuwe pad zo ongeveer de afmetingen begint te krijgen van je oude straatje vanzelf. Wat op zich eigenlijk nog vrij snel is, want op je oude straatje vanzelf, heb je misschien wel jaren gelopen…

Don’t break the chain

Weet je nog, toen je als kind met een bal naar elkaar gooide, en de bal mocht niet op de grond komen? De eerste keer, kon je maar één keer naar mekaar gooien. De tweede keer misschien drie keer. De derde keer misschien al tien keer. Het leukste van het spel, was niet het gooien met de bal, maar het breken van je record.

Dit principe kan je toepassen om van je nieuw pad je nieuw straatje vanzelf van te maken. Want als jij 100 dagen lang, gaat vegen telkens je de neiging voelt om te gaan roepen, dan weet je dat het nieuwe straatje vanzelf gemaakt is. Het enige wat je hoeft te doen, is 100 dagen lang eraan denken, dat je gaat vegen in plaats van roepen.

Je kan een kalender gebruiken, en iedere dag dat je niet geroepen hebt maar geveegd, afstrepen. Of een blad papier met 100 bolletjes die je omcirkelt. Maakt niet uit. Het geeft niet als je af en toe eens een dag niet kan afstrepen. Als je toch geroepen hebt. Want je gaat merken, door het bij te houden, dat je zin krijgt om je record te breken. Yes! 10 Dagen na mekaar niet geroepen! Vorige keer kon ik maar 3 dagen na mekaar niet roepen… op naar 20! En later op naar 100.

Straatjes vanzelf maken voor je kinderen

Dit is misschien nog wel het mooiste van al… Herinner je van in het begin van dit artikel: wat je zelf meekreeg van thuis, dat gaat vanzelf.

Dus hoe zou het zijn, als jouw kind later, kon starten aan de opvoeding van zijn of haar eigen kinderen, met heel erg veel positieve en fijne straatjes vanzelf? Hoeveel makkelijker, positiever, en rijker zou het leven van je kind zijn?

Veel mensen sparen centjes, zodat hun kinderen later bij het volwassen worden “het makkelijker zouden hebben”. Financieel dan. We willen graag dat onze kinderen het “makkelijker” hebben dan wij. En daar hoort opruimen ook bij. Je eigen bagage opruimen, in plaats van door te geven. Dat is ook nieuwe straatjes vanzelf maken. Zodat jouw kind, jouw bagage niet meer hoeft mee te sleuren.

Te moeilijk?

Denk je nu nog steeds dat verandering te moeilijk is? Of kan je het al beter behappen? Wat het ook is… je hebt het in je om te veranderen. Het enige wat je hoeft te doen is:

  • beslissen waar je mee wil stoppen
  • iets anders, meer helpend in de plaats gaan doen
  • dit 100 dagen volhouden (tip: gebruik de don’t break the chain methode)
  • tijdens die 100 dagen eventuele obstakels durven zien én ze opruimen

Motiveer jezelf, door te weten dat deze verandering die je nu doorvoert, niet alleen helpend is voor jezelf en voor je kinderen, maar ook voor je kleinkinderen en de generaties daarachter.

Wil jij ook een nieuw pad inslaan, en kan je daarbij ondersteuning gebruiken? Vraag een gratis kennismaking aan. Want er ligt altijd een nieuw pad voor je klaar ergens. Je hoeft het alleen maar te zien, en de beslissing te nemen dat je kiest voor dit nieuwe pad.

Wat als je kind het maar niet leert?

het topje van de ijsberg, zo leert je kind het echt

Je wil je kind allerlei leren. ‘s Morgens er zelf aan denken dat er een jas moet aangedaan worden bijvoorbeeld. Vanzelf naar boven gaan ‘s avonds, als je aangeeft dat het tijd is om te gaan slapen. Maar wat als je kind het niet leert, wat je ook probeert?

Je kind wil ‘s morgens nooit zijn jas aandoen.

En ‘t is altijd treuzelen, bij het naar bed gaan.

Je hebt je kind al extra aandacht gegeven, en je speelt heus in op zijn of haar behoeften, of je doet tenminste je best.

Je hebt al geleerd over communicatie, en daar wat aan veranderd. Je hebt je grens al op 101 manieren aangegeven (rustig, kordaat, boos, en alles daartussenin). Je hebt, bij het aangeven van je grenzen, alle zintuigen van je kind al aangesproken: je hebt dingen gezegd, getoond, … .

Maar je stelt vast, keer op keer opnieuw, dat hetzelfde gedoe maar blijft terugkomen. Om moedeloos van te worden. Het lijkt alsof je kind het maar niet leert. Hoe komt dat toch? En wat kan je er aan doen?

Het topje van de ijsberg

We weten allemaal dat bij een ijsberg, er maar een klein deeltje zichtbaar is. Het grootste deel van de ijsberg, zit onder water. Bij mensen (volwassenen en kinderen), is het precies hetzelfde. Het gedrag, zowel van ouder als van kind, is slechts het topje van de ijsberg. Er zit vanalles onder.

Het topje van de ijsberg, dat is het gedrag dat je vaststelt. Zowel het gedrag van je kind, als dat van jou.

Gedrag bij je kind is bijvoorbeeld:

  • treuzelen bij het slapen gaan
  • niet luisteren om aan tafel te komen
  • blijven spelen, ook als je zegt om ermee te stoppen, wat je ook doet, telkens opnieuw wordt je genegeerd…

Achter elk vervelend gedrag zit iets achter, al is het maar zoiets “simpel” als de sterke wil van je kind.

Gedrag bij jou is bijvoorbeeld:

  • roepen
  • zeuren

Wat je ook doet, keer op keer stel je vast, dat je vervalt in bijvoorbeeld eerst zeuren, en dan roepen.

Jij en je kind reageren ook op elkaar. En net zoals jullie op mekaar reageren, zo heeft ook wat er onder het oppervlak zit, bij jou, en bij je kind, met elkaar te maken.

Wanneer je keer op keer vaststelt, dat het gedoe (wat het ook is) altijd maar opnieuw en opnieuw en opnieuw terugkomt, en je komt er niet uit met rustig zijn en duidelijk zijn, dan is het tijd om te kijken wat er onder de oppervlakte van die ijsberg zit. Door dat aan te pakken, leert je kind het wel.

Onder de oppervlakte…

Hoe komt je daar nu achter, wat er onder de oppervlakte zit?

Als je je buikgevoel volgt, op een rustig moment als je zelf niet te moe bent, dan kan je vast al een hele hoop dingen bedenken.

Een kind dat treuzelt bij het naar boven gaan, heeft het misschien moeilijk om de dag af te ronden. Heeft misschien last van nachtmerries, en is bang om te gaan slapen. Misschien ziet je kind op tegen het delen van de aandacht in de badkamer, wanneer kleine zus geholpen wordt met omkleden, en je kind niet…

Een kind dat telkens opnieuw de grenzen opzoekt, heeft misschien meer structuur en duidelijkheid nodig. Of meer autonomie. Grenzen opzoeken is soms ook groot worden, hey, die grens mag best een beetje opgerokken worden, want ik ben nu groter. Het kan ook weer angst zijn, of de behoefte om ergens bij te horen. Een kind dat grenzen opzoekt, zoekt soms contact (op een moment dat jij misschien moe en afwezig bent).

Een kind kan boos zijn om 101 redenen.

Ouders die hun grenzen onduidelijk aangeven, zijn misschien verdrietig, omdat ze zich niet gesteund voelen door hun partner. Ze treden niet kordaat op, omdat ze voelen dat het nutteloos is. Ze voelen zich machteloos, en gefrustreerd, omdat het iedere dag opnieuw hetzelfde liedje is…

Zo leert je kind het wel!

Maak eens voor jezelf de volgende oefening:

Je tekent een ijsberg.

In of naast het topje, schrijf je het gedrag dat je merkt bij je kind, en bij jezelf. Merk op hoe jullie op mekaar reageren.

Onder het wateroppervlak, schrijf je wat er mogelijks onderliggend speelt. Zowel bij je kind, als bij jezelf.

Vervolgens stel je jezelf de volgende vragen, voor elk onderliggend “topic”:

  • Hoe kan ik dit oplossen?
  • Dit wil ik niet, wat wil ik wel in de plaats hiervan?
  • Hoe kan ik dit bereiken?
  • Wat moet mijn kind nog leren, om hier beter mee om te kunnen?
  • Wat moet ik nog leren?
  • Wat heb ik nodig, om dit op te lossen?

Op die manier, kom je tot een ander soort oplossingen, en is de kans veel groter dat je aan de slag gaat met oorzaken. Zo leert je kind het wel. En leer je het zelf ook. 😉

Succes!

Heb jij ook last van steeds maar weer hetzelfde gedoe, iedere dag opnieuw en opnieuw? Ben je klaar om een kijkje te nemen onder de oppervlakte? Vraag nu je gratis kennismaking aan!

1 goede reden om boos te worden op je kind

Foute redenen

Ouders worden boos op hun kinderen om verschillende redenen. Ze verliezen hun geduld, vaak omdat ze zelf moe zijn. Vanuit die vermoeidheid, worden ze boos. Een andere reden is, dat ze hun kind iets proberen te leren. Zoals dat hoort, als je een kind aan het opvoeden bent. Maar om de een of andere reden, heeft het kind, ondanks alle verwoede pogingen, het nog steeds niet geleerd. En dus voelt de ouder zich machteloos, of gefrustreerd. Ook van daaruit komt er boosheid.

Zelf moe zijn, je geduld verliezen, je machteloos voelen of gefrustreerd zijn, zijn allemaal zaken die je als ouder zelf kan aanpakken. Elke conflictsituatie heeft een stukje dat bij het kind hoort, en een stukje dat bij de ouder hoort (ruzie maken doe je nooit alleen). En in het geval van moe zijn, je geduld verliezen, je machteloos voelen of gefrustreerd zijn, ligt een heel groot stuk van het conflict bij jezelf. Je kan hier zelf mee aan de slag. Bijvoorbeeld door beter voor jezelf te gaan zorgen (uiteindelijk is dit toch beter voor je kind). Door minder hooi op je vork te nemen. Door te kijken, op welke andere manier je je kind kan leren wat je vindt dat er geleerd dient te worden. Doordat je andere manieren ontdekt, kan je weer verder, en verdwijnt je gevoel van machteloosheid en frustratie als sneeuw voor de zon.

Misschien voel je me nu al aankomen, en ja, inderdaad, bovenstaande redenen zijn geen “goede” redenen om boos te worden op je kind. “Niet goed” als in niet helpend. En zolang jij ijzersterk in je schoenen staat, is er waarschijnlijk geen enkele goede reden om boos te worden op je jonge kind. Maar we staan niet altijd ijzersterk in onze schoenen. En daarom… is er misschien toch een goede reden om boos te zijn.

Maar eerst even kijken naar die boosheid, wat is het nut van deze emotie?

Waarvoor dient boos zijn eigenlijk?

We doen boosheid vaak af als iets negatiefs. We zijn niet graag boos. Onze maatschappij heeft het moeilijk, met boze volwassenen en met boze kinderen. Nog steeds krijgen we vaak de boodschap dat boos zijn niet mag.

Nu ben ik er vrijwel zeker van dat jij je kind wél leert, dat boos zijn mag. Omdat je al weet dat boosheid bij het leven hoort. Je kind zal het dus sowieso ervaren. En daarom is het belangrijk hoe je kind ermee leert omgaan.

Hoe komt dat nu, dat boosheid bij het leven hoort? Waarvoor dient boosheid eigenlijk?

Boosheid heeft heel erg veel met grenzen te maken. Boos zijn, geeft je de energie die je nodig hebt om voor jezelf op te komen, als iemand over je grenzen heen gaat. De emotie geeft je kracht, om je grenzen te verdedigen, met hand en tand als dat nodig is. Boos kunnen zijn, zorgt ervoor dat niet iedereen zomaar met jou kan doen wat ze willen.

Wanneer voelen mensen nu de neiging om een grens aan te geven?

  1. Als je iets moet doen, wat je echt niet wil, wat volgens jou niet klopt, waar je om de een of andere reden veel weerstand tegen hebt.
  2. Als iemand zich gedraagt tegen jou op een manier die jou pijn doet, lichamelijk of emotioneel.

Je kind geeft ook grenzen aan (maar moet vaak nog leren hoe dit constructief en helpend kan, veel ouders hebben dit ook nog niet geleerd). Je kind zal vaak vanuit het eerste standpunt reageren, je kind moet iets doen wat hij of zij niet wil, er is weerstand, en van daaruit gaat je kind grenzen aangeven door bijvoorbeeld agressief te worden, te gaan schoppen, slaan, of schelden.

Volwassenen hebben vaker wel al geleerd dat je soms ook iets moet doen als je er geen zin in hebt. Meestal voelen zij de behoefte om een grens aan te geven als (bijvoorbeeld) een kind gedrag stelt dat niet aanvaard kan worden, of dat pijn doet.

Of kort gezegd, als je kind je schopt, is het logisch en natuurlijk dat je boos wordt. Boos kunnen zijn is daarvoor gemaakt, om jezelf te kunnen verdedigen.

Boos zijn en grenzen geven, hebben dus heel erg veel met elkaar te maken.

1 goede reden om boos te worden op je kind

Het kadertje waarbinnen we willen opvoeden, is gemaakt van grenzen. Het is de taak van kinderen om grenzen op te zoeken, te ontdekken, en er tegen te duwen. Zo maken ze gaandeweg hun kader groter, en krijgen ze meer verantwoordelijkheid. Ouders en kinderen groeien samen, tot kinderen het alleen kunnen, en zichzelf kunnen begrenzen om veilig te blijven. Dan zijn ze volwassen.

Tot dan, is het de taak van de ouders om een veilig kader van grenzen te maken, zodat een kind veilig kan opgroeien. Dus nee, je mag niet alleen op straat, er rijden auto’s en dat is gevaarlijk.

Eén goede reden om boos te worden op je kind, is dan ook om aan te geven dat je kind nu echt wel over je grenzen heen gaat. De niet constructieve manier, die ken je waarschijnlijk al. Je gaat roepen, schreeuwen, stampen, straffen (want je hebt het helemaal gehad).

Hoe kan het nu constructiever?

Constructief boos zijn

Constructief boos zijn, betekent dat je geen dingen zegt die je niet meent, of waar je nadien spijt van krijgt. Het is ook helpend. Je geeft een oplossing. Je kind kan er wat mee. We weten ook samen met onze kinderen naar oplossingen zoeken beter is, maar ga hier niet te ver in. Wanneer je boos bent, is het niet het moment daarvoor. Vul gerust zelf een oplossing in, en geef die aan je kind.

Constructief boos zijn vraagt ook dat je deze emotie in de hand hebt. Jij gebruikt je boosheid immers om er iets mee te bereiken. Dus is het nodig, dat je er goed mee om kan gaan. Leer jezelf wat je kan doen als je boos bent, om die energie te kanaliseren.

Je gedachten spelen een belangrijke rol. Je wil namelijk een grens trekken op het moment dat het ongewenste gedrag zich stelt, niet als je denkt dat het gedrag zich zo meteen gaat stellen. Sommige ouders worden al boos “op voorhand”. Het zijn dan je gedachten die je boos maken. Dit helpt niet.

“Je bent hier gewoon echt niet goed in”, is misschien wel waar, en je kan het vast heel erg rustig zeggen, misschien is het zelfs troostend bedoeld, maar je helpt je kind er niet mee.

Sta er even bij stil, als je boosheid constructief gebruikt in het aangeven van grenzen bij je kind. Wat wil je bereiken?

Je wil bereiken dat je grens gerespecteerd wordt. EN je wil ook bereiken, dat je in de toekomst niet meer boos gaat moeten worden om je grens te laten respecteren. Gebruik dit trapje, in je hoofd:

  1. Rustig. Geef rustig je grens aan. Vertel wat kan en wat niet kan, als daar ruimte voor is, leg je de grens kort uit. Vertel je kind wat het voordeel is voor je kind, als de grens gerespecteerd word. Jonge kinderen zijn nu eenmaal egocentrisch ingesteld.
  2. Kordaat. Zet je boodschap kracht bij. Gebruik je stem en lichaamshouding. Dit is assertief zijn.
  3. Word gerust boos. Geef een (logisch) gevolg aan het gedrag en zorg ervoor dat het gevolg nageleefd wordt. Blijf constructief en helpend, dit wil zeggen dat je geen nare dingen zegt (het soort dat je niet meent of waar je achteraf spijt van krijgt), en dat het logische gevolg een oplossing is voor het gedrag dat zich stelde.
  4. Rustig. Na je boosheid, neem je de tijd om zelf opnieuw tot rust te komen. Geef je kind ook die ruimte. Even niet bij elkaar zijn nu, is prima.
  5. Verbinding. Neem even tijd met je kind, om uit te leggen waarom je boos werd. Hou je gevoel daarover bij jezelf (ik-boodschap). Luister ook naar je kind en diens ervaring van jouw boosheid.

Wat je wil bereiken, is dat jouw grenzen zoveel mogelijk, gerespecteerd worden “als vanzelf”, terwijl jij lekker op de onderste tree blijft, en niet naar boven hoeft te klimmen.

Jouw grenzen zullen het meest “als vanzelf” gerespecteerd worden, wanneer jij:

  1. Veel zelfvertrouwen hebt
  2. Goed voor jezelf zorgt
  3. Zelf in evenwicht bent (rust vinden én een leuke uitdaging hebben in het leven)
  4. Bewust je stem en je lichaam inzet om je woorden kracht bij te zetten

Maar tot het zover is, mag je gerust af en toe eens lekker boos worden. Om op te komen voor jezelf, en je eigen grenzen te verdedigen. Op een constructieve, helpende manier.

Meer weten?

Wil jij graag ontdekken hoe jij je boosheid constructief in kan zetten om grenzen aan te geven? Dit is jouw sleutel naar het positief omgaan met je temperamentvolle kind zonder straffen.

Want een temperamentvol kind, zal altijd stevig duwen tegen de randen van het opvoedkadertje. Dus heb je stevige randen nodig, om een gevoel van veiligheid en geborgenheid te creëren bij je kind. En zal je af en toe eens flink moeten terugduwen.

Ontdek hoe jij:

  1. Meer zelfvertrouwen krijgt
  2. Beter voor jezelf kan zorgen
  3. Opnieuw in evenwicht komt
  4. Bewust je stem en lichaam in kan zetten om je woorden kracht bij te zetten

Zodat je rustig doch zelfverzekerd, constructief en helpend, grenzen kan geven aan je kind.

Vraag nu een gratis kennismakingsgesprek aan.

Weerstand en consequent zijn

Deze mama schrijft: ik merk bij mijn dochtertje van 4,5 veel weerstand. Als ze in haar hoofd heeft dat ze iets niet kan, iets niet lust, … dan is het heel moeilijk om haar op andere gedachten te brengen. Ik heb het gevoel dat ze daardoor leuke dingen mist. Consequent zijn vind ik erg vermoeiend, immers hoe meer ik aandring, hoe slechter het lijkt te gaan. Ik ben zoekende in hoe hiermee om te gaan.

Wat je je kind kan geven om meer medewerking te krijgen

Het is voor een jong kind allesbehalve gemakkelijk om te begrijpen dat sommige dingen nu eenmaal moeten (volgens hun ouders althans). Dagdagelijkse dingen zoals aankleden, tanden poetsen, naar het toilet gaan, haren wassen, … kunnen dan een strijd worden. Je krijgt geen medewerking.

Wat kan jij als ouder hier nu aan doen?

Geef tijd, wanneer het kan.

Stel je voor. Je bent net met een online betaling bezig. Dat zit al een hele dag in je hoofd dat je dat nog moest doen, en ja, nu eindelijk, vijf minuten tijd om dat even in orde te brengen. Net als je bezig bent met dat bakje waar je die cijfertjes moet intikken, roept je partner “schat, het eten is klaar, kom je aan tafel?” Je antwoordt “ja, zo meteen, nog even, ben bijna klaar”. Je probeert je terug te focussen op de cijfertjes, maar je moet opnieuw beginnen want waar was je ook alweer gebleven? Je partner roept opnieuw “schat, eten, het wordt koud”! Daar gaat je opnieuw gevonden focus alweer. Je verliest je geduld… potverdorie, kan die nu eens geen vijf minuten wachten?! “Ik zei toch al dat ik zo kom, stop met mij te roepen!!!” Waarop je partner boos reageert “het is ook altijd hetzelfde met jou, je komt NOOIT als ik je roep”!

Hmmm… Je partner zal dat hopelijk nooit zo tegen jou zeggen, maar jij misschien wel tegen je kind? Vervang nu jezelf door je kind, en de online betaling door een spel. Het scenario “aan tafel komen” kan je vervangen door allerlei dat jij vindt dat moet op dat ogenblik. Hoe vaak maakt je kind dit soort scenario’s mee? Hoe had je gewenst, dat je partner jou had behandeld? Behandel jij je kind, zoals je zelf behandeld zou willen worden?

Als je je kind geen vijf minuten tijd kan geven om een spel af te ronden, dan is er misschien een structureel probleem, dat wacht op een oplossing. Door tijd te geven aan je kind, wanneer dat kan, creëer je medewerking.

Geef keuze, wanneer het kan.

Maak jij je haren nat, of ik? De blauwe broek, of de groene?

Vele ouders kennen deze tactiek al, en weten dat je, door keuzes te geven aan je kind, je meer medewerking krijgt. Maar wat zijn nu de valkuilen? Of hoe komt het vaak dat dit toch niet werkt?

  • je kind is al “te ver heen” in zijn of haar emotie, en kan niet meer rationeel beslissen
  • je geeft te veel keuzes
  • je geeft te vaak keuzes
  • je kind heeft geen zicht op de gevolgen van zijn of haar keuze

Kinderen kiezen doorgaans met hun gevoel. Volwassenen ook, maar wij hebben geleerd om naast dat gevoel een hoop rationele zin (en onzin) te plaatsen. Je kind heeft dit nog niet geleerd, dus aan jou om als ouder inderdaad uit te leggen dat je lievelingsshort aandoen als het sneeuwt, niet zo een goed idee is. Maal 1000, want emotie wint altijd van rationeel denken. Als je kind er klaar voor is, kan je ervoor kiezen om je kind de logische gevolgen te laten dragen van een bepaalde keuze (want dat gevolg brengt weer emotie met zich mee). Dat is heel leerrijk, en zal je kind helpen om “goed” te leren kiezen.

Geef grenzen zonder schuldgevoel.

Wanneer je je kind een grens wil geven, hoe past dat dan in je hoofd en in je hart? Is het van “oké, ik snap het echt wel, je wil graag op je gemakje kijken welke schoenen het beste bij je jurk passen, maar we moeten nu echt gaan, anders zijn we te laat op school” (en niets meer dan dat)? Of is het van “dat rotwerk van mij ook, altijd dat haasten iedere dag, ik ben het zo beu, ik kan mijn dochter niet eens twee minuten tijd geven om haar schoenen uit te kiezen… wat een slechte moeder ben ik toch…. zo meteen zijn we alweer te laat, en heb ik weer gefaald”. Krijg je wel medewerking van jezelf, of werk je jezelf tegen?

Geef je kind gerust liefdevol een grens… en let eens op “echo’s in je hoofd”. Hoe meer echo’s, hoe minder efficiënt het aangeven van de grens zal verlopen. Grenzen geven veiligheid, er iets niets mis met liefdevol grenzen geven om de juiste redenen.

Geef je ego eens af.

Jij bent de ouder, dus jij bent de baas, toch? Jij weet het het beste? Misschien ja, maar misschien ook niet. Geef je kind eens het laatste woord. Laat je kind eens beslissen, welk spel er gespeeld wordt. Zonder dat je gaat sturen. Laat je kind eens kiezen, wat, waar, wanneer er gegeten wordt. Draai de rollen eens om, en laat je kind eens “de baas zijn”.

Kinderen moeten al zoveel in deze tijd… verlos ze af en toe eens van al dat moeten, het gehoorzamen, en al die verwachtingen. Minder moeten, creëert meer medewerking wanneer het moeten dan toch eens nodig is.

Wat ga jij doen, met dit artikel? Wegklikken en vergeten? Of toepassen? Wat is dat ene dingetje dat je aansprak, dat ene dingetje waarvan je dacht “goh, ja, eigenlijk …”. Schrijf het hieronder neer, en ga ermee aan de slag!

Dit artikel werd voor het eerst gepubliceerd bij Nieuwetijdskind.

Radeloos: wanneer niets lijkt te werken…

Radeloos zoekende, doe je alles wat er in de boekjes staat. Je cijfert jezelf weg, zet jezelf even aan de kant, want ja, het is je kind, en je kind heeft duidelijk hulp nodig. Je vraagt het eens aan de juf of de verzorgster in de kribbe. Aan een familielid of een vriendin. Aan de huisarts.

Ze weten het ook niet.

Je blijft zoeken en proberen. Maar je kind blijft heel erg boos. Heel erg verdrietig. Heel erg bang. In het beste geval krijg je te horen dat het een fase is, en dat jullie het maar moeten uitzitten. Wat?!

Een stemmetje in je hoofd zegt dat je niets meer kan doen. Dat je er alleen nog maar kan zijn voor je kind. Tijdens de dag… en tijdens de nacht (maar daar lukt het al heel wat minder, je bent zo moe…).

Veel ouders voelen zich radeloos over de opvoeding van hun kind. Ze voelen zich wanhopig. Niks lijkt te werken.

Wat kan je doen als je alles al gedaan hebt?

 Creëer overzicht

Maak een lijstje met als titel het gedrag, de emotie, of de situatie waar het om gaat. Probeer dit zo concreet mogelijk te maken. Wanneer doet het gedrag, de emotie, de situatie zich voor? Wanneer is het beter?

Daaronder schrijf je wat je al allemaal geprobeerd hebt. Schrijf erbij hoe je daarbij kwam. Kwam het idee van jou, of van iemand anders? Van wie?

Vraag je vervolgens af, of de persoon die je deze oplossing gaf, voldoende kennis bezit over de materie. Is de juf, die met een stickersysteem werkt in de klas, omdat de kinderen anders niet luisteren, wel de juiste persoon om opvoedadvies te geven over jullie situatie thuis?

Waarschijnlijk ga je merken dat je dat “alles” wat je al geprobeerd hebt, kan terugbrengen tot een handvol oplossingen, deels aangeboden door mensen die waarschijnlijk buiten hun expertise domein gaan.

En dus is “alles” misschien toch niet “alles”. Bye-bye radeloos, want misschien is er toch iets dat je over het hoofd zag?

Neem afstand

Niet van je kind natuurlijk 😉 maar van het probleem. Stel je voor, dat je naar een televisieprogramma kijkt, dat gaat over een gezin, en hey, die mensen in dat gezin, lijken precies op jouw gezin! En de problemen die ze hebben, lijken precies op die van jou!

Wat zie jij, kijkend naar je televisie, dat het gezin IN de televisie, niet ziet?

Misschien geeft afstand je een inzicht. Bye-bye radeloos. Je kan weer verder.

Stap uit je huidig denkkader

Opvoedland staat bol van algemene oplossingen. Die vaak werken maar even vaak ook niet. Wees niet bang om je gevoel te volgen. En als iedereen naar rechts gaat, moet jij misschien links eens proberen.

Je was radeloos, omdat je eigenlijk die ene oplossing die je al had bedacht, niet durfde proberen. Misschien was je bang voor wat anderen ervan zouden denken… Is angst een goede raadgever? Meestal niet. Naar links dus. Bye-bye radeloos.

Zoek hulp!

Je hoeft geen gigantisch onoverkomelijk probleem te hebben om hulp in te schakelen. Integendeel. Kleine problemen zijn sneller op te lossen dan grote.

Waarschijnlijk heb jij een “niets lijkt te werken probleem” met je kind, anders had je niet tot hier gelezen. Dus zeg eens eerlijk, op zijn minst voor jezelf, wat houd je tegen?

  • Kan Helga ons wel helpen? Misschien… wie weet… Waarschijnlijk wel, maar je kan het alleen echt helemaal zeker weten als je het probeert natuurlijk. Dus misschien is dit gewoon even dapper zijn? Als ik je (nog) niet kan helpen, dan verwijs ik je door.
  • Kostprijs? Ik maak niemand zijn financieel plaatje. Maar als een mama mij vertelt dat ze liever gitaarlessen neemt voor haar al overprikkeld kind dan een coachingssessie, dan bloedt mijn hart, dan verzeker ik je. Begeleiding kan vanaf 25 € (in de community, dus online in groep). Of vanaf 20 €, als je de oplaadmomenten meetelt (daar kan je ook vragen stellen). En ja, dat is geen één op één begeleiding. Daarvoor investeer je minimum 75 €. Ik heb nog nooit iemand gehad die spijt had van de investering. Wel al mensen die me zeiden dat ik mijn prijzen dringend moest verhogen, wegens zo waardevol.
  • Past Helga haar visie wel bij die van ons? Iedere ouder wil opvoeden zonder straffen en zonder beloningssystemen. Iedere ouder wil dat diep vanbinnen. Meer velen geloven er niet in. Wel, ik toon je die weg. Praktisch en stap voor stap.
  • Gaat het wel klikken? Ik kan nog wel even doorgaan zo… en ik hoor trouwens graag wat jou tegenhoudt, als jouw reden hier nog niet vermeld staat. Je kan jou reden hieronder neerschrijven.

Hoe het ook zij, daarvoor dient de gratis kennismaking. Voor alles wat je tegenhoudt. Die stap zetten naar begeleiding voor jezelf, of voor je kind, is niet gemakkelijk. Daarom kan je kennismaken, zonder risico, op mijn kosten.

5 tips om je kind te helpen omgaan met boosheid

Is jouw ongelofelijk lieve kind ook wel eens boos? Ja, natuurlijk. Boos zijn mag, en het hoort erbij. Maar toch… makkelijk is anders, als je kind daar staat te roepen, brullen, schreeuwen en misschien ook wel schoppen, slaan en bijten. Wat dan? Een paar tips.

Tip 1: Boos zijn is oké.

Er zijn redenen genoeg om boos te zijn. Een kind kan boos zijn omwille van de ontlading van de dag. Een kind kan boos zijn, omdat hij of zij andere plannen had dan jij. Een kind kan boos zijn, omdat iets niet lukt. Omdat een broertje of zusje niet doet wat verwacht werd.

Redenen genoeg, en ze zijn allemaal oké. Want een gevoel is altijd juist. Je kind kan niets aanvangen met “dit toch geen reden is om boos te zijn” of “dat is toch niet erg”. Want boos zijn mag en is oké. Het is vrijwel altijd de manier waarop die niet oké is.

Tip 2: Toon respect voor je kind en diens leefwereld

Hoe “erg” iets is, hangt er maar vanaf hoe je die gebeurtenis rangschikt op je schaal van ergheid voor gebeurtenissen. Als volwassene heb je meer levenswijsheid, meer bagage, en kan je dingen dus beter kaderen. Je hebt geleerd om mededogen te hebben en geduld met anderen. Je weet dat zelfs de meest erge dingen, voorbij gaan.

Je kind weet dit allemaal niet. En daarom is het kwijt raken van een lievelingsknuffel echt wel het allerergste dat er ooit gebeurd is in het leven van je kind. Stel je het eens echt voor. Het ergste wat je ooit is overkomen. Niet weten of het ooit weer goed komt.

Die boosheid, die mag er echt wel zijn. Je kind zal zijn of haar redenen wel hebben, ook al zijn die voor jou nog niet helemaal duidelijk. Het maakt helemaal niet uit, hoe duidelijk het is voor jou. Want het gaat niet om jou. Als je collega boos is op de kapper, omdat haar kapsel mislukt is, dan toon je ook begrip, en heb je respect voor haar emotie, ook al vind jij dat dat kapsel wel meevalt.

Geef je kind hetzelfde respect, zoals je dat ook geeft aan andere volwassenen.

Tip 3: Grenzen geven veiligheid

Ja, het is oké om tegen je kind te zeggen dat je het gedrag “slaan” onaanvaardbaar vind. Vertel het met woorden, maar vooral met het geluid van je stem en met je lichaamstaal. Vertel het kordaat, op de moment zelf, en vooral vooral vooral ook rustig, nadien. Als de boze bui weg is, kom er even op terug, werk aan inzicht bij je kind, en zoek samen oplossingen, als je kind daar oud genoeg voor is. Is je kind nog niet oud genoeg, pas dan samen de alternatieve, aanvaardbare oplossingen toe. Doe het voor (ja, ook jij mag stampen op de grond :-)).

Tip 4: Pak overweldiging aan

Teveel is teveel. Mama zegt dat ik moet opruimen, maar waar beginnen? Wat moest ook alweer waar? Help!

Probeer heel duidelijk aan te geven wat je precies verwacht van je kind. Teveel informatie of verwachtingen tegelijk kan je kind doen ontploffen, zeker na een drukke dag. Probeer het eens stap voor stap, of doe alsof je kind een of twee jaar jonger is. Hoe zou je het dan aanpakken?

Tip 5: Wat deed je kind goed vandaag?

Bouwen aan het zelfvertrouwen van je kind, kan zeker en vast een invloed hebben op de hoeveelheid boosheid die er in je kind zit. Wanneer je kind beter in zijn of haar vel zit, is er meer geduld, en dus minder boosheid (hoe ben je zelf… ;-)).

Een makkelijke manier is om heel even, vijf minuutjes, tien minuutjes, te brainstormen met je kind, en samen minstens drie dingen te zoeken die je kind goed deed vandaag. De quality-time krijg je er gratis bij.

Dit waren alvast vijf tips die jij kan toepassen om je kind te helpen omgaan met boosheid. Kies een tip uit die bij jullie past, ga ermee aan de slag, laat hieronder weten hoe dat gaat.

Ken je nog een tip? Voel je vrij om hem te delen, ook in de comments hieronder.

Bedankt!