was successfully added to your cart.

Winkelmand

Category

blog

Gebroken koekjes … kippen of eieren?

ik geniet altijd zo hard mee van de stapjes van anderen

Gebroken koekjes. We kennen dat, denken we. Oh ja, dat is de ontlading van de dag, zegt onze nuchtere wijze (?) zelf.

‘t Moet er efkes uit.

Maar de theorie is toch vaak een stukje lastiger. Want ja …

Had je maar zelf voorzichtig die koek genomen en aan je kind gegeven.

Dan had je nu geen pijn aan je oren gehad, of wel?

Of had je maar die borst of fopspeen gegeven toen je tweejarige erom vroeg, want ja … wat was nu de behoefte? Zuigen, of ontladen?

Zo ook de vraag van deze slimme mama: “Vandaag huilde mijn dochter van twee (net gestart op school, het gaat daar goed en ze gaat graag) om haar fopspeen. Echt schreeuwen, een driftbui om u tegen te zeggen. Ik heb haar opgepakt, over haar rugje gestreeld en af en toe een zoentje gegeven. Na een tijdje heb ik melk verwarmd voor haar en die heeft ze uit het flesje gedronken als een baby (ze wou dat ik het flesje vasthield). Nadien wou ze een boekje lezen en spelen en heeft ze geen één keer meer gevraagd om de fopspeen.

Was de fopspeen dan het ‘broken cookie’ waartegen ze kon ontladen na een hele dag school?

Had ze niet écht nood aan de fopspeen maar nood aan ontladen?

Als ik haar de fopspeen wel had gegeven, had ze dan niet kunnen ontladen van de dag?

Dat de fopspeen het huilen wel stopt, maar dan is het verdriet er niet ‘uit’, klopt dat?

Had ik nu beter wel of geen melk gegeven?

Leert ze het zo wel?

Het voelt voor mij soms alsof ik de driftbui veroorzaak door haar de fopspeen niet te geven.”

Herkenbaar? Ook in andere situaties?

Situatie.

En je vraagt je af of …

en …

en wat als … ?

Had ik niet beter?

Of?

toch een schuldgevoel?

een kleintje?

of een groter …

Een typische overload aan vragen en daar kom je in je eentje niet uit. Je kan wat helpende gedachten zeggen tegen jezelf maar een echt onderbouwd antwoord, kan je niet krijgen vanuit je eigen denkkader. Das heel normaal. Daarom heet het ook je eigen denkkader. Helpende antwoorden vinden op je eigen vragen, zonder enige input van buitenaf … logisch dat dat niet goed werkt. Als je het antwoord had, zou je immers de vraag niet hebben, toch?

De mama vond het heel fijn dat ik in de buurt was om een kader te geven, te duiden wat er gebeurde met haar dochter, met zichzelf, zodat ze daarnaar kon kijken en zoals ze zelf zei:

“Ik ben een laagje dieper aan het ontdekken hoe om te gaan met deze gevoelens en hoe ik daarbij kan helpen. Spannend, die laagjes. Zo fijn dat ik dit hier kan posten, zonder druk. Dankjewel.”

Want goh ja, weet je. Het lijken mss maar kleine vraagjes. Maar er zit zoveel onder en achter dat zo de moeite waard is om te verkennen.

Niet om “een betere mama te zijn”.

Maar gewoon, voor jezelf.

Om beter in je vel te zitten, om je goed te voelen over jezelf en alles wat je doet.

Dat verdien je.

En ik? Ik genoot mee van de stapjes die ik haar zag zetten. Ik geniet altijd zo hard mee.

Mijn job, de mooiste van de wereld!

Pffff… je boze kind

Je bent mama, dus je kent het.

Een boos kind.

Ze mogen boos zijn hé. Oh wat leren we dat graag aan onze kinderen.

Boos zijn is zo helemaal oké.

En je mag boos zijn hé lieverd!

Maar kan het misschien wat stiller, want auw mijn oren.

Het doet zo’n pijn aan mijn oren dat ik er knettergek van word!

En daar sta je dan, met je “boos zijn mag”.

Hoe kan je dan blijven inademen, uitademen, glimlachen, en er zijn voor je kind.

Het lijkt een onmogelijke opgave maar dat is het niet. Je kan dit leren.

Door een buffer te kweken.

Door jezelf te leren hoe jij omgaat met boosheid, zodat je minder getriggerd wordt.

Door een beetje grenzen aan te geven, toch een beetje ja. Om die oren te sparen. Dat mag best. Als het maar gepaste grenzen zijn, iets waar je kind wat mee kan.

Is dat veel werk?

Bwah. Dat valt wel mee. Het is een aanpassing, want je gaat iets anders moeten doen dan je gewend bent om te doen. Maar in opvoeden steek je tijd, of je dat nu wil of niet, met je kinderen rond jou, ben je aan het opvoeden hé. Laten we die tijd zo aangenaam mogelijk maken, ook als je kind boos is. Toch? 🙂

Veel liefs,

Helga

Meer rust nodig?

Geef jezelf de online cursus rust … niet leren, niet doen, wel gewoon ervaren. Moeiteloos.

Opruimen van (oude) emoties kan je zo doen

Zo af en toe ne keer emoties opruimen. Net zoals je af en toe eens een bad of een douche neemt die wat langer duurt dan wat strikt nodig is om geurtjes te verwijderen. 😉 Een heel goed idee.

Of zoals de grote schoonmaak. Of eens een kast uitkuisen. Ontspullen.

Zo kan je ook je emoties eens een grote schoonmaak geven. Ik schrok daar vroeger wel eens van, wat er dan allemaal uitkwam. Zoals wanneer je voor ‘t eerst achter de ijskast gaat poetsen, je weet wel. Oeh! Wat je daar allemaal tegenkomt. Jakkes.

Nu schrik ik niet meer, omdat ik het al weet natuurlijk, en ook omdat er niet meer zoveel te vinden is. Zoals wanneer je de gewoonte hebt om een keer per maand achter de ijskast te poetsen. Dan valt dat reuze mee wat je daar tegenkomt.

Die emoties grondig opruimen, kan je doen met wat lichaamswerk. Voor je eraan begint, is het handig dat je een emotie kan tonen met je lichaam. Het is bijvoorbeeld handig dat je je boos kan voelen, dat je verdrietig mag zijn van jezelf. Maar als dat nog niet goed lukt, geen zorgen, dat komt wel wanneer je eraan toe bent.

En dan ga je eens bewust lekker boos gaan zijn. Op jouw manier. Ook al voel je je niet boos. Begin bijvoorbeeld met jezelf vast te pakken. Zeker als je niet zo’n  “schreeuw oh ik ben zo boos” mens bent. Eerder opkroppen, weet je wel.

Ga even lekker zitten met je knieën opgetrokken, in een balletje, je lekker veilig voelend en dan mag je je lijf helemaal opspannen, en mag je tegen jezelf zeggen “ik ben zo boos he!”. Zo boos. En dan durf je misschien wel eens vloeken als je alleen in huis bent, of stampen op de grond ofzo. Dan komt het wel los. Voor zolang het fijn voelt. Erop vertrouwend dat je jezelf nooit helemaal kan verliezen.

Kortom, als je niet weet hoe je “oud boos” of “oud verdriet” kan opruimen, geef die emotie dan expressie, een uitlaatklep. Als dat moeilijk is, doe alsof. Want je verbeelding en je gevoel, die zitten in je hersenen giga dicht bij elkaar. Dus doen alsof, is ook voelen, beleven, en dus verwerken.

Dit mailtje kan je kaderen in het stukje van de mindmap over emoties. Onderdeel “oude bagage van vroeger opruimen”. Als je wil natuurlijk he. 🙂

Samen met mij op pad? Dat kan!

Creëer meer balans in je leven (beweeg je mee?)

Ben jij ook wel eens op zoek naar wat meer balans in je leven? Meer evenwicht.

Pas dan op, want deze blog / video gaat mogelijks jouw leven veranderen. 😉

De meeste mensen gaan namelijk de mist in als het gaat over in balans zijn, omdat ze rust verwarren met balans. Sta me even toe het je te tonen, met beweging.

Zie je . We zijn vaak zo uit balans, dat we evenwicht verwarren met rust. We verlangen naar rust, we hebben rust nodig, maar rust en balans zijn twee heel verschillende dingen.

Zo lang je beide door elkaar haalt, is de kans heel groot dat je van whoooaaaah die beweging naar ocassionele rust weet te gaan, en weer terug naar whoooaaaaah. Van het ene uiterste in het andere, eigenlijk elke keer opnieuw je evenwicht verliezen, in plaats van vinden.

Zie jij nu beter hoe je meer balans kan vinden in je leven?

Liefs!

Wat te doen als niets werkt

Niets leek te werken.

Alle boekjes gelezen.

Alle tips gevolgd, of proberen te volgen tenminste.

Niets hielp.

Zoonlief leek op geen enkele manier geholpen te kunnen worden, het kind bleef zichzelf pijn doen, waarom toch?

Waar was de les?

Wat moest ze doen met dit kind?

Er leek niets anders op te zitten  dan de boel te accepteren, fingers crossed en hopen maar dat het ooit zou beteren. Zonder enig uitzicht op hoop.

Maar ja…

Never give in, never give up, never quit

Dat is toch mama zijn, nee?

Vergeet alles maar, zei ik. Ga slapen met een leeg hoofd en net voor je in slaap valt, vraag aan jezelf wat je moet doen.

Wat een vreemde opdracht…

Die nacht droomde ze dat ze een derde kind verwachtte. Ze voelde de beweging in haar buik. Achtte het eerst onmogelijk maar draaide de knop om. Alle babyspullen waren al lang weg, er waren nooit plannen geweest voor een derde kind, maar toch was er geen onzekerheid.

Geen angst.

Geen twijfel.

Alleen een diep gevoel van vertrouwen dat ze perfect wist wat ze moest doen. Diep vertrouwen…

Met dat gevoel werd ze wakker. En realiseerde zich dat ze in haar droom het antwoord had gekregen op haar vraag.

Wat moet ik doen met dit kind?

Je moet het dragen.

Je moet het voeden.

En diep voelen dat er geen enkele twijfel is over je kunnen. Dat je dit kan. En nu al doet. Elke dag opnieuw.

Stil aanwezig vs rustig aanwezig

“Je moet gewoon rustig aanwezig zijn.”

Ken je die ?

Rustig aanwezig zijn is de vaardigheid om bij je kind te zijn, op een rustige manier, zodat je kind je rust kan voelen. Zo help je je kind om zelf ook rustig te worden.

Wat betekent deze theorie, in onze maatschappij, waar we – laten we eerlijk zijn – toch vaak te maken krijgen met stress. Een maatschappij ook waar “verbindend communiceren” meer en meer gezien wordt als “de” manier van communiceren, niet alleen naar ons kind toe, maar ook op de werkvloer.

Je kan daar zelfs een cursus over volgen.

En ik schrik dan elke keer dat het stuk “rustig aanwezig zijn” overgeslagen wordt. Rustig aanwezig kunnen zijn is namelijk een essentiële vaardigheid die je nodig hebt om verbindend te communiceren. Zonder dat lukt het niet echt, zijn onze woorden misschien wel verbindend, maar missen we het gevoel waarmee we die woorden opsturen naar de ontvanger. Met alle gevolgen van dien.

Daarom dat zoveel mensen worstelen met de praktijk van verbindend communiceren…

Feit is, de meesten onder ons zijn helemaal niet rustig, wanneer die collega het uithangt, je tiener je het bloed vanonder de nagels haalt, je lagere school kind het echt allemaal gewoon HAAT, je kleuter nog steeds zit te slaan en te schoppen, je peuter alweer een driftbui heeft, of je baby de zoveelste huilbui waar je niets aan kan doen.

We proberen het wel … soms denken we dat we kunnen, maar de waarheid is dat de meeste mensen “rustig aanwezig” gewoon verwarren met “stil aanwezig”.

Stil aanwezig zijn is beter dan terug roepen uiteraard. Stil aanwezig wil zeggen dat je je mond kan houden. Dat je kindlief (of die collega) kan laten uitrazen. Dat je niets zegt waar je later spijt van krijgt. Eerlijk – voor de meesten onder ons is stil aanwezig zijn al een hele prestatie. We voelen het nog wel borrelen vanbinnen, maar we zijn tenminste stil.

En als jij daar bent, weet dan dat het helemaal oké is om daar te zijn. Weet dat stil aanwezig zijn ook een vaardigheid is. Dat je dat eerst moet kunnen, voor je kan leren om rustig aanwezig te zijn. Sommige mensen kunnen dat skippen, maar dan mis je vaak achteraf nog wel een en ander. Zoals eerst kruipen en dan stappen. Tis goed om eerst te kruipen. Je leert daar veel van.

Weet ook dat als stil aanwezig zijn niet goed helpt bij de driftbui van je kleuter, of de huilbui van je baby, of de door hormonen op hol geslagen tiener, dat dat normaal is. Want het is niet rustig aanwezig, het is stil aanwezig.

En je ziet het verschil misschien niet aan de buitenkant, maar je voelt het wel vanbinnen. En alles wat jij voelt vanbinnen, voelt je kind ook. En andere volwassenen voelen dat ook. De ene meer dan de andere … maar tot op zeker niveau voelen we allemaal de emotie van de ander.

Daarom werkt rustig aanwezig beter dan stil aanwezig. Word je bewust van het verschil tussen de twee, voel het verschil bij jezelf, en je kan weer een stapje verder.

Handiger omgaan met eender welke emotie

Angst.

Het woord staarde me aan. In een hopeloze poging om zoonlief te kalmeren na de zoveelste “ik kan echt niks goed doen bui” had ik hem bij de armen vastgepakt en door elkaar geschud. Zacht genoeg om hem fysiek geen pijn te doen, maar schudden is schudden en de wanhoop straalde van ons beide af.

Mijn oog dwaalde af naar de nieuwe weggever op het whiteboard (coming up – 2021) Meer geduld met je kind en alles wat je daarvoor nodig hebt. Wat maakte dat mijn geduld weg was, in dat hopeloze moment? Mijn verstand wist het niet, maar mijn blik dwaalde af en bleef vastberaden rusten op het woord “angst”.

Intuitie.

Buikgevoel.

Dat was het. Het woord staarde me aan alsof het me een slag in mijn gezicht wilde geven. Ja…. Angst. Het klopte. Angst dat het nooit meer goed zou komen. Angst dat ik hem zou moeten afgeven. Angst dat hij dood zou gaan, van de issues die we maar niet onder controle kregen. Waar we niet mee konden helpen.

Angst dat ik simpelweg geen goed genoeg mama was voor hem. En dat ook nooit zou worden. Angst om te falen, te mislukken.

Angst staarde me aan, als een zwart, slijmerig monstertje (monstertje, want niet dreigend genoeg om van weg te lopen). Rechtop staand, met handen in zijn zij en een grijns op de lippen. Alsof ie me aan het uitlachen was

Wat heb ik aan jou, vroeg ik.

Waarom ben je hier,

wat moet ik leren,

wat wil je me tonen?

Het monstertje stormt op me af, pakt me vast en ik duik in mekaar. Word zo klein tot ik in een druppel uit elkaar spat (interessante gewaarwording … helemaal klein worden en dan explosief uit elkaar spatten). Het monstertje laat me los en zet een paar stappen achteruit. Gaat zitten en kijkt me liefdevol aan. Ik ben een plasje water op de grond maar word snel terug groter en kriigt weer vorm.

Ik ben weer groter, kan nu naast mijn monster zitten en de liefdevolle blik ontvangen. Want Angst bedoelt het goed. De ervaring is niet meer en niet minder gewoon iets om van te leren. Zonder oordeel. Misschien kan ik volgende keer meteen met mijn angst gaan zitten.

Naast elkaar, samen zijn, als onderdelen van elkaar, gewoon samen zitten en naar de voorbij drijvende wolken van het leven kijken. Zonder me kleiner te moeten maken. Zonder me te laten overvallen, opeten.

Angst strijkt me liefdevol over mijn hoofd. Vergeeft me voor wat er gebeurd is zodat ik mezelf ook kan vergeven. Zodat ik weer verder kan, een inzicht en ervaring rijker. Gesterkt, in plaats van verzwakt.

Zo kan ook jij aanwezig zijn met een emotie. Geef je emotie een beeld, een vorm. Misschien komt het vanzelf, en als dat niet zo is, beeld het je dan in. Als een kind dat een fantasie verhaal maakt in haar hoofd.

Observeer, kijk wat er gebeurt (of verzin wat er gebeurt), hoe eng het ook lijkt, het is maar een ervaring (zonder oordeel), en je bent veilig. Zo kan je waardevolle inzichten opdoen. Vergeving krijgen wanneer iets niet ging zoals je wou. Zodat je verder kan, en niet hoeft te blijven zitten met schuld, noch schaamte.

Ik wens je een heel fijn nieuw jaar. Boordevol ervaringen, inzichten, rijkdommen op alle vlakken van het leven.

Jij verdient dat.

Boos zijn is … soms best wel handig

Boos zijn is …

… soms best wel handig. Je kind luistert dan plots wél.

… vaak luid.

… soms heel stil. Jaja, beeld en geen klank, dàt zal hem leren.

… zelden constructief. Wel in een gevecht, omdat je dan extra had kan meppen, of weglopen.

Boos zijn geeft je macht. Boosheid, is een vorm van energie. Boosheid, is een explosie, of je het er nu uitlaat of het gewoon stilletjes in jezelf laat ontploffen.

Misschien voelen we ons daarom na boosheid vaak verdrietig. Schuldig. Verpletterd. Kapot. Te neergeslagen.

Want of je doel nu bereikt is of niet, ik durf erom wedden dat je het anders gewild had. Hoe vaak je ook tegen jezelf zegt dat boos zijn OK is, dat je maar een mens bent en niet perfect. Dat je kind dat mag weten.

Maar het voelt niet OK hé. Om die explosie te gebruiken om te krijgen wat je wil. Om de explosie, die altijd wel iets kapot maakt, naar buiten of naar binnen toe te gebruiken om om te gaan met dingen waar je eigenlijk nog niet mee om kan.

Want laten we eerlijk zijn. Dient boosheid niet vooral daarvoor? Hoe vaak gebruiken we boosheid als copingsmechanisme om om te gaan met:

– een kind dat niet doet wat je zegt

– een partner die je niet geeft wat je nodig hebt

– een grens die overschreden wordt

– drukte en lawaai?

Boosheid dient om om te gaan met dingen waar je nog niet mee om kan gaan. Het is een copingsstrategie die je, op langere termijn – zeker wanneer je het vaak gebruikt – compleet kan uitputten. Je kan er zelfs ziek van worden of een burn-out van krijgen. We verbloemen het vaak, die boosheid … We noemen het “stress” of doen alsof het er niet is (“ik ben nooit boos”) of we doen alsof we het OK vinden (tja, iedereen roept op haar kinderen, toch? zo leren ze dat)

Hoe zou het zijn, om hier en nu, vandaag, een andere keuze te maken? Om het gevoel te ontdekken dat je iets te kiezen hebt? Dat je niet moet boos worden?

Zo neem je de bewuste keuze om anders te leren omgaan met wat het ook is dat je boos maakt.

Want het kan anders. Met één hypnose sessie bijvoorbeeld rond boosheid kan je laagjes ontdekken waarvan je niet wist dat ze er waren. En wat je ontdekt, daar kan je wat mee hé. Veel meer dan wat verstopt is in die diepe laagjes van je onderbewustzijn. Hypnose is niet meer en niet minder dan het poortje openzetten naar je onderbewustzijn, door relaxatie en activatie van je rechterbrein.

Meer weten? Laat het me even weten, en ik geef je alle informatie die je nodig hebt zodat je voor jezelf kan beslissen of dit iets voor jou is.

hallo – ad – opvoedenopmaat.com

Zo volg je nog meer je gevoel (met video)

We zeggen het graag als mama: “ik volg mijn gevoel daarin”.

We weten dat dat werkt. Maar je gevoel volgen is niet altijd makkelijk. Soms durf je niet. Soms verwar je je gevoel met iets anders, zoals wanneer je iets niet doet omdat je bang bent. Dat is niet je gevoel volgen, dat is gewoon bang zijn. Of wanneer je je gevoel even volgt, maar dan oordelen van anderen over je heen krijgt, terwijl je net zo hard hunkert naar iemand die je zegt dat het oké is, om je gevoel te volgen. Dat is ook een belangrijke die ons tegenhoudt om ons gevoel te volgen en te blijven volgen, ook wanneer anderen ons niet snappen.

Zo is je gevoel volgen om die en nog zoveel meer redenen, heel erg moeilijk. Of het lijkt moeilijk, omdat je niet weet hoe je het kan leren.

En daarom wil ik graag met jou een moment delen in mijn leven dat heel belangrijk was voor mij om te leren dat ik mijn gevoel echt wel kan en mag volgen. Als illustratie, want ik weet dat jij ook van die momenten hebt gehad al in je leven. Dat het me zoveel mooie dingen al heeft gebracht intussen.

Ik kan je al verklappen  dat het niets met opvoeden te maken heeft. En ik had het makkelijk kunnen negeren, vergeten als zijnde een klein dingetje.

Maar van kleine dingetjes leren we vaak het meest. Kleine dingetjes zijn lieve reminders, aan lessen die we nog mogen leren. En ik weet niet hoe het bij jou zit, maar ik leer liever van kleine, lieve reminders, dan van grote ongelukken of tegenslagen, zoals een burn-out….

Wanneer je de les kan zien in de kleine dingen leer je, zodat je ook de moeilijkere dingen kan. Veel meer op een “oh dit gaat vanzelf manier”. Zoals leren dat één plus één twee is, voor je met algebra begint. Magische dingen gebeuren, wanneer je je ogen opent, en kleine dingen kan zien als belangrijke leermomenten.

Laat me je inspireren door mijn verhaal, dat meer met chocola dan met opvoeden te maken heeft … zodat je het kan gebruiken, meenemen, en toepassen in je eigen leven, voor je eigen situaties. Zodat je kan leren met gratie, genot, gemak en vooral met heel veel plezier.

Je krijgt in de video ook een heel concrete tip die jou gaat helpen om nog meer je gevoel te volgen.

Wat is er mis met onze visie op de Sint?

Toch maar iets schrijven over deze tijd van het jaar. Want het ene na het andere onrustige bericht komt binnen, van al die ouders van gevoelige kinderen die weer extra worstelen deze tijd van het jaar.

Elk jaar hoop ik op andere dingen en elk jaar is het toch weer van dat. Wat moeten onze gevoelige kinderen leren, in deze tijden van “stout zijn”, “spiekpietjes” en misschien niet krijgen wat je graag wil hebben?

Sint lijkt veel groter dan wanneer ik kind was. We hadden chocola, en kadootjes, al waren dat vaak nuttige kadootjes. Ik zie nog zo voor me dat nieuwe paar schoenen bij de schoorsteen.

Spiekpietjes hadden we niet. Gelukkig maar. Het was al erg genoeg dat de Sint alles wist. Laat staan dat er zich nog eens spiekpietjes onder je bed moesten verstoppen of in de kast. Dat voelt toch veel dichter bij, en veel enger. We hadden ook geen Sinterklaasjournaal, en de boot, die kwam gewoon aan in gedachten, niet op TV met beeld en klank.

Is het de maatschappij, die alles groter, beter, enger, “leuker” wil maken? Zijn we zelf als volwassene gevoelsmatig zo afgestompt, dat we meer prikkels nodig hebben om uberhaupt nog iets te voelen?

Introduceren we daarom nog meer spanning, in de overtuiging dat het voor onze kinderen op die manier leuker wordt? 

Vergetend dat onze kinderen nog niet afgestompt zijn en dus veel meer voelen? Vergetend dat kinderen bij een suggestie veel meer beeld en klank in hun hoofd en lijfje krijgen dan wij?

Mag Sint ook gewoon Sint zijn? Met wat lekkers en een geschenkje, eventueel. Lekker lief en luchtig? Kunnen we elk kind toestaan zoveel of zo weinig binnen te nemen als ze wensen, zodat het gewoon leuk kan blijven? Misschien kan het op school wat minder, omdat je daar nu eenmaal niet zo selectief kan zijn en aanpassen op maat van elk kind? Kunnen we op school naar een “minimum” gaan, in plaats van naar een “maximum”, en ouders zelf thuis laten toevoegen op maat van het kind?

Een Sint zonder nachtmerries, zonder extra onrust ‘s avonds, zonder extra natte bedden, … met gewoon wat meer blije gezichtjes. De Sint als een lieve man met een hart voor kinderen. Een lieve man die kan zien dat alle kinderen braaf zijn. Dat kinderen soms wel eens iets “stout” doen, maar het niet zijn.

Hoe zou dat zijn?

En hoe zou het zijn moesten we met z’n allen kunnen weerstaan aan de behoefte om de Sint te gebruiken als drukmiddel. Moesten we het hele jaar door gewoon kunnen intappen op ons eigen liefdevol en natuurlijk leiderschap, om op een handige manier te kunnen samenleven met onze kinderen.

Zonder te moeten zeggen “je weet toch dat de Sint alleen maar komt bij brave kinderen, die goed luisteren”.

Hoe zou dat zijn …