was successfully added to your cart.

Winkelmand

Monthly Archives

april 2019

Driftbui nummer zoveel (help!)

Wanneer je kind boos wordt, blijf je graag zelf rustig. Vanuit je eigen rust kan je de boosheid van je kind erkennen en benoemen. Kan je kind weer rustig worden en kunnen jullie samen oplossingen bedenken om constructiever om te gaan met deze boosheid. Je wil je kind immers graag leren dat boos zijn niet verkeerd is.

Wanneer je bovenstaande leest, denk je waarschijnlijk “ja, natuurlijk” of “oh ja, kon dat maar” of “ja, maar”. Of je denkt “jaja… niet met mijn kind. Met andere kinderen zou dat wel lukken, andere ouders doen het vast zo maar ik kan dat niet, of niet met mijn kind.” Of nog wat anders.

Kort gezegd:

De theorie is één ding, de praktijk vaak iets heel anders. 

Want in die paar regels helemaal bovenaan, zitten enorm veel dingen in verscholen. Die voor sommigen makkelijk zijn en voor anderen best moeilijk. Sommigen hebben er een probleem mee, anderen weten niet eens dat er een probleem is. Zij zeggen “we worden toch allemaal wel eens boos zeker” (dus geen probleem).

Wel …

Dat klopt toch niet vind ik. Boos zijn is een manier om jezelf te verdedigen of om een grens aan te geven. Grenzen aangeven doen we in deze maatschappij het liefst assertief. We kunnen daar, meestal op de werkvloer, dan ook allerlei cursussen rond volgen. We vertellen onze kinderen dat ze “hun woorden moeten gebruiken”. In de oertijd was het vast anders. Daar hadden we ook nog niet het houvast van taal zoals we dat vandaag kennen. En jezelf verdedigen, was af en toe broodnodig. Roofdieren, aanvallen van andere stammen, … Jaja, goed boos kunnen zijn met vuisten en al, was toen best handig.

Dat lijf van de oertijd, dat hebben we nog steeds.

En daarom kiezen de meesten ervoor om TE LEREN (want het gaat niet vanzelf) aan onze kinderen hoe het ook anders kan. Maar met zoveel dingen is het handig dat je het eerst zelf kan, voor je je kinderen wat wil leren. De meeste volwassenen beginnen niet aan dingen te leren aan hun kinderen die ze zelf niet kunnen. Het komt meestal niet in hen op. Nochtans proberen we wel allemaal aan onze kinderen uit te leggen om hun woorden te gebruiken, terwijl we zelf …

… onze woorden vaak inslikken …

… roepen, schreeuwen, dreigen …

… ons afreageren op ons kind, onze partner, huisdieren, meubels …

… of verborgen boosheid gaan inzetten, waarvan we niet eens meer weten dat het boosheid is. Klagen, zeuren, zagen, ventileren, chanteren, afspraken “vergeten”, depressief worden, pijn krijgen …

Niet zo handig. Niet onze fout natuurlijk, wij hebben het ook maar moeten leren van onze ouders die het ook niet wisten. Zoveel onwetendheid is er nog over emoties. Gelukkig ben jij bereid om te leren (toch?).

Eigenlijk voelen we best dat woorden vaak tekort schieten, wanneer we echt boos zijn. Maar wat doe je dan. 

In een notedop: ga je lijf inzetten, samen met je hoofd. Lijf eerst. Je hoofd moet nadien alleen maar herkaderen (reframen). Wat reframen precies is legde ik al uit op de nieuwe (joepi!!) Facebookpagina Helga Peeters – Feeling Free. Ga maar kijken en like meteen de pagina. 🙂

En voor kinderen doe je dit anders dan voor jezelf, maar de basis is wel heel gelijkaardig. Je zal merken dat de boosheid bij jezelf langzaam maar zeker wegsmelt (tot je aan een blokkade komt, al kan je daar ook weer doorheen natuurlijk, meestal met wat hulp van buitenaf). En dat de driftbuien van je kind langzaam maar zeker een eitje worden om mee om te gaan, en doordat het makkelijker is, verdwijnen er heel vaak een hele hoop driftbuien. Wat velen niet voor mogelijk houden zie ik wel eens gebeuren in één sessie.

Meer concreet over dat lijf, is voor een andere keer, stay tuned!

Hooggevoelig opvoeden

Wie mij al een poosje volgt, weet het vast al wel. Ik zou mezelf hooggevoelig kunnen noemen, en deed dit ook sinds ik ongeveer 18 jaar oud was. Dat is al heel erg lang. 😉 Toen kenden de meeste mensen de term niet, het onderzoek van E. Aaron was volop aan de gang.

Tegenwoordig lijkt “hoogsensitief” of “hooggevoelig” haast een modewoord. Steeds meer en meer kinderen lijken hooggevoelig te zijn. Steeds meer en meer ouders ervaren daar problemen mee. Verschillende universiteiten in Vlaanderen zijn bezig met onderzoek rond hooggevoeligheid. Meer en meer wordt erkent dat het bestaat.

Maar hoe vaak de term ook al gebruikt wordt, nog steeds bestaan er veel misverstanden rond, zoals bijvoorbeeld…

Je bent niet “wel hooggevoelig” of “niet hooggevoelig”. Nu ja, soms is het natuurlijk heel erg duidelijk, zoals bij mezelf, maar heel vaak is er een grijze zone. En weet je, dat is oké. Je hoeft het niet zwart op wit te hebben. Tuurlijk kan het zijn dat je daar behoefte aan voelt, om het te weten, maar dat betekent op zich ook al iets… In feite is “gevoelig zijn” een eigenschap die we allemaal hebben, in meer of mindere mate. En net zoals er mensen zijn van gemiddelde lengte, korte mensen en lange mensen, zijn er mensen met een gemiddelde gevoeligheid, wat minder of wat meer. Je bent ook niet aan alles even gevoelig natuurlijk. Zelf reageer ik heel fel op geluid, en emoties van anderen (wat in feite een groot voordeel is, in mijn job nu natuurlijk ;-)). Mijn oudste zoon reageert heel fel op geuren. De jongste voelt feilloos aan wat de ander nodig heeft. Zal dit ook aanbieden of schaamteloos aan een ander vragen “ga jij dat eens doen voor die persoon”. Haha. Zo kan het dus ook, belangrijk wanneer je als kind ook wel gewoon kind wil zijn… Anders heb je een kind dat heel erg gaat pleasen, vooral als het het kind is dat hooggevoelig is en de ouder het moeilijk heeft. Want kinderen zijn altijd loyaal aan hun ouders. Misschien herken je dit bij je kind. Of herken je dit van jezelf, toen jij nog een kind was. Misschien stel je nu zelfs pas vast, dat dat eigenlijk de reden is waarom je tot op de dag van vandaag, nog steeds geen nee kan zeggen. Anyway…

De term “hoogsensitief” is vrij vertaald uit het Engels, “higly sensitive”. Eigenlijk heeft het dus niets met “hoog” te maken. Eerder met “meer” of “intens”. Recent onderzoek heeft aangetoond dat hooggevoelige mensen allicht een meer bedraad zenuwstelsel hebben. Er komen dus letterlijk meer waarnemingen binnen vanaf de buitenwereld, én ze worden meer getransporteerd naar onze hersenen (die dat dan maar verwerkt moeten zien te krijgen…). Onderzoek naar hoogsensitiviteit is tegenwoordig populair, en het zal wel gestaag vorderen, maar we zijn nog niet toe aan een echte test, zoals bijvoorbeeld wel het geval is voor ASS of ADHD. Een diagnose “ik ben hooggevoelig”, kan je dus nog steeds niet krijgen.

Ik koos voor deze blog een prentje met zeepbellen. Voor mij een mooie metafoor, om verschillende redenen. Vroeger gebruikte ik wel eens die metafoor om kinderen en volwassenen te leren om zich af te sluiten van prikkels. Je kan namelijk in een zeepbel kruipen om jezelf te beschermen. Tegenwoordig gebruik ik de metafoor meer met mate, omdat het toch ook zo belangrijk is om te kunnen leven zonder dat je om de haverklap in een zeepbel moet kruipen, nietwaar? En daar heb ik nu dan, meer dan vroeger, zo ook weer handvaten voor.

Wat vooral mooi is aan de zeepbellen, dat is hoe ze in elkaar kunnen overgaan. De ene zeepbel kan tegen de andere gaan kleven. Ze kunnen mekaar doen stuk springen. En dat is kenmerkend vind ik in opvoeden, wanneer het gaat over een hooggevoelig kind met een eventuele hooggevoelige ouder. Die gaan vaak ook, energetisch of emotioneel, wat tegen mekaar kleven, in mekaar overgaan als het ware. Waardoor het een beetje door elkaar loopt allemaal. En dat kan heeeeeeeeeeeeeeeel erg handig zijn, als je het bewust kan inzetten. Zelf rustig blijven bijvoorbeeld, en je kind meenemen in die rust. Is een plus. Zelf boos worden omdat je kind boos is, is dan weer de andere kant van de medaille. Weten hoe dat proces in elkaar zit, doet al veel.

Ik zou nog een boek kunnen schrijven hierover, maar mss moet ik het hierbij voorlopig laten, en je het beeld van de zeepbellen meegeven voor in je hoofd. Sta er eens bij stil… loop jij en je kind ook wel eens “door elkaar”? Wat is daar handig aan, en wat net niet?

Durf aan de slag gaan met die dingen die voor jou of voor je kind nog niet handig zijn. Want hooggevoelig ben je voor het leven. En hoe meer je er vat op krijgt, hoe gevoeliger je vaak wordt. Het is dus iets dat je hele leven lang  op je pad blijft. Voor jou om van te leren. Dus … doe er je voordeel mee. Hooggevoelig zijn is een zegen, een kracht, en als hooggevoelig mens / ouder van een hooggevoelig kind, kan je bergen verzetten. Ook al voel je je nu misschien eerder bedolven onder de druk van het alledaagse leven… weet dat dat niet zo hoeft te zijn. Doe er iets mee.

Liefs!

(en als je nu zin hebt om te gaan bellen blazen, vooral doen natuurlijk :-D)

3 tips voor patroon doorbrekend opvoeden

Wanneer ik vraag aan mijn zoontje of hij weet wat een patroon is, knikt hij enthousiast, neemt een blad papier en stiften en begint te tekenen. Blauw streepje – rood streepje – blauw streepje – rood streepje. Een patroon is iets dat altijd terugkomt knikt hij stellig.

Wanneer je het zo stelt en tekent, is het een makkie. Maar hoe zou het zijn, moest jouw gedrag een streepje zijn in een reeks van streepjes? En jij als persoon, kan alleen maar in een hele hoop streepjes staan en om je heen kijken? Zou je het patroon dan wel kunnen zien?

Gedrag als een ijsberg

Jouw gedrag, is maar het topje van de ijsberg. Onder het wateroppervlak ligt er nog veel meer. Daar liggen de oorzaken van je gedrag, al dan niet verborgen. Sommige oorzaken ken je wel, en zijn voor de hand liggend. Je deed boos tegen je kind, omdat je moe was.

In dit artikel ga ik niet verder in op oorzaken van zichtbaar gedrag (dat doe ik wel in dit artikel), hier kijk ik graag even samen met jou naar het patroon.

Want keer op keer komt het terug. Mijn moeder deed vaak boos tegen mij. En ik doe boos tegen mijn dochter. Hoe komt het toch dat het zo anders is met mijn dochter, dan bij mijn zoon?

We nemen ons zo vaak voor om niet hetzelfde te laten gebeuren met onze kinderen, als wat met ons gebeurde. Soms zie ik ook ouders, uit angst voor herhaling, net krampachtig totaal de andere kant opgaan. Ook niet handig. Mensen die bijvoorbeeld heel erg streng werden opgevoed, gaan dan geen grenzen stellen. Of zwaaien te pas en te onpas met het bekende “pick your battles”: ach ik laat het maar zo.

Hoe stap ik dan uit dat patroon?

Dit is heel interessant en herkenbaar, hoor ik je denken. Misschien zie je nu pas een patroon in je gedrag. Misschien kende je jouw patroon al.

Sowieso wil je natuurlijk graag weten, hoe stap je daar nu uit?

Ik zie zo vaak mensen proberen hier cognitief uit te stappen. Ze gaan erover nadenken, oplossingen bedenken en dan nemen ze zichzelf voor om niet meer dat te doen. Ik ga niet meer boos worden, ik ga meer geduld hebben, ik ga … . En dat lukt niet echt zo goed. Waardoor je gaat denken misschien dat het niet kan, of dat het heel erg moeilijk is.

Tips – tips – tips

Gebruik verhalen. Verzin een verhaal met een happy end. Het meest zotte verhaal werkt het beste. Vraag jezelf af wat je er zo zot aan vind. Misschien omdat het totaaaal onrealistisch is? Klopt dat wel?

Divergent denken. Ga er eens tien minuten voor zitten, voor je probleem waar je een patroon in ziet. Schrijf alle oplossingen op die je maar kan bedenken. Typisch ben je een paar minuten volop aan het schrijven, en dan val je stil. Ga dan toch door. Haal eens alles uit de kast om nog die ene oplossing erbij te krijgen waar je niet aan zou denken, moest je er geen tien minuten tijd voor nemen. De oplossingen die komen na de stilte, zijn de oplossingen die niet meer in je patroon zitten. De eerste oplossingen die komen passen in je patroon, en wanneer je patroon doorbrekend wil opvoeden, dan heb je daar niets aan.

Wees creatief. Oke je hebt een bepaald probleem met je kind. Hoe kan je dit nu allemaal oplossen? Schrijf alle verschillende oplossingen op, en kijk dan eens vanop een afstandje hoe verschillend deze oplossingen eigenlijk zijn. Zijn je verschillende oplossingen echt zo verschillend? Uiteindelijk, als je iets probeert op te lossen door:

a/ boos te doen

b/ je stem te verheffen

c/ te dreigen met straf

Zijn dat dan eigenlijk wel drie verschillende dingen? Hoe zou iemand anders dit aanpakken? Hoe zou jij het aanpakken, bij een ander kind? Probeer eens iets waarvan je no way denkt dat het ooit zou kunnen helpen. Mss word je wel verrast, wie weet…