was successfully added to your cart.
Monthly Archives

november 2017

Weglopen…

weglopen

Deze mama vraagt: Hallo Helga, ons zoontje van 3 loopt vaak doelbewust weg. Meestal gebeurt het als hij moe is en zijn zin niet krijgt (snoepje, speelgoedje,…). Hij loopt dan weg. Als we hem vragen te komen of zelf in zijn richting stappen, ziet hij dit als een spelletje en loopt nog verder weg. Ik kan/wil hem niet continu dragen of bij de hand nemen om dit risico uit te sluiten, maar wil wel graag dat hij luistert als ik vraag te komen.

Vanzelf opvoeden, voorbij straffen en belonen

Ben jij gezegend met een heel intelligent kind? Met een temperamentvol kind? Een heel gevoelig kind? Dan heb je vast en zeker al gemerkt dat dreigen met straf of straffen niet zo fantastisch goed werkt. Wil je dat het toch werkt, dan ga je uit verbinding moeten gaan, en telkens opnieuw een zwaardere straf bedenken.

Ik herinner me een moeder die in conflict was met haar kind over schermtijd. Ze vond dat haar kind teveel computerspelletjes speelde. Het kind nam de computer stiekem, en moeder strafte door de computer te verbieden gedurende een bepaalde tijd. Wat dan leidde tot meer stiekem gedoe en een grotere straf. Geen van beide gaf op, en op een gegeven moment escaleerde het conflict. De moeder, boos, gefrustreerd, machteloos, gilde “als het zo zit, dan gooi ik de computer door het raam!”. Waarop het kind (eveneens boos, gefrustreerd) het raam opendeed en teruggilde “doe maar!”.

(en daar stond ze dan)

Hoe ver je ook gaat, of niet gaat, dit soort conflicten (tegen mekaar omhoog noem ik ze), zorgt ervoor dat ouder en kind nog verder uit elkaar groeien. Het schept een sfeer van angst en wantrouwen. Waardoor het volgende conflict al op de loer ligt, en je in een straatje zonder einde sukkelt. Maar ik vertel je misschien niets nieuws. Misschien neem je jezelf al vaak genoeg voor om het niet te laten escaleren, maar lukt dat niet altijd. Eigenlijk is dat logisch. We reageren namelijk op elkaar. Boos kind? Grote kans op boze ouder. Boze ouder? Grote kans op boos kind. Daar zit een gedragsmodel achter (ik bespaar je de details, maar het is wel een belangrijk gegeven om mee rekening te houden). Het is dus niet zo simpel om gewoon tegen jezelf te zeggen “ach, relax”, en het conflict niet te laten escaleren.

Beloningssystemen lijken een handig positief alternatief, maar ze hebben altijd een beperkte levensduur, en vragen continue opvolging (en consequent zijn). Ze werken niet of minder goed bij temperamentvolle kinderen. Ze werken anders bij heel gevoelige kinderen, soms veel beter maar vaak slechter, omwille van de spanningen die errond hangen (ik ben flink, ik ben flink, ik ben fliiiiiink!).

Ik herinner me het verhaal van een moeder die voor het eerst aan zindelijkheidstraining begon met haar oudste kind. Ze had er een boek over gelezen, en daar stond een beloningssysteem in uitgelegd, want “je moet ze toch motiveren om op het potje te gaan”. Er stond niets over intrinsieke motivatie, en de moeder kende daar ook niets van, dus ze legde “het systeem” uit aan haar kind. Dit is een potje. Pipi gaat op het potje. En dan mag je een sticker plakken. Waw, kijk eens, mooie stickers hé!!! Het kindje keek naar haar, naar het potje, naar het blad, naar de stickers, en zei “ik wil 2 stickers”. Ze waren nog geen dag verder, of het kind wilde voor niet minder dan 3 stickers op het potje, en nog een dag verder wilde het kindje voor geen 100 stickers op het potje! Ook hier geldt: hoe ver ga je?

Beloningssystemen geven een motivatie van buitenaf. Extrinsieke motivatie heet dat. Als de motivatie weg is, is de kans groot dat het gedrag niet meer herhaald wordt. Bovendien leert je kind ook niet hoe het zichzelf kan motiveren. Hoe motiveer jij jezelf, als volwassene, als je een vervelend klusje te doen hebt? Hmmm…

Wanneer gaat opvoeden vanzelf, en heb je geen straffen en geen beloningssystemen meer nodig? Opvoeden gaat vanzelf als er in huis een sfeer van veiligheid hangt en vertrouwen. Als je tegen je kind kan zeggen (eenmaal een bepaalde leeftijd): doe maar, want ik vertrouw je. Als je je kind kan laten leren van fouten, zonder je daar slecht bij te voelen. Als je kan zeggen “oei, dat ging niet zoals je verwacht had… hoe ga je dit nu oplossen?”. En ook “heb je hulp nodig daarbij?”. Daar zit zoveel waardevols achter dat je kind later, als volwassene, heel goed kan gebruiken. Leren vertrouwen. Fouten durven maken (en voelen dat dat oké is!). Oplossingen bedenken. Weten wanneer je het best zelf nog een keertje probeert (volhouden), maar ook loslaten en om hulp vragen. Zonder schuldgevoelens. Kan jij dit al?

Probeer eens een meer onvoorwaardelijke aanpak. Zonder voorwaarden dus. Wakker de intrinsieke motivatie van je kind aan. Dat is de motivatie die vanbinnen komt. Laat je kind zelf boterhammen smeren, enkel en alleen maar omdat het kan, zodat je kind zich daar groot over kan voelen, en een gevoel kan krijgen van “hey, ik kan ook al best wat voor mezelf zorgen”. Zeg dingen als “wow, wat knap van je”, en “dat is de hoogste toren die je ooit gebouwd hebt”. Zo leg je nadruk op het kind, en niet op de prestatie.

Laat je kind zelf eens de gevolgen dragen van iets. Als je met iets gooit, is het kapot. Oei, nu is het kapot. Dat is jammer, maar dat gebeurt er wel als je met dingen gooit. Je zegt dit met mededogen en begrip (dus niet “zie je wel, ik had het toch gezegd!”, zonder mee in de emotie van je kind te springen (“oh neeee je lievelingsauto!”. Dat is vaak het lastigste. Je hoeft je kind niet te beschermen voor alle negatieve gevolgen van zijn of haar gedrag. Daar leren ze van, en intrinsieke motivatie heeft ook daar veel mee te maken. Kijk wel natuurlijk welke gevolgen je je kind veilig kan laten dragen. Want ook dat is eigen aan groeiende hersenen: gevolgen niet zo goed kunnen inschatten. Weten dat een stuk speelgoed stuk kan gaan als je ermee gooit, is één ding. Weten dat je er nadien ook niet meer mee gaat kunnen spelen (nooit meer), is iets heel anders.

Weet je… als je kind later groot is, dan staat er ook niemand naast om te straffen of te belonen. Onze maatschappij begint het ook te begrijpen, dat je niet in iedere straat een politieagent kan zetten die nakijkt of iedereen zijn gordel wel aan heeft. Zal jouw kind later een gordel aandoen omdat het veiliger is, omdat je kind zichzelf graag ziet? Of omdat het bang is om betrapt te worden? Jij draagt hieraan bij, in de opvoeding vandaag. Sommige mensen dragen effectief alleen maar een autogordel (snel omdoen!) als ze zien dat er controle is, zodat ze geen bekeuring (=straf) krijgen. Veel mensen kunnen alleen maar gelukkig zijn als ze een schouderklopje krijgen van de baas (externe goedkeuring is een beloning waar je kind zelf geen vat op heeft).

Wat wil jij graag voor je kind? Wil je graag dat je kind gelukkig is, los van wat anderen denken of zeggen? Wil je hier explosief in groeien in 2018? Dit hele onvoorwaardelijke opvoeden helemaal onder de knie krijgen, ook voor jouw kinderen (met hun eigen temperament en gevoeligheden)? Begin vandaag, met een concrete situatie hieronder te beschrijven. Ik help je op weg!