was successfully added to your cart.
Monthly Archives

oktober 2016

van buffer naar brug

De moeder als buffer

Veel moeders ervaren zichzelf als een soort buffer tussen hun kindje en de omgeving. Zij voelen instinctief wat goed is, de omgeving ziet dat anders, wil het anders doen met dat kindje… en de moeder gaat “bufferen”, beschermen. Ze zet zichzelf tussen het kindje en de omgeving.

Soms is dit zelfs zichtbaar binnen het gezin. Kind doet iets wat niet mag. Papa ziet dit, en zet het kind in de hoek. Mama is het niet eens met die manier van opvoeden en spreekt Papa erop aan. Papa voelt zich gekrenkt in zijn methodes en reageert aanvallend. Er ontstaat een conflict. Papa kan nu boos zijn op Mama, en het kind ontspringt de dans… Mama probeert zo het kind “te beschermen” tegen de ervaring van de hoek.

Er zijn talloze situaties waarin je je als moeder gekneld kunt voelen tussen je kind en de omgeving. De omgeving dat kunnen je eigen ouders zijn, de schoonouders, de school, de onthaalmoeder, zelfs je eigen partner. Hun aanpak kwetst jou, omdat hun aanpak naar jouw gevoel schade berokkend aan je kind. En dat kan zo overweldigend zijn, dat je de continue behoefte voelt om je kind te beschermen. En dan wordt het een oerinstinct waar niet meer tegenop te boksen valt, het neemt je over, het put je uit… want je kind beschermen, dat is je taak, je bent daarvoor geprogrammeerd.

Geen ontkomen aan. Of wel?

Wat je kan leren bij opvoeden op maat is om een brug te zijn in plaats van een buffer. Want de harde realiteit is, dat hoe goed je ook buffert, de omgeving altijd contact heeft met je kind. En hoe ouder je kindje wordt, hoe groter het contact, omdat je je kindje niet voor eeuwig en altijd continu in de doek kan hebben, beschermd, afgeschermd, letterlijk en figuurlijk, van alles behalve jezelf. Kinderen zoeken het op, het contact met de buitenwereld, vroeg of laat. En eigenlijk wil je dat niet bufferen, want het hoort bij het leven, het hoort bij opgroeien.

Dus wat doe je dan wel?

Je wordt een brug, in plaats van een buffer. Een brug verbindt twee kanten (je kind is één kant, de omgeving de andere kant) met elkaar. Als de brug solide, breed en veilig is, dan gaan de twee kanten optimaal in mekaar overvloeien, en dan maakt het niet meer uit hoe beide kanten eruit zien. En dit mét behoud van de eigenheid van elke kant. Want we willen ook dat ons kind zichzelf kan zijn. En de omgeving, die is wat het is. Je kan daar als brug wel wat invloed op uitoefenen (daarover later meer), maar dat blijft beperkt.

Hoe ziet die brug eruit?

De brug daarentegen, die maak je helemaal zelf. Smal, breed, stevig, wiebelend, … . Je kind leert dan om via de brug contact te maken met een omgeving die niet altijd ideaal is. Je kind kan altijd terug de brug op als het niet gaat. En als je kind ouder is, zal je kind als vanzelf de brugfunctie overnemen, zodat je kind zelf veilig en geborgen in de wereld kan staan.

Concreet verbeter je dan actief bijvoorbeeld de relatie tussen Papa en het kind. Ook al pakt Papa het in jouw ogen niet altijd ideaal aan. Het prachtige neveneffect is dan dat Papa in de ideale omstandigheden geplaatst wordt om zelf te groeien… En dat neveneffect heb je niet als je een buffer bent. Ook is er een hele andere energie in het spel, als je een brug bent. Brug zijn kost eveneens energie, maar het is een positieve energie. Het brengt op. Buffer zijn daarentegen brengt niet op. Het kost alleen maar energie, en nog meer, en nog meer, en nog meer…

Dus wat wil jij zijn? Een buffer, of een brug?

Dit artikel verscheen voor het eerst bij Nieuwetijdskind.

Afscheidskussentjes

Gemaakt én geschreven door gastmama Heide De Meester. Dank je Heide! 🙂

Een nieuw hoofdstuk, een nieuwe start!

13 jaar werkte ik in een begeleidingstehuis en toen voelde ik dat het tijd was voor iets anders. Enerzijds was ik er klaar voor, anderzijds ben ik niet zo’n krak in afscheid nemen 😉

Het nadenken daarover stelden we dan maar uit tot het einde écht in zicht was

En toen brak mijn laatste week aan…

Ik wilde een tof aandenken voor mijn collega’s en de jongeren in de leefgroep en iets dat bovendien paste bij mezelf.

Floeps, plots was het idee daar. Ik wou en zou voor iedereen een afscheidskussentje maken, mét een persoonlijke briefje.

Ik kocht effen kussentjes en leuke stofjes. Een beetje veel te laat begon ik met naaien (jaja, ik heb altijd een strakke deadline nodig). De ochtend van mijn laatste dag was alles af, gepersonaliseerd en al!

Alle briefjes achteraan in de kussenhoes en eens op het werk, alle kussentjes stiekem in het juiste bed gaan stoppen.

De reacties waren hartverwarmend!! De jongeren vonden het een prachtig cadeau. Daar doen we het voor …

Mijn afscheidsavond was echt gezellig. Ik hield het behoorlijk droog, maar met een krop in de keel vertrok ik … om een paar dagen later mijn nieuwe stap te nemen!

Ik tel tot … !!! (3? 27? en dan?)

Doe je schoenen aan! Nu! Luisteren (potver…)! Ik tel tot drie! Eén (boos)! Twee (bozer)! Drie!

Een stemmetje in je hoofd fluistert: “en wat ga je doen als de schoenen niet aan zijn op drie? Help!”

Bovenstaand tafereel komt vaak voor in vele gezinnen.

En ongeacht je opvoedingsstijl, leuk is het alvast niet. Niet voor jou, en niet voor je kind. Als je een temperamentvol kind hebt, is het maar een kwestie van tijd tot het kind eens gaat testen wat er nu “na drie komt”. En je leert je kind dat luisteren op één of op twee eigenlijk nog niet hoeft (want er is nog altijd drie). Als je een gevoelig kind hebt, is de kans groot dat de stoppen doorslaan en je kind in paniek slaat bij twee (en dan zijn de schoenen ook niet aan). Je kind klapt dan dicht.

Niet leuk dus, niet zonder risico, en ook niet bevorderlijk voor de relatie met je kind. En hoe slechter de relatie, hoe moeilijker het opvoeden… En nog moeilijker, dat wil je al helemaal niet. Het is dus geen constructieve oplossing.

Maar wat doe je dan wel als je kind niet luistert?

Als bovenstaand tafereel vaak voorkomt, neem dan de tijd om het constructief op te lossen. Dan ben je er meteen helemaal vanaf. Hoe zou het zijn om een kind te hebben dat meewerkt? Heerlijk toch!

Wat is de onderliggende oorzaak?

Hoe komt het dat schoenen aandoen moeilijk is? Zeker bij jonge kinderen is de onderliggende oorzaak vaak simpelweg “te veel, te druk, te moeilijk”. Als ouder bereik je dan erg veel door :

– overgangen tijdig aan te kondigen
– je eigen druktegevoel en emoties (zo meteen komen we nog te laat, help!) onder controle te houden

Jonge kinderen hebben het vaak moeilijk met overgangen en ze pikken je emoties als geen ander op. Als jij boos bent, opgejaagd, bang, … is de kans groot dat je kind dwars gaat liggen.

Oudere kinderen kan je gerust logische consequenties laten ervaren.

Beslis van te voren wat jij oké vind om je kind te laten ervaren. Zonder schoenen dan maar naar school? Misschien vind je dat wel oké, voor een ouder kind, als je droge kousen en schoenen meeneemt.

Is dat niet straffen? Nee. Als je net start met logische consequenties, kan het verschil met straffen klein lijken. Maar eigenlijk is het verschil erg groot. Rond straffen hangt een gevoel van angst (pas op of er zwaait wat!). Bij logische consequenties hangt er een gevoel rond van vertrouwen, en respect. Respect voor de keuze van je kind om zonder schoenen te vertrekken, respect voor je eigen keuze om op tijd te willen zijn. Geef je kind gerust een grens daarin, maar handel altijd vanuit vertrouwen. En dat kan alleen maar als je kan handelen vanuit rust in jezelf. Hoe je daar geraakt, dat is voor een andere keer. 🙂

Voor wie graag telt, zo kan je ook constructief tellen :

“Binnen tien tellen wil ik echt vertrekken. Want ik wil graag op tijd zijn. Zorg ervoor dat je schoenen aan zijn op tien. Eén. Sta maar al op, zo ja. Twee. Hup, naar de inkom, waar zijn je schoenen? Drie. Daar, snel! Vier. Eerst de ene voet. … “.
Zo kan het ook, voor wie echt graag iets doet met tellen. Het idee is dat je je kind helpt om alle stappen te doorlopen binnen een tijdsspanne die je zelf kiest. Je helpt zo je kind begrijpen hoe lang tien tellen zijn. Het is leuk, het schiet goed op, én het is bevorderlijk voor de relatie. Het opvoeden wordt dus gemakkelijker, want het is een constructieve (opbouwende) maatregel. Het werkt ook goed bij temperamentvolle kinderen en ook bij gevoelige kinderen.

Met andere woorden alles wat je nodig hebt om ook jouw kind beter te laten meewerken (“luisteren”).

Als ik even in je hoofd kon kruipen

Geschreven door gastmama Karlien… heel mooi en heel herkenbaar ook voor ons mama’s. 🙂

Als ik even in je hoofd kon kruipen

Soms zou ik willen dat ik even in je hoofdje kruipen kon, even in je schoenen lopen kon. Dan zou ik begrijpen waarom je elke ochtend zo moeilijk doet over welke kleren je wel of niet wil aandoen. Waarom je een paar maand nadat je zei dat alle jurkjes in de kast voor je jongere nichtje waren, nu plots een hekel aan broeken hebt. Waarom je liefst met blote armen, benen en voeten de kou in zou gaan. Waarom je zo verdrietig wordt van de verkeerde kledij. Wat je in godsnaam bedoelt met jurkjes die “niet over je buik zitten” en waar je hysterisch aan moet trekken. Waarom een staartje in je haar zo erg is (vandaag, want morgen wil je graag tien staartjes). Waarom je niet kunt slapen als je beddengoed een millimeter verkeerd ligt. Wat er zo bijzonder is aan T. dat je moet huilen als zij niet in de voorbewaking is, terwijl er genoeg andere kindjes zijn die met je willen spelen. Wat je bedoelt als je zegt “op school ken ik paars en zwart nog niet” en of ik me daar zorgen over moet maken. Waarom het zo leuk is om je moeder uit te schelden voor dikke vette banaan of erger. Wat je beweegt om midden in de nacht uit je warme bedje te komen, de donkere woonkamer te doorkruisen en bij mij in bed te kruipen. Waarom je liever helemaal niet in bad gaat dan het risico te lopen dat ik je haar met de douche zou spoelen.
Soms begrijp ik helemaal niks van je, mijn lieve schat. Al zijn er gelukkig ook momenten dat we elkaar helemaal begrijpen, zoals toen we vorig weekend in het Plantin Moretus museum de oude atlas doorbladerden en je mijn eindeloze fascinatie voor oude landkaarten bleek te delen.
Zo lang jij maar begrijpt dat ik het beste met je voorheb, je het leven zo aangenaam mogelijk wil maken en je ondertussen toch ook nog weersbestendig aankleden, op tijd en min of meer uitgeslapen op school krijgen, gezond voeden (ja, ik weet dat frietjes en curryworsten je lievelingseten zijn, en ja, die mag je soms zeker, maar niet elke week, laat staan elke dag), ook wanneer ik je gevoeligheden helemaal niet begrijp en er zelfs een beetje (heel klein beetje maar) horendol van wordt.